Menu  |  Nieuws  |  Ligging  |  Over deze site  |  Contact  |  Logo  

Nieuws

8 mei 2021

Always Coca-Cola!

“Always Coca-Cola” of “Taste the feeling”, wie kent ze niet?1 De reclameslogans van het wereldwijd bekende drankje dat op 8 mei 1886, vandaag precies 135 jaar geleden, voor het eerst verkocht werd. Wist je echter dat er tot voor enkele decennia flesjes van dit bruine, bubbelende drankje op slechts een boogscheut van onze Abdij van Vlierbeek gebotteld werden?   Op een historische dag als deze, willen we het “vergeten verhaal” van bottelarij Solomo NV, graag weer onder het stof vandaan halen. Op de plek waar in de jaren 1953-1974 dagelijks honderden flesjes Coca-Cola van de band rolden, vinden we vandaag een bushokje en supermarkt Delhaize. De bottelarijgebouwen langs de Diestsesteenweg werden immers jaren geleden door de sloophamer met de grond gelijkgemaakt. Een vintage fotoalbum en de anekdotes van enkele buurtbewoners herinneren ons nog aan dit vervlogen verhaal. Nieuwsgierig naar meer, gingen we op zoek naar de “laatste getuigen”. Dit bracht ons bij Marie-Jeanne Braes (°28.07.1939), dochter van één van de aandeelhouders die aan de wieg stond van de Vlierbeekse bottelarij. Ook ontmoetten we Jan Van Aerschot (°19.07.1933) en Eveline Der Mul (°25.12.1938), van wie de beide loopbanen quasi volledig in het teken stonden van Solomo NV. Dankzij hun herinneringen kunnen we de bottelarij, met de voor die tijd zeer moderne installaties, heel even weer tot leven wekken.   Foto 1: Bottelarij Solomo NV waar de glazen Coca-Cola flesjes met een hels lawaai over de band rolden. © Foto uit het archief van de Heemkundige Kring Vlierbeek vzw. Van Jacobs’ Pharmacy tot op de schoolbanken van de Kesselse jongensschool Nadat apotheker John Stith Pemberton (°08.07.1831-†16.08.1888) op 8 mei 1886 zijn recept2 op punt stelde en zijn boekhouder Frank Robinson (°12.09.1845-†08.07.1923) de naam “Coca-Cola”3 voor dit “heerlijke en verfrissende”4 drankje bedacht, zou het nog wel enkele decennia duren vooraleer de frisdrank ook in ons land verkrijgbaar werd.   In de Verenigde Staten kende de nieuwe sodadrank intussen een snelle en ongeziene opmars. Van de frisdrankfontein in Jacobs’ Pharmacy5 (Atlanta, Georgia) – waar Pemberton dat eerste jaar amper negen glazen per dag6 van zijn medicinaal huismiddeltje7 verkocht – groeide Coca-Cola er op korte tijd immers uit tot een iconische merknaam. Dat was grotendeels te danken aan zakenman Asa Griggs Candler (°30.12.1851-†12.03.1929), die in 1888 het bedrijfje van Pemberton en Robinson overnam.8 Candler betaalde voor de onderneming en het recept – dat tot op heden een goed bewaard geheim is gebleven – een totaalprijs van 2.300 dollar. Een koopje, zou later blijken… Ondernemen zat Asa Candler duidelijk in het bloed. Hij richtte “The Coca‑Cola Company” op en maakte van de nieuwe frisdrank een Amerikaanse trots. Nog voor het einde van de eeuw dronk heel het land Coca‑Cola. Dankzij het lumineuze idee van een banketbakker was de drank vanaf 1894 ook in flesjes verkrijgbaar en niet langer enkel als frisdrankfonteindrankje zoals in het prille begin.   Begin 20ste eeuw ontpopte The Coca-Cola Company zich tot één van de meest bloeiende ondernemingen van de Verenigde Staten. Desalniettemin deed de familie Candler haar belang in het bedrijf in 1919 van de hand aan een groep investeerders onder leiding van Ernest Woodruff (°23.05.1863-†05.06.1944)9. Vanaf nu stond ook de “verovering” van de overzeese Europese markt op de agenda.10 In datzelfde jaar werden alvast de eerste bottelarijen geopend in Frankrijk, meer bepaald in Parijs en Bordeaux. Daarna volgde de Spaanse markt. Ook in België wilde het Amerikaanse bedrijf graag voet aan wal krijgen. Vanaf 1927 kon het siroopdrankje, aangevuld met koolzuurhoudend water, ook in ons land gesmaakt worden en dit dankzij de Antwerpse zakenman Gustave Van Gansen (°25.01.1897-†11.01.1975).11 Hij voerde de siroop als eerste in België in en bottelde deze tot frisdrank om vervolgens te verdelen in de Antwerpse cafés.   In 1930 opende The Coca-Cola Company een eerste Belgisch kantoor in Brussel. Al meteen het eerstvolgende jaar kon de productie hier van start gaan. Onafhankelijke verdelers verzorgden de verkoop en distributie. Eén van de doelstellingen van Coca-Cola was – en is nog steeds – het nastreven van een almaar stijgende verkoopcurve. “Jong geleerd, is oud gedaan” was een wijsheid waar de firma zich, bij het realiseren van die missie, graag achter schaarde. Dat hierbij de directe marketingpraktijken niet geschroomd werden, herinnert Roger Stuyven (°10.01.1931), voormalig voorzitter van onze Heemkundige Kring, zich nogal te goed: “Op een dag tijdens het schooljaar 1938-1939 – ik zat toen in het tweede leerjaar bij meester Op de Beeck op de broederschool in Blauwput – kwam broeder-directeur Theofaan12 in onze klas langs met een krat flesjes, gratis en voor iedereen. We mochten allemaal eens proeven. Nieuwsgierig nam ik een slokje. Eerlijk? Ik vond het helemaal niet lekker”, bekent hij ons.   Maar de suiker, de onuitputtelijke lijst aan slogans en de reclame van een lief ventje13 met een flesje Coca-Cola en later met knappe dames in badpak deden hun werk. De opmars van het bruine, bubbelende drankje was niet te stuiten en stap voor stap veroverde het ook ons land én zelfs Vlierbeek.       Foto 2: De Antwerpse zakenman Gustave Van Gansen in 1928. © The Coca-Cola Company. Foto 3: Jacobs’ Pharmacy waar op 8 mei 1886 voor het eerst een glas Coca-Cola geserveerd werd. © The Coca-Cola Company. Foto 4: De zogenaamde “Sprite Boy” verscheen vanaf 1942 in advertenties. © The Coca-Cola Company – Postkaart uit het archief van de Heemkundige Kring Vlierbeek vzw. Foto 5: Verscheidene knappe dames in badpak passeerden de revue bij Coca-Cola. © The Coca-Cola Company – Postkaart uit het archief van de Heemkundige Kring Vlierbeek vzw. De Soutirage Louvaniste Moderne zet ook Vlierbeek op de kaart Dat Coca-Cola ook Vlierbeek veroverde, mogen we zeer letterlijk nemen. Het frisdrankmerk zou begin jaren ’50 immers fysiek neerstrijken op een steenworp van onze Abdij van Vlierbeek. Na de eerste productie-eenheid, die in 1931 in Brussel startte, kwamen er in België al vrij snel twee andere concessiehouders bij: eentje in Antwerpen en eentje in Mechelen14. De Tweede Wereldoorlog onderbrak echter een veelbelovende groei in ons land.15 Maar het Belgische volk kreeg een waardig alternatief voorgeschoteld, herinnert Marie-Jeanne Braes zich: “Cappy, dat was een bijzonder lekkere limonade. Donkergeel, oranje van kleur. Als ik eraan terugdenk, kan ik de smaak precies nog altijd proeven. Nadien heeft Coca-Cola ook Fanta op de markt gebracht, maar dat was bij lange niet zo lekker als die Cappy van tijdens de oorlog hoor!”. Het drankje op basis van sinaasappels werd tijdens de Tweede Wereldoorlog geproduceerd omdat de bottelarijen in ons land niet meer aan de juiste ingrediënten voor Coca-Cola konden geraken. Daarom zochten ze een vervangende frisdrank volgens eigen receptuur.   Na de Tweede Wereldoorlog trok de verkoop van Coca-Cola terug aan en kregen al snel onafhankelijke bedrijven de productie en distributie van het drankje toevertrouwd. Tussen 1947 en 1963 werden er in totaal 12 regionale bottel- en verkoopmaatschappijen in ons land opgericht. De Limburgse Moderne Bottelarij, kortweg Limobo, uit Sint-Truiden was koploper en opende al op 1 april 1947 de deuren.16 Ook in Brugge, Roeselare en Turnhout schoten zelfstandige bottelarijen uit de grond.17 De streek rond Leuven kon en mocht uiteraard niet achterblijven!   Op 10 februari 1951 kon het avontuur van de “Soutirage Louvaniste Moderne” of kortweg Solomo NV van start gaan. Die dag werd de oprichtingsakte immers officieel neergelegd bij notaris Ignace Maes te Leuven.18 Een concessieovereenkomst met The Coca-Cola Export Corporation voor de productie en verkoop van Coca-Cola in onze contreien kon nu afgesloten worden.  Hoewel Maurice Oversteyns – als grootste aandeelhouder – de stichtende rol op zich nam, was de oprichting van Solomo NV niet enkel aan hem te danken. Aan de wieg van de limonadefabriek stond een groep van grote en kleine aandeelhouders. Zo brachten onder meer ook zijn zonen Léon, Robert en Emile startkapitaal in.   Vooraleer het bottelen van de Coca-Cola flesjes in Vlierbeek van start kon gaan, zou er uiteraard eerst een volledig uitgeruste bottelarij op poten moeten gezet worden.  Als ervaren drankhandelaar en limonadebottelaar19 – hij bezat immers reeds sinds 1928 een bottelarij op de Diestsevest 66 te Leuven – wist Oversteyns precies wat hem te doen stond. Vooreerst bedong hij de aankoop van de braakliggende terreinen langs de Diestsesteenweg 545-547 – vlak naast de toenmalige bakkerij van Cleynenbreugel, door vele Vlierbekenaren nog wel gekend. Hier liet Oversteyns vervolgens de gloednieuwe limonadefabriek optrekken.20 De buurtbewoners hadden op dat moment waarschijnlijk nog geen enkel idee van welke moderne machines hier weldra volop zouden draaien. Uiteraard kregen ze de gelegenheid om bezwaar in te dienen tegen de inrichting van de bottelarij. In maart 1952 werd immers, zoals gebruikelijk, de vergunningsaanvraag afgekondigd en publiekelijk aangeplakt. Of iedereen de komst van de limonadefabriek zag zitten, weten we niet met zekerheid. Feit is wel dat er geen bezwaarschriften werden ingediend. Op 2 september 1952 kreeg Solomo NV dan ook de officiële toestemming om de bottelarij verder in te richten. Al het daaropvolgende jaar kon de productie van het bruine, bubbelende frisdrankje van start gaan. Op 1 februari 1953 werd het eerste flesje Coca-Cola in Vlierbeek gebotteld.   Maurice Oversteyns zou de verdere groei en uitbouw van de bottelarij niet meer van dichtbij meemaken. De familie verhuisde immers in 1953 naar Doornik. Hij liet de limonadefabriek uiteraard niet zomaar aan haar lot over. Als vooruitziend man en omdat de inrichting van de bottelarij grote investeringen met zich meebracht, was hij al in de lente van 1952 op zoek gegaan naar bijkomende aandeelhouders. Hierdoor werd er al snel vers kapitaal in de vennootschap ingebracht.21   Een naam die in vele documenten en ook in de getuigenissen van zowel Jan als die van Marie-Jeanne en Eveline telkens weer opduikt, is die van René Dethier. Als succesvol zakenman uit Ukkel, schreef hij de titel van algemeen directeur op zijn naam. Verder vulden onder meer Jean Vastiau (van stijlmeubelen Vastiau), dokter Pierre Dumont en Paul Cattelain de lijst van nieuwe aandeelhouders aan. Zij zouden samen met de werknemers hun schouders onder de verdere uitbouw van de bottelarij zetten.   Ook Alfons Braes (°01.02.1913-†07.01.1986), een succesvol bierhandelaar uit Aarschot, kocht zich in en werd bovendien aangesteld tot gemachtigd beheerder. “Ik herinner me onze verhuis naar Kessel-Lo nog als de dag van gisteren”, begint Marie-Jeanne ons haar verhaal.  “Mijn pa was jarenlang bierhandelaar in Aarschot geweest. In het begin bedeelde hij de bierflesjes zelfs nog met paard en kar. Toen Coca-Cola opgang begon te maken, probeerde hij ook deze nieuwe frisdrank bij zijn klanten aan de man te brengen. Vandaar dat mijn pa wist in wat hij investeerde! Bij Solomo werd hij de ‘baas’, al had hij zelf niet zo graag dat hij zo genoemd werd. Meneer Dethier, de algemeen directeur, kwam meestal slechts één keer per week langs. De dagelijkse leiding lag dus bij mijn pa. Hij kreeg daarbij de ondersteuning van de verkoopdirecteur – eerst was dat meneer Van Staeyen, nadien zou meneer Vandeput in diens voetsporen treden. Maar uiteraard werkte het ganse team zeer hard.”   Duidelijk in haar nopjes het verhaal van zoveel jaren geleden nog eens te kunnen vertellen, gaat Marie-Jeanne gepassioneerd verder: “Mijn broers en ik hadden steeds met ons ma en pa in Aarschot gewoond. In mei 1954 verhuisden we dus naar Kessel-Lo. We gingen met ons gezin in het appartement boven de grote toegangspoort van de bottelarij wonen. Ik heb daar altijd graag gewoond. De moderne installaties en de vele bakken Coca-Cola maakten als jong meisje uiteraard indruk op me. Als ik ’s avonds van school thuiskwam, pakte ik dan een flesje van de band en nam het mee naar mijn kamer. Fris gebotteld, smaakte dat! Pa keek dan telkens oogluikend toe. Mijn broers en ik zijn met Coca-Cola opgegroeid. Soms, wanneer we een uitstapje maakten bijvoorbeeld, hadden we ook wel zin om eens een andere limonade te drinken. Maar dat mocht niet van ons vader…”   Foto 6: De gebouwen van Solomo NV langs de Diestsesteenweg 545-547 in Kessel-Lo. © Foto uit het archief van de Heemkundige Kring Vlierbeek vzw. Foto 7: Marie-Jeanne Braes samen met haar papa Alfons Braes op één van hun gezinsuitjes. Hier bij de molen aan de Damse Vaart. Ook dan geen andere frisdrank dan Coca-Cola voor Marie-Jeanne en haar broers Roger (°19.05.1938), Jan (°30.06.1946-†25.10.1956) en Marc (°12.02.1952). © Foto uit het familiearchief van Marie-Jeanne Braes. Van verkoper tot “Meneer” Van Aerschot Op een zonnige lentedag in april 2021 ontmoetten we ook Jan Van Aerschot. Zijn bloementuintje met rode en gele tulpen lag er stralend bij. Maar al te graag maakte hij tijd om ons zijn verhaal over Solomo te doen. Dat verhaal schetst meteen ook quasi zijn volledige levensloop. Al vanaf de start van zijn loopbaan was deze immers verbonden met Coca-Cola. Net zijn verplichte legerdienst vervuld, solliciteerde hij in 1954 bij de vestiging aan de Léon Grosjeanlaan in Evere. In die tijd hoefde je geen sollicitatiebrief met wel overwogen zinnen, aangevuld met een in het oog springend CV, op papier te zetten. Nee, solliciteren deed Jan gewoon telefonisch. Hij kreeg meteen de heer Milstein, verkoopdirecteur van de Brusselse vestiging, aan de lijn. Jan zal nooit de zin “Venez vous presenter” vergeten. En dat deed hij. Zijn bereidwilligheid om te werken alsook zijn tweetaligheid – zijn kennis van het Frans had hij tijdens zijn legerdienst opgedaan – pleitten destijds zeker in zijn voordeel. Jan werd dan ook meteen aangeworven. Zijn carrière als verkoper bij Coca-Cola kon van start gaan.   Jans vriendin, later zijn lieftallige echtgenote, werkte echter bij tabaksfabrikant Vander Elst in Leuven. Na enkele maanden Brussel koos Jan ervoor om dichter bij zijn Liske te gaan werken. Vandaar zijn overstap naar Solomo NV in Kessel-Lo. Op 14 februari 1955 startte Jan hier aan een nieuw hoofdstuk in zijn loopbaan. In het begin woonde hij nog in bij zijn ouders in Loonbeek, een deelgemeente van Huldenberg. Eenmaal gehuwd, verhuisde het koppel naar Kessel-Lo. Jan begon bij Solomo opnieuw onder aan de ladder en ging er aan de slag als verkoper-leverancier. Na enkele jaren trouwe dienst klom hij op tot “road manager” (groepsleider). Hij kreeg meer verantwoordelijkheden en ging met de nieuwelingen de baan op om hen op te leiden. Vanaf nu werd het “Meneer” Van Aerschot trouwens. Niet dat Jan hier zelf op stond, maar volgens het management hoorde dit zo. De collega’s mochten hem dus niet langer met zijn voornaam aanspreken. Finaal schopte “Meneer Van Aerschot” het tot adjunct verkoopdirecteur. Tot aan zijn pensioen bleef hij een gedienstige werknemer. Hij kent Solomo van binnen en van buiten. Niemand meer geschikt dus om ons het reilen en zeilen van de bottelarij uit de doeken te doen!   Foto 8: Vacature voor verkoper bij Solomo NV. © Journal des Petites Affiches, 14 december 1952 - Stadsarchief Leuven. Het vat dat van de vrachtwagen rolde “Om Coca-Cola te maken, heb je uiteraard het gepatenteerde concentraat nodig om siroop van te maken”, start Jan zijn verhaal. “De vaten met concentraat kwamen toe aan de haven van Antwerpen. Daar konden we ze met onze vrachtwagen gaan ophalen. Een hele klus trouwens! Heftrucks bestonden in die tijd immers nog niet. Elk vat moesten we dus met eigen spierkracht in de vrachtwagen tillen. Terug in de bottelarij, dienden we vervolgens ook alles zelf weer uit te laden. Alle vaten werden dan nauwgezet geteld. Op een dag bleek het aantal niet te kloppen! Eén vat ontbrak. De mannen zijn toen heel het traject teruggereden en hebben het vermiste vat, dat van de vrachtwagen gerold was, gelukkig langs de kant van de weg teruggevonden!” vult Jan glunderend aan.   De vaten concentraat vonden vervolgens hun weg naar de siroopkamer. Dit was de ruimte in de bottelarij waar de drank gebrouwen werd. In grote ketels werd er daartoe suiker, water en koolzuur aan het concentraat toegevoegd. Alles in weloverwogen verhoudingen uiteraard. “De dubbel geraffineerde suiker waarmee we de siroop maakten, werd ons door de Tiense Suikerraffinaderij in zakken van maar liefst 100 kilogram geleverd”, herinnert Jan zich. “Wat het water betreft, gebruikten we gewoon leidingwater. Maar gezien het water in het Leuvense zeer kalkrijk is, diende dit eerst ontkalkt te worden zodat het geschikt werd om Coca-Cola mee te brouwen. De samenstelling van het water, bepaalde immers ook de smaak van ons afgewerkte product. Gelukkig kende collega Gust van de siroopkamer zijn vak!”, gaat Jan verder.     Vervolgens kon er gebotteld worden. In die dagen geen blikjes, maar enkel glazen flesjes van 18 centiliter. De geschiedenis van dit flesje is trouwens een verhaal apart. Coca-Cola heeft immers het exclusieve recht op het gebruik van deze zogenaamde “Contour Bottle”. Het flesje werd in 1915 dan ook speciaal voor de Amerikaanse frisdrankfabrikant ontworpen. Glasblazer Earl R. Dean (°19.03.1890-†08.01.1972) kreeg duidelijke instructies voor zijn ontwerp. Zo moest het colaflesje ook in het donker herkenbaar zijn en zelfs wanneer het flesje stuk ging, moesten de scherven kunnen verraden wat erin had gezeten.22   Solomo NV beschikte over een zeer moderne bottelinstallatie voor die tijd. Het ene flesje na het andere kon zo nauwkeurig tot op de juiste hoogte gevuld worden. Dankzij de lopende band ging het vooruit en dat gebeurde zeker niet in stilte. De glazen flesjes legden met een hels lawaai hun weg op de band af. Vanaf de jaren ’60 bevond deze afdeling zich in de moderne vleugel met grote vitrines. Voorbijgangers konden op deze manier het hele proces volgen. Dat herinnert ook Hans Dechamps (°14.10.1954) – opgegroeid onder de kerktoren van de Abdij van Vlierbeek – zich nog levendig: “Als kleine gast stond ik me te vergapen voor het grote raam aan de straatkant en zag ik de flesjes op de band voorbij dansen.”   De glazen flesjes werden keer op keer herbruikt. Uiteraard werden ze telkens grondig gespoeld en gesteriliseerd. Tweemaal zelfs, in een eerste en een tweede spoeling. Ook dat gebeurde binnen de muren van de bottelarij. Dat spoelen was echt wel nodig, leert het verhaal van Jan Van Aerschot ons. De mensen gebruikten de flesjes immers voor alles en nog wat. Soms bewaarden ze er zelfs olie in! Flesjes die niet meer door de beugel konden werden er uiteraard uitgehaald. De gespoelde flesjes werden daartoe op een lopende band gezet, waarachter zich een spiegel bevond. Op die manier kon de medewerker, die instond voor de controle, ook de achterkant van de flesjes aan zijn goedkeurend oog onderwerpen. Het was een werkje waarvoor opperste concentratie gevergd werd. Een taak die je uiteraard niet de ganse werkdag kon volhouden. Na een uur, maximum twee uur werd je dan ook afgelost. Dit is trouwens het beeld dat de meeste buurtbewoners na al die jaren is bijgebleven: de man wiens hoofd voortdurend van links naar rechts ging bij het controleren van de gespoelde colaflesjes. Binnen in de bottelarij was alles sterk gemechaniseerd. Nadat de flesjes gevuld waren, werden ze uiteraard met een kroonkurk afgesloten en konden ze vervolgens per vierentwintig in gele houten bakken – met in de kenmerkend rode kleur het opschrift “Coca-Cola” 23 – gestockeerd worden. De lopende band met deze gevulde kratten rolde tot aan het voorraadmagazijn. Hier begon dan de zware fysieke arbeid. Alle bakken, van maar liefst 14 kilogram elk, moesten immers manueel gestapeld worden.     Foto 9: De grote ketels in de siroopkamer van de bottelarij. © Foto uit het archief van de Heemkundige Kring Vlierbeek vzw. Foto 10: Gust Van de Gaer (in het midden) was meester in de siroopkamer. Rechts collega Roger Eyers. © Foto uit het archief van de Heemkundige Kring Vlierbeek vzw. Foto 11: De glazen flesjes werden na de spoelingen steeds grondig gecontroleerd. © Foto uit het archief van de Heemkundige Kring Vlierbeek vzw. Foto 12: Het vullen van de flesjes was volledig geautomatiseerd. © Foto uit het archief van de Heemkundige Kring Vlierbeek vzw. Foto 13: Met honderden rolden de gevulde flesjes dagelijks van de band. © Foto uit het archief van de Heemkundige Kring Vlierbeek vzw.  Drie verdiepen hoog bij de zusters van het Heilig Hart te Heverlee Uiteraard was het aan de man brengen van de flesjes Coca-Cola een al even belangrijke taak als het produceren en het bottelen zelf. Zonder verkoop, geen winstcijfers immers. In de jaren ’50 en ’60 was deze verkoop nog echt pionierswerk. Het afzetgebied van Solomo NV omvatte uiteraard Kessel-Lo en heel het Leuvense. Als vertegenwoordiger kende Jan Van Aerschot ook de uitbaters van de Vlierbeekse cafés maar al te goed. Janneke en Bertha van “In de Abdij” (het latere “In den Rozenkrans”), Emerance van “Pie de Nijper” en Maria van “Het Bieduif’ke”, ze behoorden allemaal tot zijn cliënteel.  