Nieuws  |  Ligging  |  Over deze site  |  Contact  |  Logo  

Geschiedenis
1415 – 1642: De refuge van Vlierbeek in leuven

Sinds het midden van de 14de eeuw hadden de Brabantse hertogen zich te Brussel gevestigd. Jan IV (1415-1427) vertoefde echter graag te Leuven en met goedkeuring van abt Jacobus Roelandts werd via tussenkomst van de stad Leuven de refuge “Hof van Vliederbeeck’’ ter beschikking gesteld van de hertog. Het gebouw werd in 1423 heringericht op kosten van de stad. Er werd zelfs een ruime keuken, een kapel en een zaal voor feesten en recepties toegevoegd. Hertog Jan verbleef er regelmatig tot aan zijn dood. Zijn opvolger, Filips van Saint Pol (1427-1430), wenste deze woonst niet te behouden omdat het er wegens de nabijheid van de Dijle te vochtig was en dus nadelig voor zijn gezondheid. Vlierbeek werd in 1428 dan ook terug in bezit gesteld van de refuge.

 

In 1432 recupereerde de stad gedeeltelijk de gedane kosten door de grote zaal af te breken. De materialen werden voorlopig opgeslagen en zouden naderhand gebruikt worden bij de bouw van een gedeelte van het nieuwe stadhuis. In december 1532 brak brand uit in de refuge en even na Kerstmis werden de ruïnes overspoeld door de Dijle die buiten haar oevers was getreden. Daarop herbouwde en vergrootte men het complex. Dit vluchthuis zou naderhand uitstekend van pas komen toen in 1572 de Vlierbeekse abdij werd vernield. Vermits het ernaar uitzag dat het verblijf geruime tijd zou duren, keek de abt uit naar een groter onderkomen.

 

In 1574 verhuisde hij naar de refuge van de abdij van Sint-Truiden, (tot dan toe het klooster van de “Engelse nonnen”) gelegen aan de Voer (thans Capucijnenvoer, op de plaats waar zich de Universitaire ziekenhuizen bevinden). Hier beschikte men over een grote tuin met vijvers. In 1590 sloot abt Schaloen een overeenkomst af met de in die tijd erg verarmde bogaarden, een kleine gemeenschap van lekenbroeders, woonachtig in een klooster in de Mechelsestraat. Het Oratoriënhof is daarvan nog een overblijfsel. De bogaarden namen de regel en het kleed van de benedictijnen aan, en de Vlierbeekse monniken mochten zich vrij in hun convent vestigen. Daardoor kon de vroegere refuge worden verkocht om aldus geld bijeen te brengen voor de herbouw van Vlierbeek. Plannen om terug te keren waren weliswaar levendig, maar er zou nog een halve eeuw geduld moeten worden geoefend vooraleer deze wens kon worden gerealiseerd.

 

Klik op de foto's om ze te vergroten.

Refuge van de abdij van Sint-Truiden

Deel deze pagina