Geschiedenis
STICHTING EN VROEGSTE GESCHIEDENIS (1125-1163)
ZELFSTANDIGE ABDIJ (1163-1572)
In een zestigtal dorpen in de streek rond
Leuven en Tienen kwam de abdij in het
bezit van goederen. Grote hoeven werden
opgetrokken, o.m. in Holsbeek, Geetbets,
Kortenaken, Oorbeek en Diependaal
(Winksele). De abdij bezat ook wijngaarden
op de Kesselberg.
Op godsdienstig en intellectueel vlak kreeg
de abdij een groot aanzien dankzij haar
patroonsrechten over tal van kerken.
Parochiediensten werden door Vlierbeekse
monniken gehouden o.a. te Linden,
Hakendover, Willebringen en Binkom.
Vanaf 1533 zetelden de abten in de Staten-Generaal, een van
de voornaamste bestuursorganen van de Nederlanden. Dit zou
het aanzien van Vlierbeek nog versterken.
De benedictijnenabdij van Vlierbeek werd in
1125 gesticht in een periode waarin Leuven
zich volop tot een stad ontwikkelde. In dat jaar
schonk Godfried met de Baard, graaf van
Leuven en eerste hertog van Brabant, een
stuk grond aan de bloeiende
benedictijnenabdij van Affligem, om in
Vlierbeek een kerk en kloostergemeenschap
op te richten en te bidden voor het zieleheil
van hemzelf en zijn verwanten.
Rond 1127 kwamen de eerste monniken naar
Vlierbeek. Spoedig werd de nieuwe stichting
verrijkt met schenkingen door leden van de Brabantse adel en
andere welstellenden en verwierf veel aanzien. Ze bouwden een
kleine kerk, eerst in leem en al vóór 1170 een kerk in romaanse
stijl.
Op 25 september 1572 werd de abdij verwoest door een
legerkorps van Willem van Oranje, omdat de abt weigerde proviand
te geven. De abdijgebouwen en hun inboedel werden vernield en in
brand gestoken. De monniken vluchtten naar hun refuge te
Leuven, het “Hof ter Vlierbeeck” op Craenendonck.
DE ABDIJ VERWOEST EN 70 JAAR VERBLIJF IN REFUGE
TE LEUVEN (1572-1642)
JAREN VAN HEROPBOUW EN TWEEDE BLOEI
PERIODE (1642-1796)
Na zeventig jaar, in 1642, kwamen abt Petrus Scribs (1630-1653)
en zijn monniken terug naar Vlierbeek. Op de puinen van de eerste
abdij herrezen nieuwe gebouwen.
(klik op afbeelding voor groter beeld)
Tijdens de tweede helft van
de 18de eeuw genoten
kloosters en abdijen mee
van de welvaart van de
Oostenrijkse Nederlanden.
Abt Ildephonsus Vanden
Bruel (1772-1792) vroeg
architect Laurent-Benoît
Dewez (1731-1812) een
plan uit te werken voor een
volledig nieuwe abdij,
waarbij alle bestaande
gebouwen zouden
vervangen worden door neo-
classicistische gebouwen.
Alleen de kerk en een deel
van het abtskwartier zijn
gerealiseerd. Een tekort aan
financiële middelen en
vooral door de Franse
revolutie, kon het plan niet
worden voltooid.
Abts Robertus Garesta (1653-1680) liet dit schilderij van het
ontwerp voor de nieuw abdij maken.
A. Sanderus nam in zijn Chorgraphia sacra Brabantiae , Brussel
1716, ook een gravre van J. Harrewijn op. Let op de sierlijke
barokke tuin ten noorden van de kerk.
EINDE VAN HET KLOOSTER EN STICHTING VAN DE PAROCHIE (1796-1837)
Home