Ook in het café van Juul en Bertha – dat enkele huizen verder dan de bottelarij op de Diestsesteenweg lag – en bij de Biekorf in Blauwput mocht Jan Coca-Cola leveren.24   Maar ook buiten Leuven trachtten de verkopers van Solomo hun flesjes frisdrank aan de man te brengen. Hier moesten ze echter rekening houden met de afzetgebieden van de andere bottelarijen zoals die van Sint-Truiden. “Tot aan Tienen en tot aan Diest mochten we gaan, verder niet, want dat was van Limobo. Hofstade vormde dan weer de grens met het afzetgebied van de bottelarij in Mechelen”, licht Jan ons in. “Maar we hadden ook klanten in de Brusselse rand zoals in Hoeilaart en Tervuren. Bij de Royal Golf Club in Tervuren, en ook bij die van Waterloo trouwens, ontmoette ik dan rijke Amerikanen, die me goedkeurend een schouderklopje gaven. ‘How are you? Coca-Cola, fine!’ klonk het dan. Ook in Wallonië, onder meer in Walhain met deelgemeenten Nil-Saint-Vincent-Saint-Martin en Walhain-Saint-Paul, maar ook in Ottignies, Court-Saint-Etienne, Mont-Saint-Guibert en niet te vergeten Villers-la-Ville – de grensgemeenten met het huidige Vlaams-Brabant dus – brachten we Coca-Cola aan de man. Kleine kruidenierszaken, cafés, studentenhuizen, overal probeerden we klanten te overhalen onze Amerikaanse frisdrank eens uit te proberen”, gaat Jan zijn verhaal verder.   In 1958 had Jan geluk. In dat jaar vond de Wereldtentoonstelling in Brussel plaats. Coca-Cola had hier een eigen paviljoen waar je uiteraard hun frisdrank kon proeven, maar waar je ook kon gadeslaan onder welke hygiënische en hypermoderne omstandigheden gebotteld werd. Vlak naast het Afrikamuseum in Tervuren, logeerde een Afrikaanse delegatie. Zij waren alvast enorme fan van Coca-Cola. Elke week mocht Jan er maar liefst honderd kratten leveren. “Wat die Afrikanen met al mijn flesjes Coca-Cola deden, ik weet het niet. Dronken ze het zelf op of verkochten ze de flesjes door? Eén ding is zeker: mijn vrachtwagen was meteen leeg. Ik kon vervolgens meteen terugkeren naar Kessel-Lo om weer een nieuwe lading te gaan ophalen”, herinnert Jan zich. Coca-Cola aan de man brengen, gebeurde destijds trouwens in de nodige stijl. Chique uitgedost in een donkergroen pak, een gladgestreken hemd en vlinderdas – alles ton sur ton – gingen de vertegenwoordigers op pad. Uiteraard prijkte ook een badge met het logo van Coca-Cola trots op hun borstzak. Het kostuum oogde niet alleen stijlvol, maar was bovendien ook erg praktisch. De broek was immers ter hoogte van het bovenbeen met een lederen lap afgewerkt. Dit om de zware bakken tijdens het leveren op te laten rusten. Die maatpakken werden trouwens gemaakt door de gerenommeerde confectiezaak Esders uit de Zwarte Lieve Vrouwestraat in Brussel. Om de zoveel jaar kreeg je als verkoper een nieuw pak aangemeten. Geen sprake van dat je slordig de baan op mocht! Jan herinnert zich nog dat sommige collega’s door de verkoopdirecteur zelfs terug naar huis gestuurd werden om hun schoenen deftig te gaan opblinken alvorens ze naar hun klanten mochten vertrekken. Voor de job van vertegenwoordiger was je best van alle markten thuis. Uiteraard moest je commerciële feeling hebben en rad van tong zijn, maar het mocht je ook niet aan de nodige spierkracht en werkwilligheid ontbreken. Je ging immers alleen de baan op met je vrachtwagen. Voordat je kon vertrekken, moest je deze in de beginjaren ook helemaal zelf inladen. En er was in die tijd slechts één steekwagentje beschikbaar in het magazijn van Solomo. Het was dus kwestie van snel te zijn elke ochtend! Pas nadien werd er een speciale avondploeg ingesteld, die de vrachtwagens klaarmaakte, zodat de vertegenwoordigers de volgende ochtend meteen de baan op konden. Maar ook dan bleef het vaak zwoegen met de houten kratten. Nadat je een klant overtuigd had enkele bakken Coca-Cola in te slaan, moest je deze immers zelf lossen. Ook lege bakken moest je zelf weer in je vrachtwagen laden, leert Jan ons.   “Gelukkig kon ik vaak rekenen op andermans hulp. Zo moest ik bij de zusters van de Heilig Hart-school25 in Heverlee mijn bakken steeds drie etages hoog slepen. Ik sprak dan af met een collega om me even een handje te komen helpen. Samen droegen we de bakken dan de trappen op. Ook op de militaire luchtmachtbasis van Beauvechain (Bevekom) was het leveren steeds zwaar. Daar moesten de flesjes immers in de kelder gestockeerd worden. Samen met de melkboer vormde ik dan een goed team. Telkenmale spraken we af wanneer we zouden leveren zodat we elkaar konden helpen. We legden dan een houten plank en duwden zo de bakken met flessen Coca-Cola en melk naar beneden, de kelder in”, vertelt Jan ons, nog steeds dankbaar voor al die collegialiteit. “Dat zijn tijden die ik niet vergeet!”   Een tijd ook waar een klant, niet gewoon maar een klant was. Als vertegenwoordiger legde je je cliënteel nog in de watten waar het maar kon. Koelkasten bestonden nog niet. En voor de Leuvense cafés deed Solomo dan ook graag een extra inspanning. Jan en zijn collega’s haalden daarom blokken ijs op bij de ijsfabriek in de Schrijnmakersstraat - met toegangspoort langs burgerhuis Inde Dry Coppen, daar waar Jeroen Meus vandaag in zijn potten roert - en leverden dat samen met hun kratten Coca-Cola aan de Leuvense caféuitbaters. Voor verder gelegen klanten, was dat uiteraard geen optie. Zij werden van ijs voorzien door de ijsfabriek van Strombeek. Na een tijdje kwam het team van Solomo op het idee om de caféuitbaters ook van een houten bak te voorzien waarin de flesjes dan met het ijs koel gehouden konden worden. Uiteraard mocht de naam van “Coca-Cola” hierop niet ontbreken. De bak werd trouwens goed in het zicht opgesteld. Op die manier kon elke caféganger zien waar de Amerikaanse frisdrank te koop werd aangeboden. Uitgekiende marketing dus… je hebt het de mannen van Coca-Cola nooit moeten leren!   Foto 14: Janneke en Bertha, uitbaters van “In de Abdij”, het latere “In den Rozenkrans”. © Café “In den Rozenkrans”. Foto 15: Het paviljoen van Coca-Cola op de Wereldtentoonstelling te Brussel in 1958. © Reclameblad uit het archief van de Heemkundige Kring Vlierbeek vzw. Foto 16: De gerenommeerde confectiezaak Esders in Brussel. Zicht vanaf de Lakensestraat. © Postkaart uit het archief van de Heemkundige Kring Vlierbeek vzw. Foto 17: Het uitgebreide vrachtwagenpark van Solomo NV. Binnenrijden deden de verkopers via de grote witte poort aan de straatkant, pal onder het appartement van de familie Braes dus. In hun helder gele kleur met het rode opschrift “Coca-Cola” vielen ze meteen op wanneer ze de baan opgingen. De vrachtwagens waren in die tijd trouwens nog open langs de zijkanten. In de winter probeerden de verkopers hun flesjes dan ook met vanalles en nog wat af te dekken zodat ze niet zouden bevriezen. © Foto uit het archief van de Heemkundige Kring Vlierbeek vzw. Foto 18: De ijsfabriek in centrum Leuven met toegangspoort naast burgerhuis Inde Dry Coppen in de Schrijnmakersstraat. Let op het opschrift “Ijsfabriek”. © Foto KIK-IRPA, Brussel - www.kikirpa.be De jaarlijkse tombola in Hotel Atlanta Werken bij Solomo voelde een beetje aan als familie en dat was in grote mate te danken aan de bekommernis van Alfons Braes en zijn echtgenote Martha Carmen (°10.11.1915-†03.02.1996), die haar man al die jaren in zijn functie van gemachtigd beheerder ten volle gesteund heeft trouwens. Niet alleen het financieel en technisch beheer van de bottelarij vroeg hun dagelijkse aandacht, ook het welbevinden van de personeelsleden lag hen nauw aan het hart. Er heerste bijgevolg een zeer collegiale sfeer op de werkvloer. De meeste werknemers woonden trouwens in de buurt en kwamen dagelijks met de bus of de fiets naar hun werk. Een technische ploeg van zo’n twintig man was verantwoordelijk voor het bottelen en een uitgebreid team van verkopers ging de baan op. Solomo had bovendien een eigen publiciteitsdienst waar reclamepanelen geschilderd werden. “Tekenaar Felicien Delcommune was een krak in zijn vak!” wil Jan graag gezegd hebben. Het personeel bestond in de beginjaren enkel uit mannelijke werknemers. Pas veel later werden er ook dames in dienst genomen. Zo was Eveline Der Mul – destijds onder de collega’s beter gekend als mevrouw Kamers (de familienaam van haar echtgenoot) of “madammeke” – de eerste vrouwelijke administratief bediende, die in 1961 bij Solomo van start ging. Zij baande de weg voor de dames na haar.   Promotie echter werd wel al van in de beginjaren door vrouwelijke werknemers van The Coca-Cola Company gevoerd. Zij gingen de straat op om hun heerlijke en verfrissende drankje van deur tot deur te laten proeven. We kunnen het ons nu nog nauwelijks voorstellen! Bovendien reed bij elke grote optocht of manifestatie een heuse promotiewagen uit om het drankje in die beginjaren in de kijker te plaatsen. “De verschillende concessiehouders in ons land deden hier maar wat graag een beroep op. Ook wij bij Solomo uiteraard! Als er dan in Leuven iets te doen was, belden we naar Jean om af te komen met zijn reclamewagen”, aldus Jan. De arbeidsomstandigheden waren bij Solomo trouwens zeer mensvriendelijk. Van nachtploegen was er geen sprake. Gewerkt werd er ook enkel van maandag tot vrijdag. Al gebeurde het regelmatig dat de werknemers zich ook buiten hun uren of in het weekend voor hun job inspanden. Zo organiseerde Solomo allerlei evenementen. De jaarlijkse kinderspelen voor de leerlingen van de Leuvense scholen was er zo één van. “Ik schaarde me graag achter die kinderspelen. Met honderden kwamen ze samen op het grasveld voor het Arenbergkasteel in Heverlee. Een hele dag werd er gesport en gespeeld en op het einde van de dag mocht ik de kinderen dan blij maken met een potlood en een schrift – waarop het logo van Coca-Cola prijkte – en uiteraard ook een flesje dat we zelf gebotteld hadden. Ik heb ook talloze klassen rondgeleid in de bottelarij. Scholen konden immers een geleid bezoek bij ons aanvragen. Ik liet dan ook steeds een film afspelen, Coca-Cola door de jaren heen, heette die. In het begin wist ik hoegenaamd niet hoe dat allemaal in zijn werk ging. Dan kon ik gelukkig de hulp inroepen van Marcel, de zoon van Pie26”, haalt Jan Van Aerschot oude herinneringen op.   Echter niet alleen de evenementen voor de schoolgaande jeugd zijn Jan bijgebleven. Ook de groepsreizen waaraan het personeel kon deelnemen, om zo een stukje van de wereld te ontdekken, herinnert hij zich nog goed. Wanneer zich een gelegenheid tot feesten voordeed, liet Solomo ook die kans niet liggen. Regelmatig werden er dan ook etentjes voor het personeel georganiseerd. Alfons Braes en de andere aandeelhouders lieten trouwens niet na hun trouwe werknemers op  zulke momenten in de bloemetjes te zetten. In 1966 vierde het team bovendien uitgebreid het 15-jarig bestaan van de bottelarij.         Mevrouw Dethier, echtgenote van de algemeen directeur, voelde zich eveneens nauw betrokken bij de firma en spande zich dan ook graag in voor de medewerkers. Met haar organisatorisch talent zette zij de organisatie van de jaarlijkse tombola op haar naam. Een heus event, waar ook de partners van de personeelsleden steeds welkom waren. Als locatie werd meermaals Hotel Atlanta (Adolphe Maxlaan) in Brussel uitgekozen. Chique, dat zeker, en met die naam werd ook meteen de link met het ontstaan van Coca-Cola in de verf gezet. Of dat een bewuste keuze van mevrouw Dethier was, laten we in het midden. In elk geval konden de werknemers van Solomo hier steevast genieten van een exquis menu. Met het hoogtepunt van de avond: de tombola! Iedereen wilde wel één van de hoofdprijzen in de wacht slepen. “Er waren steeds hele mooie prijzen bij”, vertelt Jan ons. “Vooral de elektrische apparaten die je kon winnen, stonden bovenaan ieders verlanglijstje.”   Foto 19: De publiciteitswagen waarmee “Jean” steeds uitreed tijdens evenementen of manifestaties en dit op vraag van de lokale bottelarijen in België. © Uit het familiearchief van Johan Ons.Foto 20: Tijdens de jaarlijkse kinderspelen trok Jan Van Aerschot (uiterst rechts) steeds mee de kar. Hij was het ook die steevast de micro ter hand nam en de sportende leerlingen uit de verschillende Leuvense scholen op deze hoogdag toesprak. © Foto uit het familiearchief van Jan Van Aerschot.Foto 21: Gust Van de Gaer, meester van de siroopkamer, ontvangt een medaille ter gelegendheid van zijn trouwe dienstjaren van aandeelhouder Jean Vastiau. © Foto uit het familiearchief van Agnes Van de Gaer.Foto 22: Feest ter gelegenheid van het 15-jarig bestaan van Solomo NV - 23 april 1966. Uiterst rechts verkoopdirecteur Jacques Vandeput. Uiterst links menen we aandeelhouder Paul Cattelein te herkennen. © Foto uit het archief van de Heemkundige Kring Vlierbeek vzw. Foto 23: Feest ter gelegenheid van het 15-jarig bestaan van Solomo NV - 23 april 1966. Op de tweede rij (uiterst rechts) René Dethier, algemeen directeur van Solomo NV. Achteraan komt ook Marc Braes, de jongste zoon van Alfons Braes, piepen. © Foto uit het archief van de Heemkundige Kring Vlierbeek vzw. Foto 24: Feest ter gelegenheid van het 15-jarig bestaan van Solomo NV – 23 april 1966. Aan de eettafel herkennen we algemeen directeur René Dethier (derde van rechts), gemachtigd beheerder Alfons Braes (uiterst links) met naast hem, op de hoek van de tafel, verkoopdirecteur Jacques Vandeput. © Foto uit het archief van de Heemkundige Kring Vlierbeek vzw. Een verkwikkende douche en de beste whisky Hygiëne werd hoog in het vaandel gedragen binnen de muren van de bottelarij. “Ongedierte moest uiteraard ten alle tijden vermeden worden. De grote toegangspoort mocht daarom nooit langer openstaan dan nodig was. Alle hoekjes en kantjes werden ook steeds nauwlettend gecontroleerd en gepoetst. Hier keek onze pa streng op toe”, vertelt Marie-Jeanne ons. “Gezien we pal boven de bottelarij woonden, was de fabriek immers onze thuis. Pa was dus steeds in de buurt. Ook wanneer er zich een probleem aan één van de machines voordeed, stak hij de mannen graag een handje toe om alles weer te repareren.“   Na een zware werkdag, konden de werknemers trouwens genieten van een verfrissende douche in de moderne sanitaire ruimte van het bedrijf. Voor velen wellicht een welkome luxe want in de jaren ’50-’60 was een volledig uitgeruste badkamer immers nog niet voor iedereen weggelegd.   Niet alleen de hygiëneregels waren immens streng. De belastingambtenaar kon er ook wat van! Vadertje Staat wilde immers zeker zijn een graantje te kunnen meepikken van deze winstgevende Amerikaanse droom. Nauwgezet telde de beambte steeds het overschot aan niet gebruikte kroonkurken. De boekhouding moest immers kloppen. De te betalen taxen werden vervolgens berekend op basis van het aantal gebruikte kroonkurken. “Wanneer meneer Pletincx van de accijnzen over de vloer kwam, zorgde ik steeds dat ik de beste whisky in huis had”, vertelt Jan ons geamuseerd. Kamperen bij Marie Thumas Verandering en nieuwe tendensen lieten ook Solomo niet ongemoeid. Zo werd er vanaf de jaren ‘60 niet enkel meer Coca-Cola gebotteld, maar vulde Sprite en Fanta het assortiment aan.27 De ganse bottelarij-installatie diende dan telkens volledig gereinigd te worden zodat de productieploeg op het bottelen van een andere drank kon overschakelen. Bovendien werden de gezinsfles van driekwart liter en het zesflessen-karton aan het gamma toegevoegd.   Jan herinnert zich ook dat de computer zijn intrede deed in het bedrijf. “Een meneer die ook LP’s verhandelde, kwam ons de volledige uitleg geven. ‘Vanaf nu zullen jullie veel minder administratief werk hebben’, klonk hij overtuigd. Van dat alles was niets waar… ik had vanaf dan alleen maar meer papierwerk!”, drukt Jan ons op het hart. “Voordien was het voldoende wanneer we gewoon onze eenvoudige verkoopbonnetjes met balpen invulden om deze op het einde van onze werkdag aan de baas af te geven. Met de komst van de computer werden er allemaal nieuwe documenten opgesteld waarop we dagelijks onze verkoopcijfers uitgebreid dienden te verantwoorden.” In zijn functie van groepsleider, kreeg Jan de opdracht alle formulieren van zijn collega’s te controleren en te verbeteren.   Dat Solomo toonaangevend was in het Leuvense, bewezen ze door als eersten hun grote klanten van flesautomaten te voorzien. “In de fabriek van Marie Thumas28 plaatsten we ons eerste toestel”, legt Jan ons uit. “Ik herinner het me nog goed. Het was een V83, een automaat waar dus maar liefst drieëntachtig glazen flesjes Coca-Cola in konden. Ik ging het samen met onze verkoopdirecteur, Jacques Vandeput (°01.11.1931-†26.09.1997), in Brussel met de vrachtwagen ophalen. Aan café De Lantaarn aan de Vaart, pikten we enkele van onze mannen op. Zij zouden ons helpen met de installatie van het toestel in de conservenfabriek. De weken die volgden, heb ik er haast gekampeerd. Telkens slaagde het personeel van Marie Thumas erin de flesautomaat te blokkeren en dan werd ik opgetrommeld om het weer te gaan herstellen. Wat gebeurde er? Wel in plaats van een muntstuk, staken ze er een rondel (moerplaatje) in. Ze dachten slim te zijn en niet te hoeven betalen. Maar dat was dus ijdele hoop!”   Foto 25: In de jaren ’60 werd het zesflessen-karton aan het gamma van Solomo NV toegevoegd. © Postkaart uit het archief van de Heemkundige Kring Vlierbeek vzw. Het doek dat viel Nadat Alfons Braes en zijn team in december 1971 de verkoop van maar liefst één miljoen kisten Coca-Cola hadden gevierd, kwam nog geen drie jaar later – op 28 mei 197429 om precies te zijn – een einde aan de Amerikaanse droom in Vlierbeek. Omwille van het eigen succes werd de bottelarij op de Diestsesteenweg te klein. Uitbreiding was nodig en dit was niet haalbaar op het terrein in Kessel-Lo.   Bovendien toonde Brouwerij Artois bijzonder veel interesse in het merk Coca-Cola. De Leuvense bierbrouwer produceerde met hun Sirène-Limonade en Sirène-Cola in die dagen zelf een assortiment frisdranken. Maar de vraag naar “The Real Thing”30 was nu eenmaal veel groter. Klanten wisten wat ze wilden en dat was Coca-Cola! De zaak was beklonken. Brouwerij Artois kocht zich in als aandeelhouder in Solomo NV. Dat betekende niet het einde van de Soutirage Louvaniste Moderne, wel van het Vlierbeekse avontuur. De bottelarij verhuisde op 1 juli 1975 naar de gebouwen van de voormalige Brouwerij Van Tilt in de Mechelsestraat 168 te Leuven.31 Het personeel werd gelukkig niet op straat gezet. Zowel de technische als de commerciële ploeg mocht mee. Ook Jan zette er, als de rechterhand van verkoopdirecteur Jacques Vandeput, zijn loopbaan gewoon verder en bleef er zijn jongere collega’s opleiden en coachen. Net zoals Eveline Der Mul trouwens. Ook zij bleef, als toegewijde secretaresse, de administratie van de bottelarij gewoon verder behartigen.     In 1986 was het groot feest! Coca-Cola vierde immers zijn honderdste verjaardag. Die bijzondere dag mocht uiteraard ook in België niet zomaar voorbijgaan. “Een ganse dag Walibi. Het pretpark werd toen speciaal voor alle werknemers van de verschillende bottelarijen in ons land door Coca-Cola afgehuurd. Er werd zelfs speciaal een trein ingelegd voor ons. Ook wij van Solomo waren uiteraard van de partij!”, de herinneringen aan die dag zitten nog vers in Jans geheugen.   Van achter de coulissen maakte Solomo NV mee hoe Brouwerij Artois in 1988 fusioneerde met Brouwerij Piedboeuf. De groep Interbrew was geboren. De verdere fusie met het Braziliaanse AmBev in 2004 tot InBev en de overname van het Amerikaanse Anheuser-Busch in 2008, waarna de naam van ’s werelds grootste brouwerijketen veranderde in AB InBev, zou Solomo NV echter niet meer meemaken. In januari 1994 viel immers het doek over de Soutirage Louvaniste Moderne. “Op onze laatste werkdag, op 28 januari 1994, kwam er een einde aan mijn loopbaan bij Solomo. Met spijt in het hart, ik heb er immers drieëndertig jaar graag gewerkt", weet Eveline Der Mul ons te vertellen. "De werknemers met voldoende anciënniteit, zoals ikzelf, mochten op brugpensioen. Anderen konden vanaf dan elders binnen Interbrew aan de slag gaan."     Solomo was niet de enige bottelarij die de tand des tijds niet wist te doorstaan. Coca-Cola koos met de loop der jaren immers voor verregaande reorganisaties en vooral centralisatie.32 Dit maakte dat de kleine concessiehouders volledig opgeslokt werden door het moederbedrijf. Voor deze zelfstandige bottelarijen was het vanaf de jaren ’80 trouwens niet altijd evident meer om nog op de vraag van de consument in te spelen. De opkomst van de blikjes en de PET-flessen vroeg om nieuwe en dure investeringen, vermits de meesten tot dan enkel glazen flesjes bottelden. Investeringen die vaak niet haalbaar waren. Daarom dus dat een concentratie van de productiecentra onvermijdelijk werd.   Anno 2021 zijn in ons land nog slechts twee verschillende ondernemingen onder het logo van Coca-Cola actief. Coca-Cola Services, dat deel uitmaakt van The Coca-Cola Company, werkt mee aan de wereldwijde merk-marketing enerzijds en de productie en verkoop van het concentraat dat aan de basis ligt van de drankjes anderzijds. Daarnaast is vandaag slechts nog één bottelaar actief in ons land: Coca-Cola European Partners Belgium (voor 19% eigendom van The Coca-Cola Company). Deze spitst zich toe op de productie – in drie bottelarijeenheden te Gent, Antwerpen en Chaudfontaine - en de verkoop van het afgewerkte product. Zowel Coca-Cola Services als Coca-Cola European Partners hebben hun Belgisch hoofdkantoor in Anderlecht.   Kopen kan je het bruine, bubbelende drankje vandaag echter op bijna elke hoek van de straat. Ook in Vlierbeek, en zelfs op de plaats waar ooit de volledig uitgeruste bottelarij van de Soutirage Louvaniste Moderne stond.   