Menu  |  Nieuws  |  Ligging  |  Over deze site  |  Contact  |  Logo  

Geschiedenis
Abt Jacob Marotel (1544 – 1567) en Johannes Hautaert (1568 – 1571)

Karel V (1519-1556) door Titiaan.De opvolger van Jan van Panhuys was Jacob Marotel (1544-1567), tevoren monnik in de abdij van Sint-Bertijns te Saint Omer. Samen met de andere Brabantse abten was hij in 1555 aanwezig bij de plechtige troonsafstand van Karel V te Brussel.

 

Latere feiten laten toe de vraag te stellen of de keuze van Marotel tot abt wel gelukkig is geweest. Al in 1560 deden zich moeilijkheden voor die aan het licht kwamen tijdens een visitatie of kerkelijk onderzoek, gehouden op verzoek van Margaretha van Parma, landvoogdes der Nederlanden (1559-1567). Uit de informatie die haar na de visitatie werd toegezonden, leren we dat de abdij niet meer behoorlijk onderhouden werd; het regende in de slaapzaal, de liturgische gewaden waren versleten en de bibliotheek verkeerde in slechte toestand. Bovendien verbleef de abt te vaak buiten zijn klooster, waardoor de kloostertucht geheel verslapte.

 

Dat een minder geschikte overste kon aangesteld worden is te begrijpen. In 1515 had immers Keizer Karel V van paus Leo X het benoemingsrecht over de abdijen in de Nederlanden bekomen. Dit leidde tot tal van misbruiken, waarbij in sommige abdijen zelfs niet-religieuzen tot abtelijke waardigheden werden benoemd. De kloosters verzetten zich dan ook terecht en onder koning Filips II (1555-1598) zou een compromis worden gesloten. Dit hield in dat bij een vacature koninklijke commissarissen de stemmen van de religieuzen moesten gaan inzamelen. De vorst mocht dan één van de naar voor geschoven kandidaten aanduiden, waarop een kerkelijke bekrachtiging zou plaatsgrijpen. Dit was alvast een verbetering, al bleef de mogelijkheid tot ingrijpen van de vorst bestaan. Dit systeem zou ook te Vlierbeek tijdens het verdere Ancien Régime worden toegepast.

 

De kwestie-Marotel sleepte aan, doch in 1567 slaagden de abten van Affligem en van Sint-Geertrui te Leuven erin hem te doen abdiceren ten voordele van Jan Hautaert, religieus te Affligem en aanbevolen door Filips II. De akte van afstand vermeldt diplomatisch dat ze gebeurde "á cause des continuelles débilité et maladies" van de abt.

 

Het abbatiaat van Hautaert was zeer kort, doch heilzaam (1568-1571). Hij herstelde de tucht met vaste hand. In de annalen van de abdij van Bursfeld staat hij daarom opgetekend als abbas reformator, abt-vernieuwer. Hij bekwam bovendien een bijzonder voorrecht. Hij en zijn opvolgers zouden voortaan jaarlijks op het feest van Sacramentsdag pontificaal mogen celebreren in de kerk van Sint-Goedele te Brussel. Dit schijnt een zeer begeerd privilege te zijn geweest waaraan Vlierbeek de eeuwen door ten zeerste heeft gehouden.

 

Klik op de foto's om ze te vergroten.

Deel deze pagina