Foto 26: Aandenken aan de hand van tekenaar Felicien Delcommune ter gelegenheid van de verkoop van maar liefst 1.000.000 kisten Coca-Cola door Solomo NV. © Uit het familiearchief van Jan Van Aerschot. Foto 27: Jan Van Aerschot (uiterst rechts) als adjunct verkoopdirecteur toen de bottelarij al naar de Mechelsestraat in Leuven verhuisd was. Naast hem de heer Vandenbemt, algemeen directeur van Solomo NV, vervolgens de heer Robert Delville, direkteur-generaal van The Coca-Cola Export Corporation België en uiterst links Jacques Vandeput, verkoopdirecteur van Solomo NV. © Uit het familiearchief van Jan Van Aerschot.   Voetnoten: 1. “Always Coca-Cola” (“Altijd Coca-Cola”) is de slogan van The Coca-Cola Company uit 1993. Deze werd bedacht door het reclamebureau Creative Artists Agency. “Taste the feeling” (“Proef het gevoel”) is een recentere reclameslogan en dateert uit 2016. Met deze slogan beoogde de frisdrankengigant te benadrukken dat Coca-Cola er voor iedereen is, ongeacht je smaak, levensstijl of voedingsvoorkeuren. Deze reclamecampagne omvatte alle varianten van het merk, waaronder ook Coca-Cola Zero, Coca-Cola Life en Coca-Cola Light. 2. Vandaag ligt de geheime formule van Coca‑Cola veilig opgeborgen in een kluis in het World of Coca‑Cola-museum in Atlanta. Op de website van Coca-Cola kunnen we lezen dat water het belangrijkste ingrediënt vormt. Daarnaast wordt er fosforzuur en suiker (of zoetstoffen) aan toegevoegd. Cafeïne (kolanoten) maakt de smaak compleet en de karamelkleurstof geeft Coca-Cola de welbekende kleur. Tenslotte zorgt koolzuur (of koolstofdioxide) voor de bubbels. Verder bestaat het geheim recept van Coca‑Cola uit een mix van natuurlijke plantenextracten (waaronder een extract van het cocablad), klinkt het. 3. De naam “Coca-Cola” verwijst naar niets anders dan de twee belangrijkste basis ingrediënten: cocabladeren en kolanoten. 4. “Delicious! Refreshing! Exhilarating! Invigorating!” (“Heerlijk! Verfrissend! Opwindend! Verkwikkend”) is de allereerste reclameslogan voor Coca-Cola. De eerste advertentie verscheen op 29 mei 1886 in de krant Atlanta Journal, slechts een aantal weken nadat John Styth Pemberton de nieuwe drank op de markt bracht. De verkorte slogan “Delicious and Refreshing” bleef tientallen jaren in gebruik. 5. Jacobs’ Pharmacy bevond zich op de hoek van Peachtree Street en Marietta Street in downtown Atlanta en was eigendom van Joseph Jacobs (°05.08.1859-†07.09.1929). Jacobs startte zijn business in 1879. In 1886 was zijn zaak uitgegroeid tot één van de meest toonaangevende apotheken in Atlanta, een tijd waarin apotheken trouwens winkels waren waar je van alles en nog wat kon kopen, ook medicijnen. In Jacobs’ apotheek bevond zich ook één van de slechts vijf frisdrankfonteinen van de stad: “Venable's Soda Fountain”, uitgebaat door Willis Venable (°25.12.1842-†24.11.1920). Een frisdrankfontein, ook wel limonadebuffet genoemd, was een soort van bar waar je terecht kon voor een “soda drink”, een drankje op basis van een siroop en ter plaatse aangelengd met koolzuurhoudend mineraalwater. Eind 19de eeuw werden aan deze drankjes allerlei gezondheidsvoordelen toegeschreven. Vandaar dat ze door apothekers verkocht werden. Ook Coca-Cola kwam initieel op de markt als een verfrissende en herstellende frisdrankfonteindrank. Je kon het drankje dus enkel per glas bestellen en ter plaatse consumeren. Pas vanaf 1894 kwam banketbakker Joseph Biedenharn (°13.12.1866-†09.10.1952) uit Vicksburg (Mississippi) op het lumineuze idee de frisdrank in flesjes te gaan bottelen waardoor de klant waar en wanneer hij maar wilde van zijn favoriete frisdrank kon genieten. Joseph Jacobs was korte tijd mede-eigenaar van de firma van Pemberton, maar verkocht al gauw zijn aandeel aan Asa Candler. 6. De eerste glazen Coca-Cola werden aan de democratische prijs van slechts 5 cent per glas verkocht. Ook de glazen flesjes die volgden zouden nog tot 1946 voor slechts een nickel (5 cent dus) verkocht worden. 7. Dat Coca-Cola zou uitgroeien tot werelds’ meest populaire frisdrank kon Pemberton nooit vermoeden. Initieel had de apotheker met zijn nieuwe recept immers een medicinale drank tegen hoofdpijn, vermoeidheid en andere ongemakken voor ogen. Zelf was hij tijdens de Amerikaanse burgeroorlog – in april 1865 – bijna fataal gewond geraakt. De jaren nadien gebruikte hij verdovingsmiddelen om de ondraaglijke pijn te verzachten en raakte hij verslaafd aan morfine. Hij ging daarom zelf op zoek naar een alternatief. In 1884 creëerde hij een op wijn gebaseerde drank als pijnstiller: “Pemberton’s French Wine Coca”, die hij omschreef als “samengesteld uit een extract van het blad van Peruaanse Coca (dat voor de verdovende werking zorgde dus), de zuiverste wijn en de kolanoot." De inspiratie voor zijn recept haalde hij trouwens bij een andere drank: “Vin Mariani”, van de Corsicaan Angelo Mariani (°17.12.1838-†01.04.1914). Pembertons wijn werd erg populair in de regio Atlanta totdat de anti-alcohollobby in 1886 Pemberton ertoe aanzette om een niet-alcoholisch alternatief te zoeken. Hij verving de wijn door een aromatische karamelkleurige suikersiroop. De siroop diende aangelengd te worden met koolzuurhoudend water en was nog steeds bedoeld als een medicinaal wondermiddel. Het recept voor Coca-Cola lag op tafel. 8. John Stith Pemberton besefte niet hoeveel potentieel het door hem ontwikkelde drankje had. Hij verkocht zijn bedrijf stukje bij beetje aan verschillende partners. Kort voor hij in 1888 overleed, verkocht hij zijn nog resterende aandelen in Coca-Cola aan Asa Griggs Candler. Deze Amerikaanse zakenman wist in de periode die volgde steeds meer aandelen te verwerven en kreeg uiteindelijk het merk volledig in handen. 9. De familie Candler deed haar belang in The Coca‑Cola Company in 1919 van de hand voor 25 miljoen dollar. Van een forse winstmarge gesproken… De zonen van Ernest Woodruff, Robert W. Woodruff en George W. Woodruff, hebben jarenlang de leiding gevoerd over The Coca-Cola Company. Met de oprichting van The Coca-Cola Export Corporation, in 1930, werd vanaf dan volop ingezet op de verkoop in het buitenland. 10. Coca-Cola was al sinds 1896 ook buiten de Verenigde Staten te koop. Onder meer in Cuba, Panama en Canada. 11. In 1927 kocht Gustave Van Gansen, zoon van een havenbaas in Antwerpen, na een zakenreis naar de Verenigde Staten een licentie aan om als eerste Coca‑Cola te mogen brouwen en bottelen in België. Hij zorgde voor de lancering van de frisdrank op de Belgische markt. Daarmee was België het derde land in Europa – na Frankrijk en Spanje – waar Coca-Cola zijn intrede maakte. Rond 1930 verkocht Van Gansen liefst honderd kratten frisdrank per dag. Coca-Cola was toen erg in trek bij de havenarbeiders, die er na het werk hun dorst mee lesten. Na vier succesvolle jaren moest de Antwerpse zakenman zijn productielicentie terug verkopen aan The Coca-Cola Company, die zich vestigde in Brussel. Hij bleef wel distributeur van het merk. 12. De heer Karel Van den Bergh. 13. De zogenaamde “Sprite Boy” verschijnt vanaf 1942 in advertenties in tijdschriften. 14. De Mechelse bottelarij Melibo oftewel Mechelse Limonade Bottelarij. 15. Tijdens de Tweede Wereldoorlog maakte de regering van de Verenigde Staten er zaak van dat de Amerikaanse soldaten Coca-Cola ook aan het front konden blijven drinken en dit voor slechts 5 cent het flesje. Een moment van klein nostalgisch geluk moest Coca-Cola hen brengen. Mobiele bottelinstallaties volgden de troepen langs de frontlijn. Een heuse onderneming. Meer dan 5 miljard flesjes werden op deze manier verdeeld onder het Amerikaanse leger. 16. Het initiatief voor de oprichting van Limobo kwam van de families Meurice en Grené. In eerste instantie was dit familiebedrijf enkel een Coca-Cola-verdeler. Vanaf 1949 startte de familie ook met het bottelen van dit product en de firma werd bovendien concessiehouder. Limobo startte in een gebouw op de Spoorwegstraat en Tiensesteenweg te Sint-Truiden. Omdat dit pand al spoedig te klein was voor de activiteiten verhuisde de bottelarij in 1952 naar een nieuw fabrieksgebouw in de Gazometerstraat. Omwille van het succes bleek het na een aantal jaren (1956) noodzakelijk om de vestiging uit te breiden met een nieuwe vleugel zodat de productie opgedreven kon worden. Het bedrijf werd in 1971 overgenomen door een nieuwe aandeelhoudersgroep die bestond uit de familie de Croÿ-Evrard. In 1974 besloot Limobo uit praktische overwegingen (geografische en uitbreidingsmogelijkheden) naar het industrieterrein van Hasselt te trekken. 17. In Brugge werd in 1949 Bottelarij Sobrumo NV oftewel Soutirage Brugeois Modèle opgericht. De Roeselaarse Distributiemaatschappij NV, of kortweg Rodima NV, bottelde sinds 1949 in Roeselare Coca-Cola. En in Turnhout sloten de broers Jean en Emile Van Milders voor de Kempische Bottelarij NV in 1950 een concessieovereenkomst af met The Coca-Cola Export Corporation. 18. De oprichtingsakte van Solomo NV werd op 10 februari 1951 neergelegd bij notaris Ignace Maes te Leuven. De initiële statuten werden in de bijlage voor rechtspersonen van het Belgisch Staatsblad gepubliceerd op 28 februari 1951 onder het nummer 2811. 19. Maurice Oversteyns was reeds een ervaren drankenhandelaar en bovendien sinds 1928 ook eigenaar van een limonade- en spuitwaterfabriek op de Diestsevest 66 te Leuven toen hij in 1951 Solomo NV oprichtte. Hij kende dus zijn vak. Reeds in 1947 moet hij Coco-Cola verhandeld hebben, leren ons drie brieven uit het Stadsarchief Leuven – allen gedateerd op 10 juli 1947 – die hij aan de burgemeester en schepenen van de stad Leuven richt. Hierin vraagt hij telkens de goedkeuring voor het plaatsen van een reclameplaat tegen de gevel van een koffiehuis (koffiehuis “Lovanium” in de Vaartstraat 3, koffiehuis “Mathieu” in de Leopold Vanderkelenstraat 16 en koffiehuis “Monico” in de Diestsestraat 37). Op de reclameplaten telkens de woorden: ”Drinkt Coca-Cola, heerlijk en verfrissend”. Voor wie nieuwsgierig is naar hoe dit afliep: de officiële toestemming voor het plaatsen van de drie reclamepanelen werd hem verleend op 7 augustus 1947. 20. De eerste gebouwen werden in 1951-1952, pal naast de toenmalige bakkerij Van Cleynenbreugel, opgetrokken. Het uitgebreide wagenpark van de bottelarij vond vanaf 1955 een plaats in de extra garages die omstreeks die periode bijgebouwd werden. Begin jaren ’60 breidde de bottelarij verder uit met opnieuw een extra garageruimte en bijkomende burelen. Vervolgens werd er ook een nieuwe vleugel met grote vitrines langs de straatkant aangebouwd. Deze was in de loop van 1965 (of begin 1966) volledig klaar voor gebruik. Vernieuwing en bijkomende investeringen bleken telkens nodig. We vonden in de archieven van het Stadsarchief Leuven immers de aanvragen (en goedkeuringen) terug voor het installeren van nieuwe stoomketels, zowel in 1963 als in 1967.  21. Op de buitengewone algemene vergadering van 18 april 1952 werd een kapitaalsverhoging van 1.350.000 Belgische frank goedgekeurd.  Maar liefst veertien nieuwe aandeelhouders brachten extra kapitaal in, waaronder Alfons Braes, Jean Vastiau, René Dethier en Paul Dumont. Ook Maurice Oversteyns zorgde voor extra financiële middelen en bracht bovendien ook de gronden en de gebouwen, die tot dan toe op zijn naam stonden, in de vennootschap in. Paul Cattelain trad later toe als aandeelhouder. 22. Glasblazer Earl R. Dean was in dienst van de Root Glass Company (Terre Haute, Indiana). Alvorens zijn ontwerp op papier te zetten, bestudeerde hij de vorm van kolanoten en cocabladeren, de ingrediënten van Coca-Cola, met de bedoeling de vorm van de fles daarop te baseren. In de Encyclopædia Britannica stuitte hij echter op een afbeelding van een cacaopeul, die de rondingen en vormen had die hij beter voor zijn doel geschikt achtte dan die van de kolanoot of de cocaplant. Hij nam van de cacaopeul de karakteristieke bolvorm over, evenals de verticale groeven. Het prototype is nooit in productie genomen omdat de middelste diameter groter was dan de basis. Volgens Dean zou hij hierdoor onstabiel worden op de lopende band in de bottelarijen. Dean maakte vervolgens de middeldiameter en de bodem gelijk en de Contour Coca-Cola-fles was geboren! Op 16 november 1915 werd het ontwerp van de fles gepatenteerd op naam van Deans chef, de Zweed Alexander Samuelson. 23. Denk je aan Coca‑Cola, dan denk je aan de herkenbare, rode kleur. Waar die kleur rood vandaan komt? Dat gaat flink wat jaren terug. Vanaf het midden van de jaren 1890 gebruikte Coca-Cola rode vaten om hun siroop in te vervoeren, zodat belastingmedewerkers ze tijdens het transport makkelijk van alcohol konden onderscheiden. Nadien is de rode kleur steeds meer verweven geraakt met het merk. 24. Enkel het estaminet van Jan Joostens (°14.10.1908-†20.06.1987) en Bertha Dechamps (°20.01.1909-†17.02.1986) is vandaag nog een Vlierbeeks stamcafé. Café “In den Rozenkrans” bevindt zich binnen de muren van de Abdij Van Vlierbeek en wordt vandaag uitgebaat door Joris Vanautgaerden. Toen Jan er in de beginjaren Coca-Cola leverde, heette het café nog “In de Abdij”. Het café dankt zijn huidige naam aan de opnames van de populaire serie “Wij, heren van Zichem” naar de verhalen van Ernest Claes. In 1970 schilderde de televisieploeg “In den Rozenkrans” boven de deur en die naam heeft het Vlierbeekse estaminet sindsdien behouden. Café “Pie de Nijper”, gelegen aan de Holsbeeksesteenweg 139, was decennialang eveneens de ontmoetingsplaats van de buurt. Veertig jaar lang zwierde Emerance Dormaels (°09.10.1921-†31.08.2010) er de plak als cafébazin.  Op 31 augustus 2014 viel echter het doek over dit Vlierbeekse stamcafé. Ook Café “Het Bieduif’ke” gelegen aan de Borstelstraat 48 – waar ooit Maria achter de toog stond – en café “De Biekorf” op de hoek van de Richard Valvekensstraat met de Diestsesteenweg zijn vandaag uit het straatbeeld verdwenen. Net zoals het café van Juul en Bertha, dat enkele huizen verder dan bottelarij Solomo op de Diestsesteenweg lag. Dit was trouwens het stamcafé van de werknemers van de bottelarij. Na hun werkuren zakten ze dan regelmatig met meneer Braes naar dit café af om er de werkdag gezellig af te sluiten. 25. Instituut van het Heilig Hart en van de Onbevlekte Ontvangenis, Naamsesteenweg 355, 3001 Heverlee. 26. Marcel Coosemans (°22.11.1917-†15.12.1995), zoon van Petrus Coosemans, van café “Pie de Nijper”. Marcel organiseerde vaak filmvoorstellingen in zijn café en wist dus perfect hoe deze apparatuur werkte. 27. Fanta ontstond in 1940, tijdens de Tweede Wereldoorlog dus, in Essen (Duitsland) toen Coca-Cola Duitsland niet meer aan de juiste ingrediënten voor Coca-Cola kon komen en daarom een vervangende frisdrank volgens eigen receptuur ging maken. Omdat contact met het hoofdkantoor van Coca-Cola in Atlanta niet mogelijk was, is Fanta ontwikkeld zonder toestemming of overleg. In 1941 werd Fanta geregistreerd als een Duits merk. Na de oorlog zijn de merknaam en het recept van Fanta overgedragen aan het hoofdkantoor van Coca-Cola. De naam Fanta is afgeleid van de Duitse woorden “fantastisch” (fantastisch) en “fantasievoll” (fantasierijk) en het drankje bestond initieel voornamelijk uit wei en appelpulp. Fanta kreeg de welbekende sinaasappelsmaak van een bottelaar in Napels (Italië) in 1955 en sindsdien wordt het zo wereldwijd gedronken. Sinds 1962 is Fanta ook in België verkrijgbaar. Sprite, een kleurloze frisdrank met citroen- en limoensmaak, werd voor het eerst ontwikkeld in West-Duitsland in 1959 als “Fanta Klare Zitrone”. Het drankje werd in 1961 geïntroduceerd in de Verenigde Staten onder de huidige merknaam Sprite. Vandaag is Sprite in meerdere smaken verkrijgbaar. 28. Marie Thumas was een groenten conservenfabriek gevestigd langs de Leuvense Vaart in Wilsele. Het werd opgericht in 1886 door de Doornikse ingenieur Edmond Thumas (°1847-†1923), wiens vrouw Marie Durieux (°1854-†1932) heette. Vandaar de naam van dit gekende conservenmerk. 29. Op de algemene vergadering van Solomo NV van 28 mei 1974 werd het ontslag aanvaard van de beheerders-aandeelhouders van Solomo NV, met name de heer Pierre Dumont, de heer Charles Mestdagh en mevrouw Coquelet-Dethier. Burggraaf Philippe de Spoelbergh, de heer Paul Van Roey en de heer Norbert Verdonckt werden aangesteld als nieuwe beheerders-aandeelhouders. Op de algemene vergadering van 27 mei 1975 wordt vervolgens ook het ontslag van de laatste initiële beheerders-aandeelhouders van Solomo NV aanvaard: de heer Jean Vastiau en de heer Paul Cattelijn. De heer William De Muynck werd aangeduid als commissaris. De overname door Brouwerij Artois was een feit. 30. The Coca-Cola Company refereert in meerdere reclamecampagnes naar hun Coke als “The Real Thing”. Zo lanceerden ze in 1969 hun slogan “It’s The Real Thing” en in 1990 klonk het als “You Can’t Beat the Real Thing”. 31. De gebouwen aan de Diestsesteenweg kwamen leeg te staan en werden door de sloophamer met de grond gelijkgemaakt. Ze maakten plaats voor supermarkt Delhaize, die er op 28 november 1985 van start ging. 32. The Coca-Cola Company kocht alle concessies van de lokale bottelarijen in ons land terug en groepeerde haar bottelarijen en magazijnen in de vennootschap Coca-Cola Beverages België, opgericht in 1991. In 1996 werd Coca-Cola Beverages België op haar beurt en samen met Coca-Cola Beverages Frankrijk dan weer opgekocht door Coca-Cola Enterprises: een spin-off van The Coca-Cola Company, opgericht in 1986 om de onafhankelijke bottelaars – overal ter wereld - te consolideren. Op 6 augustus 2015 fusioneerde Coca-Cola Enterprises vervolgens met het Spaanse Coca-Cola Iberian Partners en het Duitse Coca-Cola Erfrischungsgetränke AG tot Coca-Cola European Partners. Vandaag overkoepelt dit fusiebedrijf een vijftigtal bottelarijen en bedient het zo’n driehonderd miljoen West-Europese consumenten. Ook de vestigingen in Zwijnaarde (Gent), Wilrijk (Antwerpen) en Chaudfontaine maken deel uit van deze structuur.   ©Tekst: Heemkundige Kring Vlierbeek vzw.   Omdat je een geschiedkundig onderzoek nooit alleen voert, geven we hier graag de lijst van onze gebruikte bronnen weer.   Uiteraard gaat onze bijzondere dank uit naar de heer Jan Van Aerschot, mevrouw Marie-Jeanne Braes en mevouw Eveline Der Mul. Zonder hun getuigenis hadden we het verhaal van Solomo NV niet in geuren en kleuren kunnen brengen. Daarnaast willen we graag nog de onderstaande personen bedanken. Allen waren zij op één of andere manier verbonden in onze zoektocht naar het vergeten verhaal van Solomo NV. We zijn hen zeer dankbaar voor alle informatie die zij ons aanreikten.   De heer Michaël Adriaens, opvolger van notaris Ignace Maes. De heer Omer Bellen, voormalig leerkracht en directeur van de Broederschool in Blauwput. De heer Constant Berghen, buurtbewoner en voormalig technicus bij Solomo NV. De heer Jacques Callens, voormalig Corporate Director Marketing Research and Performance systems AB InBev. De heer Marc Carnier, Rijksarchief Leuven. Mevrouw Marika Ceunen, Stadsarchief Leuven. Mevrouw Ria Christens, Cultureel Erfgoed Annuntiaten Heverlee. De heer Marc Cornelis, voorzitter van de heemkundekring Het Bezemklokje van Turnhout. De heer Hans Dechamps, buurtbewoner. Mevrouw Malvina De Cae, buurtbewoonster. De heer Chris De Craene. De heer Florimont Fripon, voormalig werknemer van Solomo NV. De heer Johan Goes, voormalig Logistics Operations Director Benefralux AB InBev. De heer Kamiel Konings, echtgenoot van mevrouw Marie-Jeanne Braes. De heer Frank Lefever, secretaris Kerkfabriek Vlierbeek. Mevrouw Alix Lieben, buurtbewoonster en erg bedreven in stamboomonderzoek. De heer Johan Ons, voormalig werknemer bij Solomo NV en fervent Coca-Cola verzamelaar. De heer Bart Sas, Archivaris Stadsarchief Turnhout. Mevrouw Linda Stiers, Ondernemingsrechtbank Leuven. De heer Guy Vanautgaerden, voormalig National Wholesaler Manager AB InBev. De heer Gerrit Vanden Bosch, Archivaris Aartsbisdom Mechelen-Brussel. De heer Hans Vandeput, buurtbewoner. De heer Marc Vandeput, zoon van Jacques Vandeput. De heer Eric Vastiau. De heer Jos Van Cleynenbreugel, buurtbewoner. Mevrouw Agnes Van de Gaer, dochter van Gust Van de Gaer. De heer André Van de Gaer, zoon van Gust Van de Gaer. De heer Kristof Van Gansen, achterkleinneef van Gustave Van Gansen.    Graag doen we hierbij ook een oproep aan jou. Kan je ons nog bijkomende informatie aanreiken over Solomo NV? Altijd zeer welkom voor het verdere onderzoek van onze Heemkundige Kring Vlierbeek vzw! Of misschien ken je wel nazaten van de voormalige werknemers of aandeelhouders? Dan mag je ons zeker met hen in contact brengen. Graag zouden we nog de ontbrekende namen willen achterhalen van de heren en dames op de foto’s met nummer 1, 10, 11, 12 ,21, 22, 23, 24. Weet jij meer? Je mag ons steeds een mailtje sturen via heemkundigekring@abdijvanvlierbeek.be     De Heemkundige Kring Vlierbeek vzw heeft haar uiterste best gedaan om bronnen en rechthebbenden van beeldmateriaal dat op deze webpagina getoond wordt, te achterhalen. Wanneer desondanks beeldmateriaal wordt getoond waarvan je (mede)rechthebbende bent en je voor het gebruik ervan niet als bron of rechthebbende wordt genoemd, of je hebt voor het gebruik geen toestemming verleend, dan mag je ons steeds een mailtje sturen via heemkundigekring@abdijvanvlierbeek.be  

» Ga verder

21 april 2021

Ga je mee op kroegentocht?

Nog even en dan kunnen de deuren van “In den Rozenkrans” eindelijk weer open… iets waar we met z’n allen al wekenlang naar uitkijken. Dat ons Vlierbeekse stamcafé een bijzonder pareltje is, ontging ook het Stadsarchief Leuven niet. “In den Rozenkrans”, gelegen binnen onze abdijmuren en uitgebaat door Joris Vanautgaerden en zijn team, verdiende dan ook zonder meer een plaatsje op de lijst van “15 Leuvense cafés, 15 aparte verhalen”. Ter gelegenheid van Erfgoeddag worden deze unieke kroegen dit weekend in de kijker geplaatst. En ons Vlierbeekse estaminet is er één van!   Breng dus zeker op zaterdagavond 24 april of op zondag 25 april een bezoekje aan de boeiende Café-Expo op de Grote Markt in Leuven en duik mee in de geschiedenis van “In den Rozenkrans”… een geschiedenis die onlosmakelijk verbonden is met onze Abdij van Vlierbeek. Hoewel het café ver buiten het centrum van Leuven gelegen is, heeft het bovendien een roemrijk studentenverleden. En uiteraard mogen we ook Janneke en Bertha niet vergeten! Wist je trouwens dat het café zijn huidige naam dankt aan de opnames van de populaire serie “Wij, heren van Zichem” naar de verhalen van Ernest Claes? In 1970 schilderde de  televisieploeg “In den Rozenkrans” boven de deur en die naam heeft ons Vlierbeekse estaminet sindsdien behouden. Je ontdekt het allemaal en veel meer op de openlucht expo van het Stadsarchief Leuven!   Meer informatie over de Leuvense Café-Expo vind je op de website van Erfgoedcel Leuven via deze link. Marika Ceunen van het Stadsarchief Leuven neemt je in het volgende filmpje alvast graag mee op kroegentocht:     Erfgoeddag staat dit jaar in het teken van “De Nacht”. Allerlei openlucht activiteiten, expo's (al dan niet op reservatie) en digitale activiteiten staan op de agenda. Of wat denk je er van om met je bubbel op ontdekkingstocht te gaan langs knusse en ruwe dansvloeren, donkere en fel verlichte gevels en oneindig veel grote en kleine verhalen? Je kan deze verhalen onderweg beluisteren via QR-codes op 16 locaties in de Leuvense binnenstad.   Nu al benieuwd naar wat het Leuvense erfgoed je dit weekend te bieden heeft? Ontdek dan hier het volledige programma: www.erfgoedcelleuven.be/erfgoeddag   ©Tekst: Heemkundige Kring Vlierbeek vzw in samenwerking met Stadsarchief Leuven. ©Foto's: Heemkundige Kring Vlierbeek vzw en Stadsarchief Leuven.  

» Ga verder

4 april 2021

We wensen je een vrolijk Pasen!

Graag wensen we je vandaag een fijn paasfeest toe. Voor veel Vlierbekenaren is Pasen een moment om naar onze abdijsite af te zakken voor de traditionele paasviering en de aansluitende paaseierenworp. Helaas, ook dit jaar zullen we het zonder moeten doen... Echter om 12 u zullen de klokken van onze abdijkerk wél feestelijk luiden!         ©Tekst: Abdij van Vlierbeek in samenwerking met de Gemeenschapsploeg Vlierbeek.                                  

» Ga verder

1 april 2021

Vlierbeekweide in nieuw groen jasje

Vandaag pakken we uit met leuk nieuws voor de kinderen uit onze buurt. Vlierbeekweide, het bestaande grasland gelegen op de hoek van de Molenstraat en de Kortrijksestraat, zal de volgende weken immers heringericht worden tot een avontuurlijk speellandschap. Jongens en meisjes zet je schrap en leg je speelkleren dus alvast maar klaar! Natuur en avontuur Momenteel bestaat het speelterrein slechts uit een grasvlak en twee voetbalgoals. Omdat de belevingswaarde heel beperkt is en zowel de kinderen van de Vrije Basisschool Vlierbeek (gekend als de Abdijschool) als de buurt wat extra belevingsvolle speelruimte kunnen gebruiken, engageert Stad Leuven zich dit speelterreintje her in te richten.   Begin april zullen de werken al van start gaan zodat tegen eind mei het nieuwe speellandschap volledig klaar zal zijn om er volop te ravotten! De geplande ingrepen worden eenvoudig gehouden met een bewuste keuze voor een beperkt materiaalgebruik. De klemtoon zal worden gelegd op het in contact brengen van de kinderen met natuur en avontuur.     Het terrein zal worden aangekleed met een aantal grote natuurkeien en gerecupereerde boomstammen. Er zullen ook inheemse struiken en bomen aangeplant worden die voor schaduw zorgen en de belevings- en natuurwaarden zullen vergroten. Bijkomend worden een reeks grote bloemenborders met vaste planten en eenjarige bloemen aangelegd.   Een deel van het grasland zal vaak gemaaid worden (intensief beheer), daar waar de voetbalgoals opnieuw ingeplant worden en waar de kinderen volop kunnen spelen. Een ander deel van het grasland zal slechts sporadisch gemaaid worden (extensief beheer), wat extra belevingswaarde en natuurwaarde zal opleveren.   Ook aan het comfort van de (groot)ouders wordt uiteraard gedacht. In het ontwerp werden immers ook enkele zitbanken en een picknickhoek opgenomen. Gedeeld gebruik met de Abdijschool Het terrein zal uit twee delen bestaan,  gescheiden door een kastanje hekwerk. Het buitendeel (tegen de straatkant gelegen) zal steeds voor iedereen toegankelijk zijn. Het binnendeel zal gedeeld gebruikt worden. Tijdens de schooluren zal het steeds voorbehouden worden voor de kinderen van de Abdijschool. Buiten de schooluren zal het echter ook toegankelijk zijn voor de kinderen uit de buurt.   De kinderen van de Abdijschool zullen trouwens nauw betrokken worden bij de aanleg van hun nieuwe speelterrein. Zij mogen binnenkort immers mee de handen uit de mouwen steken en er samen met hun juf of meester zonnebloemen en andere eenjarigen inzaaien. Ook schilderden zij de afgelopen weken alvast grote keien in vrolijke kleuren. Deze kunstwerkjes zullen een artistieke invulling bieden aan het nieuwe speelterrein.   Eén ding is zeker: het wordt nu nog meer uitkijken naar de zomer om volop te kunnen genieten van dit nieuwe plekje “groen” in Vlierbeek!   We geven graag ook even mee dat de buurtbewoners zeer binnenkort nog een officiële communicatie van Stad Leuven in hun brievenbus mogen verwachten.     Voorontwerp Stad Leuven speelterrein Vlierbeekveld. (Klik op de schets om het voorontwerp meer in detail te bekijken).   ©Tekst: Abdij van Vlierbeek in samenwerking met Stad Leuven. ©Foto's: Abdij van Vlierbeek.  

» Ga verder

26 maart 2021

Welkom tijdens de Goede Week

Tijdens de Goede Week openen we graag de deuren van onze abdijkerk voor een moment van persoonlijk gebed en bezinning. Op Palmzondag nodigen we je bovendien uit om een gewijd palmtakje te komen afhalen.                         Palmzondag 28 maart: kerk open van 10 tot 17 uur, palmtakjes zullen beschikbaar zijn.   Witte Donderdag 1 april: kerk open van 14 tot 20 uur voor stil gebed en bezinning.         Goede Vrijdag 2 april: kerk open van 14 tot 20 uur voor stil gebed en bezinning.   Paaszaterdag 3 april: kerk open van 14 tot 20 uur voor stil gebed en bezinning.   Pasen 4 april: kerk open van 10 tot 17 uur voor stil gebed en bezinning.          ©Tekst: Abdij van Vlierbeek in samenwerking met de Gemeenschapsploeg Vlierbeek.                                    

» Ga verder

21 maart 2021

Een stukje muzikaal erfgoed

Het is alweer een hele tijd geleden dat we met z’n allen nog van de prachtige muzikale klanken van het Le Picard-orgel in onze abdijkerk konden genieten. Om vandaag toch een beetje in zondagsstemming te komen, deelt organist en klavecinist Paul Van Hooff een fragmentje muzikaal erfgoed met ons. We nodigen je graag uit om even met ons mee te luisteren.   Het werkje is een "Andante" van de in Luik geboren musicus Dieudonné Raick (°1703-†1764). Van 1726 tot 1741 bespeelde Dieudonné het orgel van de Leuvense Sint-Pieterskerk. Nadat hij te Antwerpen tot priester was gewijd behaalde Raick tijdens zijn Leuvense ambstermijn de graad van licentiaat in burgerlijk en kerkelijk recht aan de plaatselijke universiteit.   Als beroemd componist-organist was Dieudonné Raick op 21 februari 1739 te gast in Vlierbeek toen hij samen met Philip Jakob Van den Eynde, organist van de Leuvense Jezuïetenkerk, het orgel van onze abdijkerk kwam keuren.       Van zodra het weer mag, zullen organist Paul Van Hooff en fluitiste Odette Meyers de zondagsviering in de Onze-Lieve-Vrouwekerk opnieuw muzikaal begeleiden. We houden je graag verder op de hoogte via onze webpagina Bespeling van het Le Picard-orgel.   Tekst: ©Heemkundige Kring Vlierbeek in samenwerking met organist en klavecinist Paul Van Hooff. Foto 1: De titelpagina van de originele druk van de compositie waaruit het gespeelde werkje afkomstig is. De partituur werd uitgegeven te Brussel circa 1740. ©Bibliotheek van het Koninklijk Conservatorium, Brussel. Foto 2: Organist en klavecinist Paul Van Hooff samen met fluitiste Odette Meyers. ©Paul Van Hooff.

» Ga verder

8 maart 2021

Moeder Lippens op de Kesselberg

Op Internationale Vrouwendag willen we graag Suzanne Lippens in de kijker plaatsen. Je zou niet meteen vermoeden dat er een link bestaat tussen deze markante dame uit Knokke-Heist - moeder van de pas overleden burgemeester Leopold Lippens - en Vlierbeek.1 Toch deed een unieke gebeurtenis op 23 januari 1930 de jonge juffrouw Lippens naar nergens minder dan de Kesselberg afzakken.     Foto 1: Suzanne Lippens op een zweefvliegtuig, type Sabca Junior. Vliegveld Haren-Evere. 1931. © Jacques Hersleven, KIK-IRPA, Brussel (België). Dochter uit een vooraanstaande familie Suzanne Lippens werd begin 20ste eeuw in Gent geboren, op 25 mei 1903 om precies te zijn. Ze was de oudste dochter van Maurice August Lippens (°21.08.1875-†12.07.1956) en Madeleine Peltzer (°08.11.1883-†01.08.1972). De naam Lippens linken we vandaag automatisch aan een mondaine badplaats aan onze Belgische kust, maar eigenlijk was de Waaslandse gemeente Moerbeke de bakermat van de familie.    Suzanne - of Suzy zoals ze ook wel genoemd werd - stamde uit een geslacht waarvan de verwezenlijkingen reeds lang in de Belgische geschiedenisboeken gegrift staan. Vanuit Moerbeke maakte de familie naam, eerst als specialisten in inpolderingswerken en het droogleggen van schorren en overstroomde gebieden, nadien als suikerfabrikanten. De heren uit het geslacht Lippens bekleedden daarnaast sinds jaar en dag een politiek ambt. Ook Suzannes vader erfde deze voorliefde voor de politiek en verwierf een indrukwekkende reeks mandaten. Zo was hij burgemeester van Moerbeke, gouverneur van Oost-Vlaanderen, gouverneur-generaal ook van voormalig Belgisch-Congo en tevens minister in opeenvolgende regeringen. In 1921 werd Maurice August Lippens bovendien in de adelstand opgenomen, waarna hij in 1936 de persoonlijke titel van graaf verkreeg.   In datzelfde jaar huwde Suzanne met haar achterneef Léon Lippens (°06.09.1911-†16.06.1986). Ook hij maakte carrière in de politiek: van 1947 tot 1966 bekleedde hij het burgemeestersambt van Knokke.2 We kennen hem verder als de grondlegger van natuurreservaat het Zwin. Suzanne en Léon kregen vier kinderen: Mary (°1937), Elisabeth (°06.05.1939), Leopold (°20.10.1941-†19.02.2021) en Maurice (°09.05.1943). De twee zonen zouden tijdens hun loopbaan op hun beurt op de publieke voorgrond treden: Leopold, eerst als schepen en nadien als burgemeester van Knokke-Heist en Maurice, als voorzitter van de Fortis-groep. Vlieglessen in het geniep Vandaag willen we echter Suzanne Lippens even uit de schaduw halen van de heren uit het geslacht Lippens. Suzanne was immers een zeer markante dame. Van jongs af aan ontpopte ze zich tot een sportieve vrouw en ging ze een avontuurlijke uitdaging niet snel uit de weg. Ook de fascinatie voor de vliegkunst, die ze al op jonge leeftijd opdeed, zou haar nooit meer loslaten. In 1927 besloot ze daarom lessen motorvliegen te gaan volgen, in die tijd eerder ongewoon voor een dame. Stiekem schreef ze zich in bij de vliegschool van Jean Stampe (°17.04.1889-†15.01.1978) in Deurne.3 Toen haar vader hierachter kwam, was hij in eerste instantie zeer boos op zijn dochter, bang immers dat haar iets zou overkomen. Suzanne wist hem echter te overreden en al gauw werd hij haar ware steun en toeverlaat. Op 28 juni 1928 behaalde juffrouw Lippens dan ook als eerste vrouw in België het vliegbrevet van amateur-piloot voor motorvliegtuigen.                                      Maar niet enkel motorvliegtuigen intrigeerden Suzanne. Ook de opkomende zweefvliegsport fascineerde haar mateloos. Ze trok daarom naar de zweefvliegschool op de Wasserkuppe4 in Duitsland - destijds het Mekka van de zweefvliegerij - en volgde er les. Hier leerde ze Wolf Hirth (°28.02.1900-†25.07.1959), zweefvliegpionier en zweefvliegtuigontwerper, kennen. Het is onder meer dankzij dochter en vader Lippens (in zijn functie als minister van Luchtvaart, maar ook als groot bewonderaar) dat Wolf Hirth, met intussen de nodige faam in het wereldje van het zweefvliegen, op 23 januari 1930 te gast was op de Kesselberg.   Foto 2: Het vliegbrevet van amateur-piloot voor motorvliegtuigen met nummer 170 uitgereikt door de Koninklijke Belgische Aero-Club. © Schmelzer, B. (2010). Zweefvliegen in Vlaanderen. Een fascinerend avontuur in stilte. Pagina 57. Archief familie Lippens. Foto 3: Suzanne Lippens, klaar om samen met haar vader naar Engeland te vliegen waar ze de Schneider Cup Race zullen bijwonen. 5 september 1929. © https://www.akg-images.co.uk/ Foto 4: De aankomst van Wolf Hirth werd met een telegram bevestigd. © Schmelzer, B. (2010). Zweefvliegen in Vlaanderen. Een fascinerend avontuur in stilte. Pagina 15. Archief familie Lippens. De Kesselberg, als uitverkoren plaats voor zweefvliegen in België In dat jaar – 1930 dus - ondernam Wolf Hirth immers een wereldtournee. Hiermee wou hij de ontwikkeling van het zweefvliegen promoten en de mogelijkheden van deze nieuwe sport demonstreren. Suzanne Lippens nodigde Hirth uit om ook in ons land een demonstratie te komen geven. Dit was echter de periode waarin de kennis van het fenomeen thermiek5 nog in haar kinderschoenen stond. Daarom vlogen de piloten bij voorkeur heen en weer langs een helling, want met de hellingstijgwind5 was men toen wel al goed vertrouwd. Het kwam er dus op aan een geschikte plaats te kiezen in België, die ook voldoende centraal gelegen was. Zo konden de initiatiefnemers rekenen op een maximum aan belangstellenden.   Onze eigenste Kesselberg beantwoordde het meest aan de gestelde eisen. Het was op de helling van deze langgerekte heuvel dat Wolf Hirth op 23 januari 1930 dan ook een demonstratievlucht kwam uitvoeren.6 Niet alleen Suzanne Lippens keek die dag gespannen toe. Een grote menigte nieuwsgierigen was immers toegestroomd, onder wie heel wat burgerlijke en militaire autoriteiten en vele professoren en studenten van de (toen Franstalige) UCL (Universitas Catholica Lovaniensis).     Onder perfecte weersomstandigheden – er stond die dag een krachtige wind met een windkracht van maar liefst 11 meter per seconde - werd het zweefvliegtoestel de lucht ingetrokken.7 Hier kwam de nodige spierkracht van pas. Vooraan de neus van het vliegtuig was er immers een trekhaak voorzien, waaraan het midden van een elastische rubberkabel - de zogenaamde sandow - bevestigd werd. Enkele gespierde mannen hielden het toestel achteraan vast met een kort stuk touw, dat aan de staart hing. Vooraan namen twee groepen trekkers de uiteinden van de sandow ter hand. Nu een dertigtal stappen zijwaarts en voorwaarts marcheren - zodat de sandow in een V-vorm kwam te liggen - en dan lopen tot de rubberkabel de grens van de tractie bereikt had. Iemand van het team achteraan riep: “Los!”. En daar ging hij…   Het zweefvliegtuig werd vooruit gekatapulteerd en de sandow viel van de trekhaak. Wolf Hirth bleef precies 1 uur 3 minuten en 5 seconden in de lucht en brak daarmee een Belgisch duurrecord! Nadien zou Hirth - in een artikel in het Duitse tijdschrift “Der Adler” - toegeven dat hij evengoed twee of drie uren langs de helling heen en weer had kunnen blijven vliegen. De wind stond immers zeer gunstig. “Maar dit zou niet in het belang van de organisatoren geweest zijn. De zwever gedurende zo veel lange uren op een hoogte van 100 tot 120 meter gadeslaan, zou de toeschouwers - zo'n vijfhondertal- immers enkel verveeld hebben”, vulde hij aan.     De vlucht op de Kesselberg wekte niet enkel bij Suzanne Lippens enorm veel enthousiasme, maar was eigenlijk de katalysator voor het ontstaan van de eerste zweefvliegclubs in België, waaronder die van Leuven. Het Belgisch maandblad "La Conquête de l'Air", tevens oudste luchtvaarttijdschrift ter wereld, blokletterde zelfs: "Zweefvliegen is mogelijk in België!"     Foto 5: Poserend voor het zweefvliegtuig van Wolf Hirth van links naar rechts: Luitenant Maurice Damblon (°02.11.1892-†18.11.1959) (de eerste Belgische recordhouder in het zweefvliegen met een vlucht van 35 minuten en 4 seconden op 26 december 1924), Jacques Ledure (°26.03.1893-†16.05.1948) (piloot en autocoureur), de Duitse toppiloot Wolf Hirth, burggraaf Max Vilain XIIII (°23.05.1899-†18.06.1980) (piloot), juffrouw Suzanne Lippens met haar hondje Moke (dat haar steeds vergezelde) en majoor Albert Massaux (°08.01.1892-†24.03.1973) (voormalig wereldrecordhouder in het zweefvliegen met een vlucht van 10 uur, 19 minuten en 43 seconden op 26 juli 1925). © La Conquête de l’Air, 26ste jaargang, 1930. Foto 6: Een provisorische maaltijd, maar toch lekker, dankzij de dames die eraan gedacht hadden boterhammen mee te nemen naar de Kesselberg. Van links naar rechts: kolonel Jules Smeyers (°06.06.1879-†02.08.1932) (die die dag door niets zal worden tegengehouden in zijn taak van tijdopnemer), Victor Boin (°28.02.1886-†31.03.1974) (hoofdredacteur van het maandblad La Conquête de l’Air en voormalig olympisch atleet), mevrouw Marchal (haar echtgenoot Albert Marchal was mede-oprichter en voorzitter van de raad van bestuur van SNETA “Syndicat National d'Etude des Transports Aériens”, een “experimentele luchtvaartmaatschappij”, die de voorloper was van Sabena), juffrouw Suzanne Lippens en majoor Albert Massaux. © La Conquête de l’Air, 26ste jaargang, 1930. Foto 7: Het zweefvliegtuig van Hirth werd gelanceerd met behulp van een sandow. © Schmelzer, B. (2010). Zweefvliegen in Vlaanderen. Een fascinerend avontuur in stilte. Pagina 192. Archief Frans Van Humbeek. Foto 8: Enkele studenten van de universiteit van Leuven zorgen voor het terugbrengen van het zweefvliegtuig naar zijn startpunt. © La Conquête de l’Air, 26ste jaargang, 1930. Foto 9: Groepsfoto voor het zweefvliegtuig nadat het Belgisch record zweefvliegen was gebroken. Van links naar rechts: piloot Wolf Hirth, zijn mecanicien, majoor Massaux en Victor Boin. © La Conquête de l’Air, 26ste jaargang, 1930. Een markante dame, die de weg baande Ook Suzanne Lippens kwam voor de Tweede Wereldoorlog nog herhaaldelijk in de pers met bijzondere luchtvaartprestaties – zowel in het motorvliegen als het zweefvliegen. Ze brak immers het ene record na het andere.   Zo behaalde ze als eerste landgenote op 10 mei 1930 haar C-brevet8 zweefvliegen op de Wasserkuppe. Over het behalen van dit vermaarde brevet schreef Suzanne zelf het volgende: “Ik was opvallend rustig. Ik werd op 30 à 40 meter gekatapulteerd en voelde de kracht van de wind. Ik voelde me "anders" dan voorheen. Ik was in een toestand van rust en waardigheid. Ik vloog als op rails. […] Ik genoot meer dan ooit. Mijn lichaam scheen in harmonie te zijn met mijn vliegtuig en met de wind. De vleugels voelden als een verlengstuk van mijn schouderbladen aan. Het geluid beperkte zich uitsluitend tot het gesuis van de wind. Ik wou gewoon in de lucht blijven en niet meer landen. Zo had ik het nooit meegemaakt en zou ik het later ook nooit meer meemaken. Die beroemde ene vlucht die men nooit vergeet!”   In de zomer van 1930 landde Suzanne ook als eerste vrouwelijke pilote met haar hemelsblauwe motorvliegtuig, type Gipsy-Moth, op het pas aangelegde vliegveld van Knokke-Zoute.9 Op 28 augustus van datzelfde jaar vestigde ze bovendien een Belgisch record toen ze met haar motorvliegtuig “Mop” als eerste dame alleen het Kanaal overvloog, een twee uur durende vlucht van Cornwall in Engeland naar het Zoute.       Nog geen twee maanden later, op 14 oktober 1930, zette juffrouw Lippens in Folkestone (Engeland) ook het vrouwelijke wereldrecord zweefvliegen op haar naam en dit met een vlucht van 35 minuten. Slechts enkele maanden later, op 24 mei 1931, verbeterde ze in Brighton (Engeland) haar eigen record alweer door 1 uur en 21 minuten in de lucht te blijven. Ook voor koning Albert I bleven deze prestaties niet onopgemerkt. Als blijk van waardering bevorderde hij de jonge dame in 1931 tot Ridder in de Leopoldsorde.   In 1934 haalde Suzanne opnieuw de krantenkoppen. M. de Dardel, een Zweeds minister die in België verbleef, ontving dat jaar slecht nieuws over de gezondheid van zijn zoon. Hij wou dan ook zo snel mogelijk terug naar Stockholm. Met de trein of de wagen zou de rit al gauw zo’n zesendertig uren geduurd hebben, maar juffrouw Lippens stelde voor hem met haar privévliegtuig over te vliegen.10 Zo legde ze op 17 april 1934 als eerste pilote het traject Brussel-Stockholm in slechts 7 uur en 30 minuten af. “En dan nog wel met een dame als piloot”, zo schreef het Limburgsch Dagblad. Dat Suzanne Lippens de weg baande voor heel wat dames na haar, is niet overdreven!       Foto 10: Suzannes Duitse zweefvliegbrevet met vermelding van haar C-vlucht. © Schmelzer, B. (2010). Zweefvliegen in Vlaanderen. Een fascinerend avontuur in stilte. Pagina 59. Archief familie Lippens. Foto 11: Suzanne landde in 1930 als eerste vrouwelijke pilote op het vliegveld van Knokke-Zoute. Rechts achter het toestel haar vader, Maurice August Lippens, met zijn regenjas op de arm. © Devroe, C. (1986). Luchtvaart en golf te Knokke-Zoute. Foto 12: Suzanne in haar zweefvliegtuig, type Professor. Hier in 1932 in Dunstable (Engeland). Het was ook met dit toestel dat ze in Folkestone en Brighton de records op haar naam wist te zetten. © Schmelzer, B. (2010). Zweefvliegen in Vlaanderen. Een fascinerend avontuur in stilte. Pagina 62. Archief familie Lippens. Foto 13: Suzanne samen met de Zweedse minister de Dardel. © Le Patriote Illustré (1934). "Sprongetjes" op het militair oefenterrein te Heverlee Als pionier van het zweefvliegen in België, hield Suzanne ook spreekbeurten in alle grote steden van het land, met als doel de zweefvliegsport te promoten. Haar inspanningen leverden resultaten op: er werden zweefvliegclubs opgericht in onder meer Antwerpen, Knokke, Brussel, Luik, Gent, Charleroi en Verviers.   Maar ook in Leuven werd in 1932 een eerste zweefvliegclub gesticht. Enkele studenten van de Leuvense universiteit, die de demonstratie op de Kesselberg bijgewoond hadden, waren immers laaiend enthousiast over deze nieuwe vliegsport. Ze vatten daarom het plan op om ook in Leuven een club op te richten. Onder hen ingenieursstudent André Goethals (°01.05.1909-†19.12.1979), tevens lid van de "Section Aéronautique Universitaire de Louvain" (Universitaire Luchtvaart Afdeling Leuven). In die hoedanigheid, had Goethals eerder ook mee voor de logistieke ondersteuning van de zweefvlucht op de Kesselberg gezorgd. De talrijke contacten die hij in die periode met Suzanne Lippens en Wolf Hirth had, kwamen hem – nu twee jaar later - zeker van pas. De Leuvense studenten konden bij de oprichting van hun zweefvliegclub immers rekenen op de hulp van juffrouw Lippens.   Begin januari 1932 zag de Leuvense zweefvliegclub de “Union Universitaire Louvaniste de Vol à Voile” of kortweg UULVV, dan ook het levenslicht.11 Als voortrekker kreeg André Goethals de rol van secretaris toebedeeld. Professor Albert Coppens (°06.08.1885-†07.06.1966) schreef het voorzitterschap op zijn naam.12 Voor de aankoop van hun eerste zwever van het type Kassel-12, die in die dagen rond de 6.000 BEF kostte, waren de clubleden op zoek gegaan naar een sponsor. Uiteindelijk konden ze de tabaksfabrikant Vander Elst hiertoe bewegen. Dat de Leuvense Kassel-12 de naam “Miss Belga” kreeg, was dus niet geheel toevallig.13   Het toestel kwam per trein vanuit Duitsland aan om vervolgens door de studenten van het station via de Parkpoort naar Heverlee gedragen te worden. Daar stelde een vriendelijke boer een schuur ter beschikking. Probeer het je eens voor te stellen! Op 20 januari 1932 werd het toestel feestelijk ingewijd door monseigneur Ladeuze (°03.07.1870-†10.02.1940), rector van de Leuvense universiteit. Ook Suzanne Lippens, even enthousiast als altijd, was van de partij. Zij kreeg de eer de gloednieuwe Kassel-12 te dopen en officieel in te vliegen.   Wat trouwens met de jaren in de vergetelheid geraakte, is dat het voormalig militair oefenterrein in Heverlee (gelegen tussen de Kerspelstraat, de Milseweg en Heverleebos) dé plek was waar alles zich destijds afspeelde!14 Op dit terrein - vandaag volledig bebost, maar in 1932 een kale vlakte - vonden immers de vliegactiviteiten van de Leuvense club plaats. Het terrein was licht hellend, wat toeliet iets langere vluchten met de zwever te maken. Een twaalftal studenten schreef zich in. Het lidgeld werd bewust democratisch gehouden en zij die geen geld hadden, hoefden zelfs niets te betalen. De eerste "sprongetjes" werden gemaakt onder leiding van instructeur Jean de Wouters d'Oplinter (°27.01.1905-†22.04.1973), tevens ondervoorzitter van de club. Men wou immers het risico niet lopen de kostbare Kassel-12 meteen te beschadigen. Na twee of drie vliegsessies werden de studenten dan voldoende ervaren geacht om alleen te vliegen. Zin voor avontuur leek dus wel een vereiste om lid te worden van de club. Zeker ook omdat de constructie van de Kassel-12 nogal rudimentair was: geen cockpit, maar een openluchtzitje vooraan. Geen wiel, maar een “schaats” die bijna elke keer dat ze trainden kapot ging. Geen instrumenten: het geluid van de wind tijdens de vlucht was het enige dat als snelheidsmeter kon worden gebruikt.   De Leuvense clubleden bouwden al snel een aanhangwagen voor hun zwever. Na twee maanden geoefend te hebben op het militair oefenplein, besloot de club met Pasen 1932 deel te nemen aan het tweede nationaal zweefvliegkamp te Hébronval, bij Vielsalm.15 In totaal telde men eenentachtig deelnemers. Onze Leuvense vliegclub was aanwezig met acht studenten en deed het helemaal niet slecht, want alle acht behaalden hun A-brevet en vijf van hen zelfs een eerste kwalificatie voor het B-brevet. Er vielen jammer genoeg ook brokken: de Leuvense Kassel-12 geraakte zwaar beschadigd tijdens een onvoorziene landing tussen de bomen. De piloot kwam er gelukkig met de schrik van af.   Na dit enthousiaste en veelbelovende begin zwakte de belangstelling voor het zweefvliegen in België wat af en vielen ook de activiteiten van de Leuvense club stil.16 Het versleuren van de toestellen was immers uiterst vermoeiend, de vluchten werden uitgevoerd op afgelegen en vanuit de stad vaak moeilijk bereikbare plaatsen en bovendien waren in de jaren ’30 van de vorige eeuw de mogelijkheden van het echte zweefvliegen nog niet uitgebreid gekend.  Na de Tweede Wereldoorlog kende het zweefvliegen - ook in Leuven - een tweede start en dit onder meer dankzij de bouw van tweezits vliegtuigen, de oprichting van professionele zweefvliegscholen, de ontwikkeling van kennis op het gebied van meteorologie en de bouw van meer geavanceerde zweefvliegtuigen en meer en meer ontwikkelde besturingsapparatuur.   Foto 14: Met het traditionele stukslaan van een fles champagne op de neus van het vliegtuig, doopte Suzanne op 25 april 1931 de zwever (type Sabca Junior met de naam Saint-Michel) van de Brusselse zweefvliegclub “VOLCEP” met als leden de ingenieursstudenten van de Université Libre de Bruxelles (ULB). Deze gebeurtenis vond plaats op het vliegveld van Haren-Evere. © Jacques Hersleven, KIK-IRPA, Brussel (België). Foto 15: Stafkaart van Leuven uit de jaren '30 van de 20ste eeuw. Ten zuiden van het stadscentrum van Leuven, in Heverlee, bevond zich het Militair Oefenterrein, ook wel  "Plaine d'Excercises" of "Nieuw Exercitieterrein" genoemd. De lengte van het terrein was ongeveer 600 meter van aan het kruispunt Hertogstraat/Kerspelstraat tot aan het kruispunt Milseweg/Vinkenbosstraat. Gespreid over dit traject was er een hoogteverschil van zo’n 20 meter. Het terrein helde immers enigszins af in de richting van de Abdij van Park, waardoor men hier al langere glijvluchten kon maken. Zowel de Leuvense zweefvliegclub UULVV als de Brusselse club CUCVSM (Cercle Universitaire Catholique de Vol Sans Moteur) vlogen op dit terrein. De leden van de CUCVSM – studenten van het Instituut Saint-Louis -  vlogen eerst in Zellik, maar gaven nadien ook de voorkeur aan het terrein in Heverlee. Deze Brusselse zweefvliegvclub had dan ook nauwe banden met de Leuvense club. Zowel Professor Albert Coppens als Jean de Wouters d'Oplinter en André Goethals waren immers niet enkel bij de oprichting van de Leuvense club in 1932 betrokken, maar hadden een jaar eerder – op 11 maart 1931 om precies te zijn - ook al het Brusselse CUCVSM opgericht. Bovendien stond de Brusselse zweefvliegclub ook open voor de Leuvense universiteitsstudenten. Klik op de kaart om deze in detail te bekijken. © www.cartesius.be. Een minzame dame met een edele naam Suzannes huwelijk, in 1936, met haar achterneef Léon Lippens leek haar zin voor avontuur behoorlijk te temperen. De zorg voor het gezin met vier kleine kinderen vroeg nu haar volle aandacht. Na de Tweede Wereldoorlog, zette ze zich - als echtgenote van de burgemeester van Knokke – echter in voor diverse goede doelen zoals dierenwelzijn, kinderbescherming en gehandicaptenzorg.    Na het overlijden van haar vader Maurice August Lippens, in 1956, erfde ze samen met haar man de adellijke titels van gravin en graaf. Als vooraanstaande dame met een edele naam is ze echter steeds een minzame persoonlijkheid gebleven. Ze trok zich terug uit het publieke leven en genoot van het dagdagelijkse in Knokke-Heist, de stad waar de naam “Lippens” voor altijd mee verbonden zal blijven. De stad ook, waarvan men weet dat Suzanne zich bijzonder voor de geschiedenis ervan interesseerde. Haar collectie oude prentkaarten is hiervan een levendig bewijs.   Als succesvol zweefvliegster, staat Suzanne vandaag de dag - jammer genoeg - nog weinig bekend. Toch ontving ze in december 1980 alsnog het ereteken "Compagnon d'honneur" van de “Fédération Aéronautique Internationale”, een mooie erkenning voor haar verdiensten in zowel het zweef- als motorvliegen. Suzanne Lippens woonde tot aan haar dood in Knokke-Heist, waar ze op 20 januari 1985 op eenentachtigjarige leeftijd overleed. Een markante dame, die de Kesselberg in 1930 voor ons op de kaart zette!   Foto 16: Suzanne met de pasgeboren Leopold in haar armen. 1941. © ORO Nieuws Knokke-Heist. Foto 17: Suzanne Lippens ontving op 13 december 1980 te Parijs het ereteken van de FAI, in aanwezigheid van minister Herman De Croo (°12.08.1937). © Schmelzer, B. (2010). Zweefvliegen in Vlaanderen. Een fascinerend avontuur in stilte. Pagina 60. Archief familie Lippens.      Na de online publicatie van dit artikel op 8 maart 2021, zijn inmiddels nieuwe gegevens en inzichten aan het licht gekomen die de Philipssite als vliegterrein van de Leuvense zweefvliegclub “Union Universitaire Louvaniste de Vol à Voile” (zoals eerder vermeld) uitsluiten. Recent historisch onderzoek wijst er eerder op dat deze eerste Leuvense zweefvliegclub reeds het nieuwe militaire oefenterrein in Heverlee gebruikte om zweefvluchten uit te voeren. Ook de inhuldiging van het zweefvliegtuig van de club op 20 januari 1932 heeft niet op de Philipssite plaatsgevonden, maar eveneens op het militair oefenterrein in Heverlee. Op basis van deze nieuwe gegevens, werd dit artikel aangepast.     Voetnoten: 1. De buurt rond de Kesselberg behoorde in 1930 nog officieel tot de parochie Vlierbeek. Pas op 1 juli 1942 immers werd in Holsbeek de nieuwe parochie Sint-Carolus opgericht. Deze parochie beslaat een deel van de gemeenten Holsbeek, Wilsele en Kessel-Lo (waardoor de parochie Vlierbeek dus een groot stuk diende af te staan). Op 4 april 1943 kreeg de parochie de toelating van het bisdom een nieuwe kerk te bouwen. De bouw van de nieuwe Sint-Caroluskerk zou echter heel wat jaren in beslag nemen. Pas op 23 augustus 1969 werd ze plechtig ingewijd. 2. Hoewel de wieg van de familie Lippens in het Waaslandse Moerbeke stond, was zij sinds 1784 ook mede-eigenaar van gronden te Knokke. Philippe-François Lippens (°01.04.1742-†04.01.1817), ervaren landmeter-inpolderaar en oudvader van Léon en Suzanne, had er in de nadagen van het Oostenrijkse regime immers grote stukken schorre aangekocht en ingedijkt, de zogenaamde Hazegraspolder. In 1787 kocht hij bovendien grote delen van de Zouteschorre en dijkte deze nog voor het eind van het jaar in. Meer dan honderd jaar lang wordt op de Hazegraspolder en de Zoutepolder enkel wat landbouw bedreven. En dat terwijl andere badplaatsen zoals Oostende, Blankenberge en zelfs Heist in de tweede helft van de negentiende eeuw reeds floreren als toeristische attractiepool. Dit zette de nakomelingen van Philippe-François Lippens in 1908 aan het denken. Samen met een andere eigenaarsfamilie van de Zoutepolder, richtten Maurice August Lippens (vader van Suzanne) en zijn neef Raymond Lippens (°20.10.1875-†25.09.1964) (vader van Léon) de “Compagnie Immobilière du Zoute” op: een vastgoedonderneming, die tegenwoordig “Compagnie Het Zoute” heet en als taak de verkaveling en ontwikkeling van Knokke toebedeeld kreeg. 3. Jean Stampe was een veteraan uit de Eerste Wereldoorlog, die – gepassioneerd door de vliegkunst - na de oorlog een vliegschool te Deurne oprichtte. 4. De Wasserkuppe is met zijn 950 meter de hoogste top van het Rhöngebergte, Duitsland. Je vindt hier uitstekende hellingstijgwinden (zie 5). 5. Thermiek ontstaat wanneer de warmere lucht boven de grond opstijgt. Hierin kunnen zweefvliegtuigen al cirkelend hoogte winnen om met de gewonnen hoogte grote afstanden af te leggen. Hellingstijgwind ontstaat aan de loefzijde van duinen, heuvels en bergen. De wind wordt aan deze zijde gedwongen om tegen de helling op te stijgen. Door met een zweefvliegtuig in deze stijgende lucht te gaan vliegen, is het mogelijk om uren in de lucht te blijven. Een voorwaarde is dat de helling hoog genoeg is, de wind hard genoeg is en de windrichting ongeveer loodrecht op de helling staat. 6. De dag voordien, op 22 januari 1930, voerde Wolf Hirth al een eerste proefvlucht uit op de Kesselberg. Ondanks de bijna volledige afwezigheid van wind bleef hij gedurende 4 minuten en 5 seconden in de lucht. Op zich een mooi resultaat gezien de weinig gunstige weersomstandigheden die dag. 7. Het toestel, dat Wolf Hirth gebruikte voor de demonstratievlucht op de Kesselberg, was een constructie beïnvloed door de Duitse ingenieur-ontwerper Alexander Lippisch (°02.11.1894-†11.02.1976). Dit zweefvliegtuig was eigenlijk eigendom van Max Kegel (°01.06.1894-†07.04.1983) – eveneens een Duitse pionier in het zweefvliegen - en werd destijds in de Duitse stad Kassel bij “Kegel-Flugzeugbau Kassel" gebouwd. Op de romp stond dan ook “Kassel”. In de toenmalige Belgische kranten en tijdschriften werd het daarom een Kassel genoemd, alhoewel een Kassel 20 of de later gebouwde Kassel 25 andere vliegtuigen zijn. 8. Om het brevet A te behalen, moest de leerling een zweefvlucht in rechte lijn van minimum dertig seconden uitvoeren, gevolgd door een geslaagde landing. De proef voor het brevet B was al heel wat moeilijker: die bestond uit een zweefvlucht van ten minste één minuut met twee wendingen in een rechte hoek, gevolgd door een normale landing op de startplaats. Deze vlucht moest nog voorafgegaan worden door twee vluchten in rechte lijn van minstens vijfenveertig seconden. Voor het brevet C was er een vlucht van minimum vijf minuten vereist, uitgevoerd op een hoogte die hoger was dan de startplaats. Naargelang het behaalde brevet mochten de leerlingen een badge dragen met erop één, twee of drie meeuwen tegen een blauwe achtergrond. 9. Het vliegveld te Knokke-Zoute werd onder impuls van Suzannes vader, Graaf Maurice August Lippens, aangelegd. Begin 1929 vingen de grondwerken aan en op 18 juli 1930 vond de inhuldiging van de nieuwe luchthaven plaats. Momenteel is er, op een infobord na, niets meer dat doet vermoeden dat op een weiland naast het Zwin tot 1960 vliegactiviteit was en dat er zelfs internationale lijnvluchten werden georganiseerd. 10. De heer de Dardel was dankzij Suzanne Lippens die avond nog op tijd bij het ziekbed van zijn zoon. Kort daarna overleed hij. 11. De oprichtingsstatuten van de UULVV verschenen in het Belgisch Staatsblad op 14 januari 1932, net op tijd voor de inhuldiging van hun eerste zweefvliegtoestel. 12. Albert Coppens, met diploma’s van Burgerlijk Bouwkundig Ingenieur en Elektrotechnisch Ingenieur, was sinds 1911 hoogleraar aan de Leuvense universiteit. Hij doceerde er het vak werktuigdynamica en staat bekend voor zijn jarenlange onderzoek naar de praktische problemen bij de bouw en werking van motoren. 13. Miss Belga is de dame met zwierige pluimhoed die jarenlang op de gelijknamige sigarettenpakjes van tabaksfabrikant Vander Elst stond afgebeeld. 14. In de volksmond werd dit militair oefenterrein ook wel “Nieuw Exercitieplein” genoemd. Het terrein werd gebruikt door de cavalerie- en artillerie-eenheden van de Sint-Maartens kazerne (gelegen op de plek van het huidige Sint-Maartensdal). Zij verhuisden in de loop van de jaren ’20 van de vorige eeuw naar dit nieuwe oefenterrein, waarna de Philipsfabriek zich in 1929 op hun “Oud Exercitieplein” aan de Parkpoort (de huidige Philipssite dus) vestigde.  15. De jonge Belgische zweefvliegclubs groepeerden zich in de “Section Centrale de Vol à Voile de l’Aéroclub Royal de Belgique”. Eén van de eerste taken die deze overkoepelende organisatie in 1931 op zich nam, was het aanleggen van een vliegveld in Hébronval, op de plaats trouwens waar Maurice Damblom op 26 december 1924 reeds zijn Belgische recordvlucht van 35 minuten en 4 seconden optekende. Bij zuidenwind wist men hier op de 565 meter hoge heuvelrug van de "Montagne de Colanhan" gebruik te maken van de gegeerde hellingstijgwind. Kosten noch moeite werden gespaard. Langs de helling werd immers een strook dennenbomen gekapt om een landingsbaan te creëren - een boerenpaard sleepte de zwevers telkens terug naar de top. Onderaan de helling bouwde men een hangar die plaats bood aan zeven zweefvliegtuigen. Van 1931 tot 1934 richtten de Belgsiche zweefvliegclubs hier jaarlijks hun nationale wedstrijden in. 16. In 1934 fusioneerde de UULVV met “Les Ailes Wavriennes”, een club opgericht in 1933. Verder historisch onderzoek loopt hier nog. Het driemaandelijks tijdschrift van de Liga van Vlaamse zweefvliegclubs (Ligablad, april 1981, tweede jaargang,  nummer 1, pagina 49) meldt immers: "Cercle Universitair de Louvain fusioneert in 1934 met Les Ailes Wavriennes". Terwijl in de volgende editie van het blad (Ligablad, juni 1981, tweede jaargang, nummer 2, pagina 34) de Leuvense UULVV nog steeds in de lijst van clubs prijkt, maar “Les Ailes Wavriennes” er niet meer tussen staat. Het Ligablad van september 1981 (tweede jaargang, nummer 3, pagina 22) bevat een lijst van negen clubs die in 1936 nog bestonden. Noch de UULVV, noch “Les Ailles Wavriennes” komt daar nog in voor. André Goethals, de voortrekker van de UULVV en de CUCVSM, is echter blijven vliegen. In de decennia die volgden, kocht hij zelf enkele vliegtuigen en nam hij deel aan verschillende Belgische kampioenschappen. Jean de Wouters d'Oplinter werd bekend als vliegtuigontwerper en uitvinder. Hij had in 1937 zijn eigen sportvliegtuig Wouters W.4.   ©Tekst: Heemkundige Kring Vlierbeek.   Omdat je een geschiedkundig onderzoek nooit alleen voert, geven we hier graag de lijst van onze gebruikte bronnen weer. In het bijzonder willen we graag de heer Hartmut Koelman van de “LEUVENSE Universitaire AERO-CLUB vzw” en de heer Danny Lannoy van de “Heemkring Cnocke is hier” bedanken voor hun uitgebreide kennis, waarop we een beroep mochten doen.                          

» Ga verder

27 februari 2021

Nieuwe data eerste communie en vormsel

Jammer genoeg kunnen ook dit jaar de eerstecommunie- en vormselvieringen niet op de geplande data in de lente doorgaan. Maar gelukkig mogen we samen met de kinderen nu al een nieuwe datum in onze agenda aanstippen! Zaterdag 18 september wordt de nieuwe datum voor de eerstecommunicantjes. Ook voor de jongens en meisjes die dit jaar hun vormsel vieren, werd ondertussen een nieuwe datum vastgelegd. Op zondag 3 oktober is het ook voor hen eindelijk zover. We kijken er alvast naar uit om de vele blije gezichtjes dit najaar in onze abdijkerk te mogen verwelkomen.     ©Tekst: Abdij van Vlierbeek in samenwerking met de Gemeenschapsploeg Vlierbeek.

» Ga verder

24 februari 2021

Abdijtuinen geven hun geheimen prijs

Wanneer je deze dagen een wandeling op onze abdijsite maakt, zal je merken dat het tuinarcheologisch onderzoek er nog steeds volop loopt. Het archeologisch team van KUL archeoWorks graaft er immers in zowel de Parterretuin, de Eilandtuin als de Pandtuin een aantal proefputten en -sleuven. “Op die manier kunnen we de informatie, die het geofysisch onderzoek ons opleverde, verder verifiëren”, licht stadsarcheologe Lisa Van Ransbeeck graag toe. “Ook hopen we extra informatie zoals de ouderdom van archeologische sporen en de exacte diepte en bewaringstoestand van gelokaliseerde resten te verkrijgen”, vult ze aan. Nog even wat voorafging In de zomer van 2019 ging stadsarcheologe Lisa Van Ransbeeck met schop, truweel en borstel aan de slag om de fundering van de voormalige Tiendenschuur op onze abdijsite bloot te leggen. Maar daar bleef het sindsdien niet bij.   Momenteel loopt er immers ook een tuinarcheologisch onderzoek op onze abdijsite. Dit onderzoek beoogt de geschiedenis van de abdijtuinen in kaart te brengen en zal vervolgens een inspiratiebron zijn voor de opwaardering van deze tuinen. In een eerste fase raadpleegden deskundigen diverse bronnen, zoals historische kaarten en luchtfoto’s, om zoveel mogelijk informatie te verzamelen over het landschap rondom de abdij. Afgelopen zomer voerden Timothy Saey (3DSoil) en John Nicholls (Archaeological Geophysics TARGET), in opdracht van Stad Leuven en het Archeologisch Projectbureau Aron, vervolgens een grondig geofysisch onderzoek uit op ons abdijdomein. Met behulp van hun gesofisticeerde bodemscantoestellen brachten zij de ondergrond van de abdijtuinen gedetailleerd in kaart. Archeologen laten in hun kaarten kijken Na afloop van het geofysisch onderzoek was het voor ons allen nieuwsgierig afwachten. Benieuwd uiteraard naar de bevindingen die het onderzoek ons zou opleveren. Achter de schermen zat het team van archeologen de afgelopen maanden echter niet stil. Uitgebreid vergeleken zij de resultaten van de verschillende bodemscans met elkaar én met de historische plannen en luchtfoto’s die ze eerder al raadpleegden. En dat leverde, zoals gehoopt, weer heel wat nieuwe informatie over de voormalige abdijtuinen op.   Dankzij het geofysisch onderzoek konden verborgen elementen, zoals restanten van de historische tuinaanleg en funderingen van verdwenen gebouwen, alvast verder in kaart gebracht worden. Stadsarcheologe Lisa Van Ransbeeck geeft je een overzicht van deze resultaten en licht ook toe welke mysteries het archeologisch team van KUL archeoWorks, met het graven van bijkomende proefputten en – sleuven, alsnog beoogt op te lossen. De bodemscans bezorgden de archeologen immers al heel wat antwoorden, maar evenzeer wierpen de scangegevens weer nieuwe vragen op.       Neerhof Een belangrijk deel van de landbouw- en industriegebouwen van de abdij, waaronder een grote Tiendenschuur, ging in de 19de eeuw jammer genoeg verloren. Op het Neerhof, net ten oosten van de verdwenen Tiendenschuur (nr. 1 op de luchtfoto), geven de bodemscans nu aan dat er zich mogelijk sporen van een nog oudere schuur - opgetrokken uit hout - in de bodem bevinden. Ook bij het archeologisch onderzoek, dat in 2019 op deze locatie werd uitgevoerd, werden reeds sporen van houtbouw geregistreerd. Het gaat mogelijk om een schuur die dateert uit een vroege bouwfase, nog voordat de gekende stenen abdijgebouwen opgetrokken werden. Misschien wel de eerste schuur van de abdij? Parterretuin Sinds de heropbouw van de abdij rond 1642  tot aan de verkoop na de Franse Revolutie was op het perceel ten noorden van het huidige Nieuw Abtskwartier mogelijk een Parterretuin aangelegd.1 De kaart van Jacob Harrewijn, daterend uit 1716, geeft je een gedetailleerd beeld van hoe deze tuin er in de 18de eeuw wellicht bijlag.2 Het geheel was langs drie zijden omringd door een bakstenen muur met op elke hoek een tuinprieel. De noordzijde, waar een gracht liep, werd door een haag afgesloten. Hier werd het zicht op het omliggende landschap aldus behouden. Langs deze zijde was er dan ook op het einde van de parterretuin een belvedère. De kaart toont je tevens een zeer symmetrische opbouw, in Franse stijl, van deze nuts- en siertuin. Vier grote vierkanten – parterres – waarbinnen geometrische vormen in (Buxus)haagjes uitgevoerd werden, bepalen de invulling.3 In het midden van de tuin stond een grote geschoren obelisk. Tussen de muren en het pad, dat rondom liep, waren nog kleine vakjes voorzien waarin bloemen en sierheesters gekweekt werden. Deze sierlijke tuin waarvan de parterres doen denken aan borduurwerk, de zogenaamde “parterre de broderie”, overleefde de tand des tijds echter niet. Enkel een afgebroken stuk muur en een tuinprieeltje, nu heringericht als kapelletje, vinden we vandaag nog als stille getuigen van deze 18de eeuwse siertuin terug. Grote en kleine ingrepen brachten de tuin in de loop der jaren tot verval. De jeugd kreeg op het huidige grasveld sinds midden vorige eeuw vrij spel. En zo kennen we dit stuk grasland vandaag dan ook als het “Chiroveld”.   Het geofysisch onderzoek bracht jammer genoeg geen restanten van de 18de eeuwse Parterretuin aan het licht. De sporen, die de bodemscans zichtbaar maakten, wijzen allen op restanten uit de 19de en 20ste eeuw. Zo werd duidelijk dat er zich centraal van oost naar west een pad met aan weerszijden bomen bevond (nr. 2 op de luchtfoto). Dit pad lijkt ook zichtbaar op een kaart van Frans Godfried Keuller uit de 19de eeuw (zie hieronder als illustratie bij de Eilandtuin). De archeologen hopen dat een proefput hier nu meer duidelijkheid kan brengen over wat voor soort pad het ging. Eind oktober 2020 werden verspreid op dit stuk terrein ook al enkele boringen geplaatst om alvast een beeld te krijgen van de bodemopbouw.     Aan de zuidzijde van het huidige Chiroveld tonen de bodemscans een grote rechthoekige structuur. Deze kan mogelijk op de restanten van een gebouw wijzen (nr. 3 op de luchtfoto). Op de plaats van deze rechthoek werd afgelopen najaar al een kleine proefput gegraven. Archeologen vonden in deze put onder meer de tegels van een tennisveld. Dat hoeft echter niet te verbazen. De oudere generatie Vlierbekenaren herinnert zich immers nog dit sportterrein. Louis van Bauwel, die  vanaf 1935 met zijn gezin in het naastgelegen Nieuw Abtskwartier woonde, liet het hier immers voor zijn echtgenote Maria van Bavel en zijn kroost aanleggen.   Bij het graven van de proefput werd onder de tegels van het tennisveld een dik pakket teelaarde aangetroffen met daaronder weer een puinspoor en zelfs de restanten van een menselijk skelet. Verder onderzoek zal nu duidelijk maken of dit puinspoor te linken is aan een gebouw dat hier ooit stond en uit welke periode de menselijke resten dateren. De geschiedenis leert ons dat in 1809 en 1815, ten tijde van de Napoleontische oorlogen, in onze abdij telkenmale een militair hospitaal werd ingericht. Mogelijk stootten we hier dus op een graf van een overleden soldaat. De bodemscans wijzen bovendien op nog meer menselijke resten, die zich hier in de bodemlaag zouden bevinden.   Aan de noordoostzijde van het grasveld (nr. 4 op de luchtfoto) - aan de toegang naar de Eilandtuin (Abtstuin) - werd door de scantoestellen tenslotte een soort verharding of puin waargenomen met grote ronde gaten erin. Voorlopig hebben de onderzoekers geen idee wat het kan zijn. Mogelijk gaat het eerder om recentere elementen. Met een archeologisch proefputje hopen zij ook dit mysterie verder op te lossen. Eilandtuin (Abtstuin) De Eilandtuin of Abtstuin was eertijds een afgelegen tuindeel waarin de abt bezoek kon ontvangen of zich in stilte kon terugtrekken. Hier kon hij tot rust komen of kon hij gewoonweg genieten van het zicht op het uitgestrekte omliggende landschap vanaf zijn belvedère – waarvan nog enkele funderingsrestanten getuigen. Deze tuin was de enige plek op de abdijsite die niet ommuurd was. Enkel een klein beekje zorgde voor een scheiding tussen de abdij en de omgeving. De grachten van deze vroegere watertuin zijn vandaag nog duidelijk waar te nemen. De nog resterende uitgegroeide taxusstruiken, aan de rand van de omwalling, wijzen erop dat de tuin omhaagd was.   De bodemscans uit het geofysisch onderzoek van de Eilandtuin maakten een oost-westgericht pad zichtbaar (nr. 5 op de luchtfoto). Op historische kaarten van onder meer Frans Godfried Keuller en P.J. De Rijcke vinden we dit pad ook terug als onderdeel van een kruisvorm (linksboven op de kaart, zie ook detail onderaan deze pagina). Een proefsleufje op deze locatie moet nu duidelijk maken of dit kruisende pad ook nog in de bodem terug te vinden is. Binnenkoer Oud Abtskwartier De gekasseide koer tussen het Oud Abtskwartier en de paardenstallen met aanpalend het koetshuis (nr. 6 op de luchtfoto) blijkt volgens de bodemscans nog verschillende archeologische muren en bijgebouwtjes te verbergen. Engelsche Hof De Engelsche Hof dankt zijn naam aan de aanleg van deze tuin in de 19de eeuw naar Engelse stijl. Deze stijl is duidelijk heel anders dan de Franse stijl, waarin de Parterretuin eerder werd aangelegd. Hier geen strakheid meer, maar veeleer onregelmatige vormen en natuurlijke rondingen. Op die manier trachtte men een soort van “ideaal landschap” palend aan het Nieuw Abtskwartier en het Gastenkwartier te creëren. Deze voortuin was ook dé manier bij uitstek om de nieuwste variëteiten van bomen, struiken en bloemen te tonen. De verzonken komvorm in het gazon is nog een stille getuige van deze ooit pittoreske siertuin. Een detail uit het plan van Frans Godfried Keuller uit 1857 schetst je alvast een mooi beeld van hoe de tuin in de 19de eeuw werd ontworpen.   De bodemscans uit het geofysisch onderzoek maakten duidelijk dat de verschillende oude paadjes van de Engelsche Hof (nr. 7 op de luchtfoto) zich vandaag nog in de bodem kunnen bevinden. Pandtuin Tenslotte neemt Lisa Van Ransbeeck je nog mee naar de voormalige Pandtuin. Ooit was deze centrale tuin van het claustrum omgeven door de typische abdijgebouwen zoals de sacristie, de kapittelzaal, slaapzalen, een bibliotheek, een ziekenzaal en een refter - alle bestemd voor het gemeenschapsleven van de monniken en bereikbaar via een pandgang.    Vandaag treffen we hier niet meer dan enkele restanten van het oude kloosterpand aan. Slechts een paar fragmenten van de voormalige pandgang zijn bewaard gebleven (nr. 8 op de luchtfoto). Deze kloostergang en de omliggende gebouwen vielen na de afschaffing van de abdij, gezien zij hun functie verloren hadden, immers onder de slopershamer. Met de belangrijke functie die erfgoed vandaag bekleedt, kunnen we het ons nog nauwelijks voorstellen, maar deze afbraak werd bewust door de toen nog jonge parochie Vlierbeek georganiseerd.  Met de verkoop van het bouwmateriaal beoogde men wat inkomsten te genereren om de overgebleven gebouwen en de kerk te onderhouden.   Opgravingen door de leden van de Heemkundige Kring Vlierbeek in de jaren ‘60 van de vorige eeuw brachten de funderingen van de afgebroken pandgang reeds aan het licht en lieten toe de vorm en uitgestrektheid van een groot gedeelte van de verdwenen gebouwen te reconstrueren. In het najaar van 2020 werden hier enkele bijkomende proefputten gegraven. Zo werden de funderingen van de 17de eeuwse noordvleugel blootgelegd, net als enkele oudere funderingen daaronder. Ook de kunstmatige heuvel met grote lindebomen4, die zich aan de zijde van de boomgaard bevindt, werd nader onderzocht. Deze heuvel werd vermoedelijk opgebouwd uit resterend puin van de verdwenen vleugel. Misschien werd hij destijds wel ingericht als typische 19de-eeuwse “rotstuin”, die – vergis je niet – toen vooral beplant werd met varens... Deze week onderzoeken archeologen hier nog een ander spoor van oude tuinaanleg. De bodemscans van het geofysisch onderzoek wijzen ons in de Pandtuin mogelijk op een centrale cirkel. Met een archeologisch proefputje hoopt het team ook dit mysterie verder op te lossen.       1. Bij de terugtrekking van Willem van Oranje op 25 september 1572 - nadat diens opstand tegen het Spaanse bestuur door de hertog van Alva heftig neergeslagen werd - eiste één van zijn legerkorpsen te Vlierbeek proviand. Abt Petrus Cools, trouw aan Spanje, weigerde echter kordaat. Hierop beval de legeroverste, kapitein Felix, de poorten open te breken, de abdij te plunderen en in brand te steken. De monniken konden over de omheiningsmuren klauteren en naar de refuge te Leuven vluchten. Voor de abdij was dit een ramp. Gebouwen en inboedel gingen nagenoeg volledig verloren. De abdij werd onder de ambtsperiode van abt Petrus Scribs in 1642 echter heropgebouwd. Op 27 maart 1642 om precies te zijn, keerde Scribs met zijn monniken naar Vlierbeek terug, zeventig jaar na het gedwongen vertrek. Een nieuwe lente, een nieuw begin. Scribs kreeg dan ook bij zijn tijdgenoten de eretitel van tweede stichter van de abdij.   2. Buiten de kaart van Jacob Harrewijn, daterend uit 1716, kennen we geen andere kaart of schilderij die de aanwezigheid van deze Parterretuin staaft. De invulling als groente- en kruidentuin lijkt fundamenteler voor de werking van de Benedictijnenabdij, gezien de monniken in hun eigen levensonderhoud dienden te voorzien. De ets van de hand van Lucas Vorstermans de Jongere in Sanderus Chorgraphia sacra Brabantiae van 1659 geeft je in dat opzicht een realistischer beeld. Ook de kaart van landmeter Frans Godfried Keuller toont dat een siertuin in symmetrische Franse stijl in 1857 niet aanwezig was. Zou Jacob Harrewijn enkel een uitvergroting van de Pandtuin - die hoogstwaarschijnlijk wel in Franse stijl met parterres was aangelegd - beoogd hebben weer te geven? De geschiedenis is niet steeds glashelder. Misschien duikt er ooit wel een tot nu toe onbekende kaart of schilderij op die ons dit puzzelstuk helpt te vinden. Vooralsnog wordt er in het Masterplan Vlierbeek gekozen om deze tuin als “Parterretuin” aan te duiden.   3. Het kon hier evenzeer om lage haagjes van kruidige planten in plaats van Buxus gaan. Ook dit is een nog ontbrekend puzzelstukje in het historisch onderzoek naar de abdijtuinen van Vlierbeek.   4. De Lindebomen in de Pandtuin zijn niet bijzonder oud en dateren dus niet uit de bouwperiode van het voormalige kloosterpand. Vandaag zorgen ze echter voor het gesloten karakter dat hier ooit zo typisch was.   Voor wie graag nog wat meer leest over het tuinarcheologisch onderzoek dat momenteel op onze abdijsite loopt, verwijzen we graag naar de volgende eerder verschenen artikels: -Tuinarcheologisch onderzoek dd 20-02-2020: https://www.abdijvanvlierbeek.be/archief/20022020-tuinarcheologisch-onderzoek-/ -Start geofysisch onderzoek dd 17-08-2020: https://www.abdijvanvlierbeek.be/nieuws/-start-geofysisch-onderzoek-/ -Nieuwe fase geofysisch onderzoek dd 04-09-2020: https://www.abdijvanvlierbeek.be/nieuws/nieuwe-fase-geofysisch-onderzoek-/ -Archeologie in de kijker dd 10-10-2010: https://www.abdijvanvlierbeek.be/nieuws/archeologie-in-de-kijker/   Foto 1: Stadsarcheologe Lisa Van Ransbeeck aan het werk bij onze Abdij van Vlierbeek. ©Jan Pollers. Foto 2: Timothy Saey (3DSoil) voerde in de zomer van 2020 een uitgebreid geofysisch onderzoek uit op onze abdijsite. ©Heemkundige Kring Vlierbeek – Abdij van Vlierbeek. Foto 3: Luchtfoto van onze abdijsite. ©GDI-Vlaanderen. Foto 4: Kaart Jacob Harrewijn daterend uit 1716. ©Heemkundige Kring Vlierbeek. Foto's 5-6: In de Parterretuin werden in het najaar van 2020 enkele boringen geplaatst om alvast een beeld te krijgen van de bodemopbouw. Fieldschool studierichting Bachelor in de Archeologie – KU Leuven. ©Heemkundige Kring Vlierbeek – Abdij van Vlierbeek. Foto 7: In de Parterretuin werd begin november 2020 door KUL archeoWorks een proefput gegraven. Onder meer de restanten van een menselijke schedel kwamen zo aan het licht. ©Heemkundige Kring Vlierbeek – Abdij van Vlierbeek. Foto 8: Plan van Frans Godfried Keuller uit 1857. ©Heemkundige Kring Vlierbeek. Foto 9: Detail uit het plan van Frans Godfried Keuller uit 1857. ©Heemkundige Kring Vlierbeek. Foto 10: Opgravingen in de Pandtuin door KUL archeoWorks, onder leiding van Johan Claeys, eind oktober 2020. De funderingen van de 17de eeuwse noordvleugel werden hier blootgelegd. ©Heemkundige Kring Vlierbeek – Abdij van Vlierbeek. Foto 11: In het najaar van 2020 werd de kunstmatig aangelegde heuvel in de Pandtuin door het team van KUL archeoWorks onderzocht. ©Heemkundige Kring Vlierbeek – Abdij van Vlierbeek.   ©Tekst: Heemkundige Kring Vlierbeek in samenwerking met stadsarcheologe Lisa Van Ransbeeck.   Klik op de onderstaande foto's om deze te vergroten.

» Ga verder

21 februari 2021

Groenbeheer rijmt met erfgoed

Een samenwerkingsverband tussen de stad Leuven, de Kerkfabriek OLV Vlierbeek, Natuurpunt Vlierbeek en de Boomgaardwerking wil van de Abdij van Vlierbeek – nog meer dan nu al het geval is – een fijne, rustige en groene plek voor de buurt maken. Deze missie en visie past ook binnen het Masterplan Vlierbeek. In ons artikel van 13 december 2020 (https://www.abdijvanvlierbeek.be/nieuws/groenbeheer-op-onze-abdijsite/) kon je al lezen welke plannen er rond het groenbeheer op tafel liggen, met als doel het erfgoed op het abdijdomein te bewaren en te herstellen.     Sinds begin deze maand steekt de stedelijke groendienst, samen met de vrijwilligers van Natuurpunt Vlierbeek, de handen uit de mouwen en ging alvast de eerste fase van het geplande groenbeheer op onze abdijsite van start.  De kappingen die momenteel in onze boomgaard en Eilandtuin (Abtstuin) worden uitgevoerd, stellen tot einddoel de contouren van de abdijsite opnieuw scherp te definiëren.   HOE? Toegankelijkheid van de Abtstuin verbeteren en de hofgracht herstellen. Ontwikkeling van de boomgaard ondersteunen. Abdijmuren restaureren. WAT? Abtstuin: Spontane opslag van wilg verwijderen, esdoorns en populier kappen, dood takhout verwijderen.   Boomgaard: De kruinen van valse acacia’s snoeien, zodat het zonlicht er beter doorheen kan schijnen, ten gunste van de fruitbomen. Boomgaard: Valse acacia’s, meidoorn, esdoorn, eik en klimop die vlakbij en op de abdijmuren groeien, kappen en verwijderen ter voorbereiding van de restauratiewerken aan de abdijmuren.  Levend erfgoed Met takhout, afkomstig uit de hofgracht van de Abtstuin, zal Natuurpunt Vlierbeek "mutsaards" maken. Mutsaards zijn samengebonden takkenbossen, die kunnen gebruikt worden om broodovens te stoken. Ook denken we verder na hoe we de planken van de gevelde eikenboom die langs de abdijmuur stond, mooi kunnen verwerken in een nuttige toepassing ergens op onze abdijsite.      ©Tekst: Stad Leuven in samenwerking met Abdij van Vlierbeek. ©Foto: Abdij van Vlierbeek.

» Ga verder

18 februari 2021

Help padden de straat over

Naar jaarlijkse gewoonte zal binnenkort ook rondom onze abdijsite de "paddentrek" weer volop van start gaan. Begin deze maand plaatsten vrijwilligers van Natuurpunt Vlierbeek en KWB Kessel-Lo alvast een amfibieënscherm op de hoek van het Kloosterdijkpad en de Holsbeeksesteenweg. Hierdoor zullen de padden, kikkers en salamanders, die uit de vallei van Vlierbeek trekken, veilig overgezet kunnen worden naar het Provinciedomein. Opgelet: padden op (de) weg Amfibieën1 verblijven in de winter niet in het water, maar houden een winterslaap verstopt onder boomstronken of houtstapels, in de strooisellaag of in holen en gaten in de grond. In de loop van februari ontwaken ze en trekken ze instinctief naar beken, grachten, poelen en vijvers om er te paren en eitjes af te zetten. Padden en kikkers kunnen daarbij wel afstanden tot 1,5 km afleggen. Ook rondom ons abdijdomein zijn er enkele plaatsen waar we deze “paddentrek” jaarlijks kunnen observeren.   Temperatuur en luchtvochtigheid zijn bij vele amfibieën de belangrijkste factoren om met hun trek te starten. Ze zijn immers koudbloedig (poikilotherm) en voor hun lichaamstemperatuur dus afhankelijk van de temperatuur van hun omgeving. Bij een lage temperatuur zijn ze bijgevolg weinig beweeglijk. Amfibieën hebben ook een waterdoorlaatbare huid. Ze “drinken” geen water, maar krijgen water binnen via hun huid.  Bovendien halen amfibieën niet enkel zuurstof uit de lucht via hun longen, maar ademen ze ook door hun huid (huidademhaling). Daarom is het belangrijk dat ze hun huid vochtig houden, anders kan de zuurstof er niet gemakkelijk doorheen. Avonden met (mot)regen genieten dus de voorkeur om “op pad” te gaan. Bij onze inheemse amfibieën loopt de biologische wekker dan ook af na de eerste buien met hogere avondtemperaturen (vanaf 7°C en geen grondvorst). Doorgaans gebeurt dit in de tweede of derde week van februari. Door de stevige winterprik van afgelopen week, zal de trek dit jaar echter iets later op gang komen. De piek waarbij de dieren massaal trekken valt meestal in de tweede of derde week van maart. Begin april valt alles dan weer stil.   Leuk om weten is dat bij padden en kikkers de mannetjes hun trek naar de voortplantingspoelen vroeger starten dan de vrouwtjes, maar ze doen er langer over. Ze stoppen namelijk onderweg om een partner te zoeken. Vrouwtjes - die groter worden dan de mannetjes en ook herkenbaar zijn aan hun opgezwollen buik vol met eitjes - starten later, maar treuzelen minder. Op warmere avonden kan je zien hoe de mannetjes met tientallen op open, vlakke plaatsen zitten te wachten op de passerende vrouwtjes. Wanneer ze een vrouwtje vinden, grijpen ze met hun sterk gespierde voorpoten haar lichaam vast in de paargreep (amplexus) en laten zich zo meevoeren naar de voortplantingspoel.2 Deze paardrift wil ook wel eens tot vergissingen leiden. Het gebeurt dus wel dat een bruine kikker meelift op een pad of andersom. Ook kluwen bestaande uit meer dan twee dieren is niet uitzonderlijk.   Het gedrag van trekkende salamanders is vergelijkbaar met dat van padden en kikkers, maar de dieren trekken alleen en vormen pas koppeltjes wanneer ze het water bereikt hebben.   De meeste amfibieën zijn schemer- en nachtdieren, en ook de trek vindt enkel ’s avonds en ’s nachts plaats. Tijdens hun tocht moeten ze vaak een straat of een weg oversteken.  Zo zijn de Holsbeeksesteenweg, de Schoolbergenstraat, de Boskouter, de Martellekensweg, de Groddeweg en de Slangenstraat steeds weer drukke oversteekplaatsen rondom onze abdijsite. Jammer genoeg dragen de dieren geen fluo vestjes om veilig de weg over te steken en vallen er dus jaarlijks heel wat verkeersslachtoffers. De eerste boodschap is dus extra oplettend te zijn aan de belangrijkste trekplaatsen en er vooral traag te rijden, dit zowel in het belang van de amfibieën3 als van de vrijwilligers die hier een handje toesteken! Paddenoverzetacties Ook dit jaar zetten Natuurpunt Vlierbeek en KWB Kessel-Lo, in samenwerking met Stad Leuven en Provincie Vlaams-Brabant, opnieuw een actie op touw om padden, kikkers en salamanders in onze buurt veilig de weg over te helpen.   Waar de meeste slachtoffers vallen plaatsen ze in de berm een scherm (in totaal zo’n 50 cm hoog) met daarachter ingegraven emmers om de dieren op te vangen, zoals eerder deze maand op de hoek van het Kloosterdijkpad en de Holsbeeksesteenweg al gebeurde. Gedurende de trekperiode (van half februari tot eind maart) gaan ze dan elke avond en ochtend met vrijwilligers de amfibieën, die in de emmers gevallen zijn, op een veilige manier naar de overkant van de weg brengen. Daar worden ze weer losgelaten zodat ze hun reis naar de poel of gracht veilig kunnen voortzetten. Ook op plaatsen waar geen scherm wordt geplaatst zoals op de Schoolbergenstraat, de Boskouter, de Martellekensweg, de Groddeweg en de Slangenstraat steken de vrijwilligers graag een helpende hand toe. Ook daar houden ze raapacties waarbij ze op zoek gaan naar amfibieën om hen een veilige oversteek te garanderen. Soorten ontdekken Paddenoverzetacties leveren ook een goede bijdrage aan het in kaart brengen van de amfibieënsoorten in Vlaanderen. Sinds 2000 worden alle overgezette (en platgereden) amfibieën immers keurig bijgehouden op de website van Hyla, de reptielen- en amfibieënwerkgroep van Natuurpunt. Af en toe worden er tijdens de overzetacties zeldzame soorten ontdekt in nieuwe regio's. Wie weet ontdekken we de volgende jaren dus ook wel kamsalamanders in Vlierbeek!   Dat was de afgelopen jaren jammer genoeg nog niet het geval. Andere soorten vinden we wel terug in Vlierbeek. Sinds de start - in 2018 - van de gecoördineerde paddenoverzetactie  van Natuurpunt Vlierbeek en KWB Kessel-Lo, werden ook de cijfers uit Vlierbeek (voornamelijk Schoolbergenstraat en Groddeweg) jaarlijks opgetekend.4  Hoewel het niet om volledige cijfers gaat, geven ze ons wel een goed beeld van de soorten die momenteel in de vallei van Vlierbeek voorkomen: de gewone pad (Bufo bufo - Bb), de bruine kikker (Rana temporaria - Rt), groene kikkers (Rana esculenta synklepton - Res)5, de alpenwatersalamander (Mesotriton alpestris - Ta) en de kleine watersalamander (Lissotriton vulgaris - Tv).     Overgezet (Heentrek)   Slachtoffers (Heentrek)   Jaar Bb Rt Res Ta Tv Rsp   Bb Rt Res Ta Tv Rsp 2018 34 37 36     1             40 2019 110 40 4   1     15 21       15 2020 166 25 3 4 4     50 3   3 1     Rsp: Kikkers niet gedetermineerd.   Dankzij deze gerichte inventarisatie verzamelt Natuurpunt ook goede informatie over de poelen, vijvers en sloten waar de soorten zich voortplanten. Die informatie is dan weer nuttig om de soorten beter te kunnen beschermen.   Op de website van Natuurpunt kan je alvast heel wat informatie over de verschillende amfibieënsoorten vinden: https://www.natuurpunt.be/pagina/amfibie%C3%ABn-en-reptielen-herkennen Wat na de paddenoverzet? Nadat de eitjes werden afgezet en bevrucht, trekken de eerste dieren meteen terug weg naar hun zomerbiotoop, waar ze de rest van het voorjaar en zomer verblijven en zich vol eten. Amfibieën eten immers pas nadat ze gepaard hebben, alhoewel ze gedurende de hele periode van hun winterslaap niet gegeten hebben. Vooral de vrouwtjespadden zijn er snel bij om het voortplantingswater te verlaten. De mannetjespadden blijven - in de hoop dat er nog verlaatte vrouwtjes bij het water aankomen - gewoonlijk enkele weken langer in het water en trekken eind april, begin mei ook naar hun zomerleefgebied. Deze trek gebeurt dus meer gespreid in de tijd. Vandaar dat de helpende hand van de paddenoverzetters hier minder cruciaal is (het aantal verkeersslachtoffers ligt immers veel lager dan bij de eerste massale trek).   Kikkers hebben een terugtrekperiode die min of meer gelijk valt met die van de padden, maar salamanders blijven vaak het hele voorjaar - soms tot in de zomer - in het water en trekken meestal pas vanaf eind april, begin mei naar hun zomerbiotoop.   Ergens in juli of augustus zien we het gevolg van de paddentrek: honderden padjes, kikkertjes en salamandertjes - kleine kruipertjes van amper één à twee centimeter groot - komen na een lange periode van droogte uit het water. Dan is het op sommige plaatsen echt opletten: straten, terrasjes bij een tuinvijver of hooilanden rond de voortplantingspoelen kunnen op zulke momenten echt zwart zien van de amfibietjes. Omdat dit fenomeen zich vaak voordoet op een regenachtige avond, staat dit ook wel bekend als “paddenregen”.   In het najaar trekken de amfibieën dan terug naar hun overwinteringsgebied en verdwijnen er voor enkele maanden opnieuw onder boomstronken, houtstapels, bladeren of onder de grond. Deze najaarstrek vertoont minder pieken dan de voorjaarstrek en gebeurt ook meer gespreid in de tijd. Zelf meedoen? Wil je graag helpen bij het overzetten van de amfibieën? Dat kan! Stuur dan een mailtje naar Philippe De Norre, coördinator van de overzetactie in Vlierbeek: philippedn@hotmail.com.   Philippe geeft je graag uitleg op welke dagen en op welke plaatsen je kan helpen. En hij legt je bovendien graag uit hoe je het best te werk gaat. Ook de soort handschoenen (materiaal waaruit deze vervaardigd zijn) die je draagt, zijn immers cruciaal.   Let ook op met restjes alcoholgel op je handen! Die producten zijn immers giftig voor de huid van de dieren. Zoals hierboven reeds beschreven, halen amfibieën de zuurstof uit de lucht via hun longen, maar ademen ze ook door hun huid (huidademhaling). De alcohol in de handgels kan hun huid dus aantasten, waardoor ze dan in de problemen kunnen geraken.   Trek er dus zeker niet op eigen houtje op uit. Hoe goed bedoeld het ook mag zijn, soms doe je immers meer kwaad dan goed! De overzetacties worden door Philippe ook corona-proof geregeld. Overzetteams van maximaal 4 volwassenen zullen worden samengesteld waarbij de nodige veilgheidsmaatregelen in acht worden genomen, zoals anderhalve meter afstand houden en mondmaskers dragen. Met het gezin padden, kikkers en salamanders gaan overzetten, is een aanrader: een leuke en leerrijke activiteit voor jong en oud(er)!   Woon je in de buurt van een trekzone? Dan ontvang je binnenkort ook de folder van Natuurpunt “Help de pad de straat over” in je brievenbus.   1. De naam amfibie is afgeleid van het Griekse ἀμφί-βιος amphí-bios, wat dubbel-levend betekent. Dit verwijst naar de levenswijze van amfibieën: ze kunnen zowel in het water als op het land overleven. 2. Om zijn greep op het vrouwtje vol te houden, beschikt het mannetje over enkele speciale aanpassingen. Zo zijn de voorpoten van de mannetjes stevig gespierd en opvallend dikker dan de voorpoten van de vrouwtjes. Ook heeft het mannetje aan de duimen van zijn voorpoten speciale wrattige kussentjes, waarmee ze meer grip hebben op de gladde huid van het vrouwtje. Naast lichamelijke aanpassingen vertonen de mannetjes ook aangepast gedrag tijdens de trek en de paartijd. Zo trachten ze concurrenten van zich af te houden door met de achterpoten te schoppen. Mannetjes die door een seksegenoot gegrepen worden slaken een alarmkreet om de belager op zijn fout te wijzen. 3. Niet enkel de dieren die onder de wielen terechtkomen, worden gedood. Er vallen immers ook slachtoffers door de luchtverplaatsing die door voorbijrazend verkeer wordt veroorzaakt. Padden, kikkers en salamanders worden door het luchtdrukverschil omhoog geworpen en vliegen zo tegen de onderkant van de wagen. Pas je snelheid daarom aan tot maximaal 30/km per uur op wegen met amfibieën. Of maak even een omweg. Je spaart zo vele levens van padden, kikkers en salamanders. 4. De cijfers zijn niet volledig. Het gaat om een onderschatting en betreft vooral de overzetacties op de Schoolbergenstraat en de Groddeweg van 2018-2020. De Slangestraat wordt pas vanaf dit jaar opgenomen in de gecoördineerde overzetactie. Op de Holsbeeksesteenweg wordt dit jaar ook voor het eerst een amfibieënscherm opgesteld. Voordien zetten enkele buurtbewoners hier wel amfibieën over, maar gebeurde dit zonder officiële tellingen. 5. De groene kikker (Rana esculenta synklepton) is niet één soort maar een complex. Het groene kikker complex bestaat uit twee soorten: de meerkikker (grote groene kikker) (Pelophylax ridibundus) en de poelkikker (kleine groene kikker) (Pelophylax lessonae), die als ze paren hybriden kunnen vormen: de bastaardkikker (middelste groene kikker) (Pelophylax × esculentus).   Foto 1: Overstekende pad. ©Shutterstock. Foto 2: Twee padden (Bufo bufo) in paargreep steken de weg over. ©Natuurpunt - Hugo Willocx. Foto 3: Het plaatsen van een amfibieënscherm door KWB Kessel-Lo en Natuurpunt Vlierbeek op de hoek van het Kloosterdijkpad en de Holsbeeksesteenweg. ©Philippe De Norre. Foto 4: Kleine watersalamander (Lissotriton vulgaris). ©Natuurpunt - Hugo Willocx. Foto 5: Bruine kikker (Rana temporaria). ©Natuurpunt - Hugo Willocx.   ©Tekst: Abdij van Vlierbeek in samenwerking met KWB Kessel-Lo en Natuurpunt Vlierbeek.        

» Ga verder

16 februari 2021

Vlierbeek plant een Laudato Si'-boom

Begin deze maand werden er in onze abdijboomgaard zeven nieuwe fruitbomen geplant. Jo T' Jampens, trouw lid van de boomgaardwerking en bezieler van Ecokerk in Vlierbeek, doopte één van de bomen - een Cydonia oblonga ‘Leskovacka’ (een kweepeer-variant met grote goudgele vruchten) - tot “Laudato Si’-boom”. Het planten van deze boom is een oproep om zorg te dragen voor wat ons grootste bezit is: “ons gemeenschappelijk huis”, de aarde. Laudato Si’-boom Op 24 mei 2015 publiceerde paus Franciscus zijn spraakmakende groene encycliek “Laudato Si’ (Geprezen zijt Gij)”. De encycliek heeft de beschermwaardigheid van de aarde en het milieu tot onderwerp en stelt dat ecologie, rechtvaardigheid en vrede één geheel vormen. Een “integrale ecologie” waarbij de zorg om het milieu en de strijd tegen armoede en onrecht hand in hand gaan, vormt de sleutel voor een wereld met toekomst, zo leert de pauselijke omzendbrief ons.   Ter gelegenheid van de vijfde verjaardag van de encycliek nodigt Ecokerk verenigingen, scholen en parochies uit om symbolisch uitdrukking te geven aan hun engagement om het appel van Laudato Si´ernstig te nemen en dit door een fruitboom te planten op een publiek toegankelijke plaats. In Vlierbeek ging men alvast graag op deze uitnodiging in.   Met het planten van een Laudato Si’-boom wordt een symbolische band gelegd met de inhoud van de encycliek: “De aarde is een gemeenschappelijk erfgoed waarvan de vruchten allen ten goede moeten komen” (Laudato Si’ 93). Iedere gemeenschap kan van het goede van de aarde nemen wat zij nodig heeft om te overleven, maar ze heeft ook de plicht om de aarde te beschermen en haar vruchtbaarheid voor toekomstige generaties te verzekeren (Laudato Si’ 67). We hebben onze planeet immers niet geërfd van onze voorouders, we hebben ze in bruikleen van onze kinderen… Een fruitboom symboliseert bijzonder mooi de oproep om de vruchten van de aarde te delen. Bovendien duurt het enkele jaren vooraleer hij vrucht draagt. Ook dat is symbolisch: het vraagt soms wat geduld om resultaten te zien van onze inspanningen.   “Een boom planten is een symbolische uitdrukking van de wens respectvol en zorgzaam te willen omgaan met je leefomgeving, dus met je medemensen en de aarde”, licht Jo T'Jampens van Ecokerk Vlierbeek graag toe. “We zijn hier op aarde gekomen om leven, licht, liefde, vrede, vreugde en dankbaarheid te tonen aan anderen, van nu en later, maar ook aan de aarde zelf. Best herinneren we ons zelf daar geregeld aan door een mooi gebaar met een symbolische betekenis te stellen, zoals het samen planten van een boom, op een inspirerende plaats, als de boomgaard van onze Abdij van Vlierbeek”.     Benieuwd om meer te leren over Ecokerk? Waar staan de andere Laudato Si'-bomen? Neem een kijkje op https://netrv.be/laudatosi/waar-groeit-een-laudato-si-boom.     Tekst: © Abdij van Vlierbeek. Foto: Van links naar rechts: Jan Vanuytsel, Wim Sauwens, Bo Scheepmans en Nico Lembrechts. © Jo T' Jampens.  

» Ga verder

12 februari 2021

Winter in Vlierbeek... stiller dan stil

Bedekt onder een wit sneeuwtapijt en badend in een stralende winterzon, ligt Vlierbeek er deze week idyllisch bij. De stille plekjes op onze abdijsite lijken nu nog stiller dan anders. Ondanks de barre vrieskou bezorgen deze pittoreske beelden ons een bijzonder warm gevoel…           ©Tekst: Abdij van Vlierbeek. ©Foto’s: Abdij van Vlierbeek.                              

» Ga verder

7 februari 2021

Welk dier liet zich al vangen?

Deze week zet Natuurpunt vrijwilliger Stijn Vranckx in de kijker. Stijn is lid van de werkgroep Natuurpunt Vlierbeek en zet zich samen met de andere teamleden dan ook met hart en ziel in voor het natuurbehoud op en rondom onze abdijsite. Wist je dat ons abdijdomein ook een natuurlijke habitat vormt voor steenmarters, eekhoorns, vossen en reeën? Met zijn cameraval kon Stijn al heel wat mooie beelden van deze wilde dieren vastleggen. En we mogen ook even luidop dromen. Wie weet passeert er ooit wel eens een wolf of een jakhals voor de lens van de wildcamera… dat zou pas uniek zijn voor Vlierbeek!   Natuurpunt en Stijn maakten er alvast het volgende filmpje over.      

» Ga verder

30 januari 2021

Vlierbeek Grand Cru nu ook in 75 cl

Warm, krachtig, met een fluwelen lange afdronk… een goudblond abdijbier met een hemels karakter. Zo kennen we intussen onze “Vlierbeek 1125 Grand Cru”, een naam die trouwens verwijst naar de ontstaansgeschiedenis van onze benedictijnenabdij. Met de lancering van dit 8,5 graden sterke abdijbier werd in 2018 de brouwtraditie van onze abdij in ere hersteld. Sindsdien werden al duizenden 33 cl flesjes van dit vloeibare goud gebotteld en gesmaakt.   Brouwerij Broeder Jacob trakteert ons nu op heuglijk nieuws. Onze Vlierbeek Grand Cru zal immers heel binnenkort ook verkrijgbaar zijn in flessen van 75 cl, weliswaar in beperkte oplage. Net als de variant in kleine flesjes is ook dit blonde abdijbier in grote fles een warm en krachtig bier. De lichte fruittoetsen van banaan en mango en een milde kruidigheid en hoppigheid - versterkt door drie Belgische hopsoorten - geven het bovendien een hemels karakter. Doordat de 75 cl fles enerzijds manueel afgevuld wordt en anderzijds een hergistingstijd heeft gehad van twintig dagen zal deze Vlierbeek Grand Cru meer body en volheid tonen dan de variant in flesjes van 33 cl.   Zin in een beetje hemel op aarde? De flessen van 75 cl zullen vanaf 4 februari verkrijgbaar zijn bij Delhaize en Spar en in je lokale drankenhandel. Via https://www.bestbeersfrombelgium.eu/contents/en-uk/d215_Vlierbeek.html kan je onze Vlierbeek Grand Cru ook online bestellen en aan huis laten leveren. Net zoals bij de verkoop van de kleine flesjes, zal ook nu een deel van de opbrengst naar de verdere restauratie van onze Abdij van Vlierbeek gaan. Een verrukkelijke manier dus om onze abdij te steunen!   Voor meer informatie verwijzen we graag naar de website van brouwerij Broeder Jacob.     ©Tekst: Abdij van Vlierbeek in samenwerking met brouwerij Broeder Jacob. ©Foto's: Brouwerij Broeder Jacob.      

» Ga verder

20 januari 2021

Straathistories Vlierbeek nu te koop!

Een gloednieuwe editie van “Straathistories” is sinds vandaag te koop… En niet zo maar een editie, maar wel: ”Straathistories Vlierbeek”! In deze negende editie van de intussen alom gekende reeks buurtpublicaties kom je meer te weten over Vlierbeek, één van de schilderachtigste buurten van Kessel-Lo, al zeggen we het zelf.   De Abdij van Vlierbeek werd vanaf de 12de eeuw de motor van een levendige Vlierbeekse gemeenschap. Vlierbeek ontwikkelde zich door de jaren heen van platteland tot stadsrand. De verschillende wijken en het Provinciaal Domein komen in het boekje aan bod, maar er is ook aandacht voor het rijke verenigingsleven en de sporen van volksdevotie en folklore. Ook persoonlijke verhalen uit het dagelijkse leven konden en mochten uiteraard niet ontbreken, alles rijkelijk geïllustreerd met kaarten en foto's uit privé-collecties en het Stadsarchief Leuven.   Trotse "Vlierbekenaars" “Straathistories, Leuvense buurten in woord en beeld" staat voor een reeks van buurtpublicaties, waarbij bewoners of buurtcomités onder begeleiding van de Erfgoedcel Leuven zelf de roots en evolutie in hun buurt optekenen. De bedoeling van “Straathistories” is niet alleen om het erfgoed en de geschiedenis van buurten en straten toegankelijker te maken, maar ook om mensen uit de buurt dichter bij elkaar te brengen.   Meer dan twee jaar lang doken Annemie Pernot en Maria Renders, twee leden van onze Heemkundige Kring Vlierbeek, samen met Annemie Balcaen, Betty Janssen, Rien Van Meensel en Dirk Vande Gaer dan ook de geschiedenis van Vlierbeek in. De grenzen van Vlierbeek zijn niet precies afgebakend – de naam slaat eigenlijk enkel op de Abdij van Vlierbeek en de site ervan – maar veel omwonenden noemen zich toch trots “Vlierbekenaars”. De auteurs focusten zich op de driehoek rond de abdij begrensd door de Schoolbergenstraat en een deel van de Holsbeeksesteenweg, de Borstelsstraat, het Gemeenteplein, de Molenstraat en de Kortrijksestraat. Ze snuisterden zowel in prive-archieven als in de vele documenten van bibliotheken en het Stadsarchief Leuven. Daarnaast namen ze talloze interviews af van buurtbewoners en enkele sleutelfiguren van de Vlierbeekse geschiedenis. Met trots presenteren ze nu hun 71-pagina tellende publicatie “Straathistories Vlierbeek”. Het resultaat mag gezien en gelezen worden!   Wandelzoektocht in Vlierbeek Nu er voorlopig geen groots lanceringsevenement kan plaatsvinden (dit wordt zeker nog op een latere datum gepland!), vormt een nieuwe wandelzoektocht met luisterfragmenten zeker een waardig alternatief om de publicatie bijkomend in de kijker te zetten.   Maria Renders neemt je graag mee op wandel voor een route van 6 km. Bij iedere halte vertelt ze een verhaal, krijg je beeldmateriaal en een quizvraag. Zo test je onderweg je eigen kennis en kom je nog meer te weten over Vlierbeek.   De zoektocht kan je op eigen houtje en dus Corona-proof doen. Deze is zowel digitaal op je smartphone als op papier te verkrijgen. Zeker een aanrader om de geschiedenis van Vlierbeek te leren kennen!   Praktisch De gloednieuwe publicatie “Straathistories Vlierbeek” is te koop voor slechts 5,00 €: aan het onthaal van Visit Leuven, Naamsestraat 3 te 3000 Leuven in het Stadsarchief Leuven, Rijschoolstraat 4 te 3000 Leuven bij buurtbewoners Betty Janssen (elisabeth.janssen55@gmail.com) en Annemie Balcaen (annemie.balcaen@gmail.com of 0497-45.17.99). via het online bestelformulier van Erfgoedcel Leuven, zij sturen je na betaling graag een exemplaar per post op. Bovendien is deze Straathistories Vlierbeek ook beschikbaar als luisterversie. Vrijwilligers van Transkript vzw lazen de publicatie immers in voor mensen met een leesbeperking. Je kan de luisterversie downloaden via https://soundcloud.com/user-965694924/sets/straat-histories-vlierbeek en dit volledig gratis.   De wandelzoektocht op papier kan je afhalen bij dezelfde gastvrije buurtbewoners Betty Janssen en Annemie Balcaen. Je kan hem ook downloaden via de website van de Erfgoedcel Leuven: https://www.erfgoedcelleuven.be/nl/straten--buurten-1/straathistories1//zoektocht-straathistories-vlierbeek Bovendien vind je hem ook in de Erfgoedapp die je gratis kan downloaden op je smartphone. Heb je de app gedownload? Ga dan eerst naar het kompas-symbool en zoek de tour “Straathistories Vlierbeek” in de lijst. Download de wandeling. Ga vervolgens naar het kaart-symbool, de plattegrond van Vlierbeek zal dan openen en je ziet de route verschijnen. Ga naar het startpunt (volgnummer 1) en volg de aangeduide route op de kaart. Klik op de verschillende volgnummers om de bijhorende audiofragmenten te beluisteren. Elke halte sluit af met een quizvraag. Veel plezier!     Voor extra info verwijzen we ook graag naar de website van de Erfgoedcel Leuven: www.erfgoedcelleuven.be/straathistories   Foto 1: Cover “Straathistories Vlierbeek”. Een foto die één en al Vlierbeek uitademt. Op de achtergrond de Abdij van Vlierbeek. Vooraan in beeld Jef Dechamps (de Suisse) en Rosalia Vandenbosch (moeder Roos) met hun jongste zoon Edward Dechamps en zijn echtgenote Augusta Deroost. In het midden Frans Dechamps (kleinzoon van Jef en Rosalia en zoon van Felix Dechamps). ©Erfgoedcel Leuven. Foto 2: Auteurs Betty Janssen, Dirk Vande Gaer, Annemie Balcaen, Annemie Pernot, Rien Van Meensel en Maria Renders doken samen meer dan twee jaar lang de geschiedenis van Vlierbeek in. ©Jan Crab. Foto 3: Maria Renders neemt je graag mee op wandel in Vlierbeek. ©Jan Crab.   ©Tekst: Erfgoedcel Leuven en Heemkundige Kring Vlierbeek.  

» Ga verder

16 januari 2021

Winter Wonderland in Vlierbeek

Ook onze abdijsite werd vandaag gehuld in een magisch wit sneeuwtapijt. Een beetje Winter Wonderland in Vlierbeek...     ©Foto's: Abdij van Vlierbeek.                                                                                     

» Ga verder

6 januari 2021

Broeder Portier ontmoet EVA

Broeder Portier en EVA ontmoeten elkaar in Vlierbeek Samen solidair voor Rikolto    Ieder jaar tref je ze in januari aan in de supermarkten, in straten en op pleinen: de vrijwilligers van Rikolto (het vroegere Vredeseilanden) die gadgets verkopen. Door het coronavirus is die manier van campagne voeren dit jaar geen optie. Dus gooit Rikolto het over een andere boeg.   Broeder Portier bouwt "Keten voor goed eten" Van 5 december 2020 tot 17 januari 2021 verspreidt Rikolto 20.000 lepels over heel Vlaanderen. De lepels van Rikolto staan symbool voor het recht op goed eten. Een actiedoos met tien lepels wordt op een coronaveilige manier doorgegeven, bijvoorbeeld tijdens een wandeling of aan de voordeur. Als de keten bij jou passeert, ga je met één lepel aan de slag in je keuken en geef je de doos met de overige lepels weer door. Je wordt ook gevraagd om een gift te doen aan Rikolto om zo wereldwijd bij te dragen aan het recht op goed eten. Je kan de lepels cadeau geven aan iemand die goed eten belangrijk vindt. De ontvanger geeft de doos weer door aan iemand die ook een lepel verdient. Zo zullen de Rikolto-lepels deze winter heel wat keukens sieren, als ambassadeurs voor meer solidariteit. Met de lepels wordt op deze manier een “Keten voor goed eten” gebouwd, van Oostende tot Hasselt, van Antwerpen tot Leuven. Ook in Vlierbeek bouwen we mee.    De geschiedenis van de Abdij van Vlierbeek leert ons dat de benedictijnen wekelijks brood bedeelden aan de behoeftigen. Deze solidaire traditie was geïnspireerd op de regel van Benedictus, die veel waarde hecht aan gastvrijheid en waarbij de zorg voor de zwakkeren centraal staat. In een lokaal bij de Westerpoort van onze abdij bevindt zich nog steeds een bakoven waar Broeder Portier destijds het brood bakte en bedeelde. Op deze symbolische locatie bouwt de Heemkundige Kring Vlierbeek vandaag graag mee aan de “Keten voor goed eten”. We geven een houten lepel aan Tine Cuppens. Tine woont in Vlierbeek en is één van de vrijwilligers achter EVA Vlaams-Brabant, een lokale groep van EVA vzw (Ethisch Vegetarisch Alternatief).   Verander de wereld met je vork of... je lepel!  “Waar Broeder Portier brood bedeelde vanuit de ethiek, delen we vandaag inspiratie voor een ethischer bord”, licht Tine toe. “Anno 2021 stellen zich immers andere ethische vraagstukken. In België worden jaarlijks meer dan 300 miljoen landdieren geslacht voor consumptie, terwijl zowel klimaat- als gezondheidsexperts het erover eens zijn dat we minder vlees moeten gaan consumeren. Een meer plantaardig dieet zal één van de belangrijkste schakels vormen voor een gezondere planeet en een gezonder lichaam (IPCC UN rapport 2018, Eat Lancet rapport 2019, Vlaams Instituut Gezond Leven, Statbel).” Het is daarom niet verwonderlijk dat steeds meer Belgen interesse tonen in meer vegetarisch en veganistisch eten, zoals onder andere werd onderzocht door EVA vzw. Maar veel geïnteresseerden zitten met praktische vragen. Welke plantaardige producten bestaan er? Hoe ziet een gezond plantaardig menu eruit? Waar moet ik op letten voor kinderen? Kortom: hoe begin ik eraan? EVA vzw wil een antwoord bieden op al deze vragen en mensen zo op weg helpen.  De missie van EVA vzw is om de wereld te veranderen met de vork - of vandaag met de Rikolto-lepel. Zo kan je bij EVA terecht voor kookworkshops en een heleboel online recepten en informatie. In Leuven organiseert EVA Vlaams-Brabant jaarlijks “De Langste Veggietafel” en worden plantaardige gerechten gedeeld tijdens de tweemaandelijkse potlucks. Het hoeft niet gezegd dat er dit jaar niet veel is kunnen doorgaan door de coronapandemie, maar de kooklessen gaan intussen wel online verder.   “Mijn persoonlijke missie, in lijn met deze van EVA vzw, is om ethisch om te springen met voedsel, en deze boodschap zoveel mogelijk te delen. Zo kopen we onze groenten en fruit rechtstreeks bij de bioboer, volgens seizoen, en overige producten bij de lokale handelaar, zoveel mogelijk verpakkingsvrij, en fairtrade voor niet-lokale producten. Want als consument hebben we een stem, die we bij elke aankoop uitbrengen”, besluit Tine.   Laat je inspireren door Broeder Portier, Rikolto, EVA en Tine. Zet solidariteit, duurzaamheid en ethiek in 2021 mee op de voedselagenda. Bouw zo aan de “Keten voor goed eten”. Want goed eten is een recht!     Meer weten? Rikolto: https://www.rikolto.be/ en https://www.facebook.com/Rikolto   EVA vzw: https://www.evavzw.be/ en https://www.facebook.com/evavlaamsbrabant     ©Tekst: Heemkundige Kring Vlierbeek - Bo Scheepmans. ©Foto 1: Rikolto. ©Foto 2: Jonny Kiggen.  

» Ga verder

31 december 2020

Dankbaar en trots sluiten we 2020 af

Dankbaar en trots sluiten we 2020 af. Dankbaar voor de vele mooie initiatieven van solidariteit die het afgelopen jaar in Vlierbeek ontstonden. Dankbaar ook voor de inspanningen van onze gemeenschapsploeg zodat we een moment van troost, bezinning of gebed konden vinden in onze abdijkerk. Trots op onze talrijke Vlierbeekse verenigingen, die ondanks alles hun best deden om jullie corona-proof alsnog iets moois aan te bieden.   Samen getuigen we van de veerkracht van onze Vlierbeekse gemeenschap, van de wil en het vermogen om samen uit deze coronacrisis te komen. Een teken van hoop en perspectief naar 2021 toe. We wensen je dan ook met het ganse team van de Abdij van Vlierbeek het allerbeste toe voor het nieuwe jaar!   In heel het land klinkt de warme oproep om vanavond om 20u20 samen - elk vanuit onze voordeur - het glas te heffen op het nieuwe jaar en te applaudisseren voor al wie al zo lang volhoudt, voor wie moed nodig heeft, voor je buren, je liefsten, jezelf. Ook onze abdijklokken omarmen graag dit initiatief en zullen om 20u20 luiden. Luister je samen met ons mee of je ze kan horen?   ©Tekst: Abdij van Vlierbeek. ©Aquarel: Rudi Thomassen.  

» Ga verder

27 december 2020

Restauratie pijler Engelsche Hof

Heuglijk nieuws vanop onze abdijsite. Afgelopen week werd immers de toegangspoort tot de Engelsche Hof (ook gekend als "de tuin van de zusters") opnieuw in ere hersteld.   Door een aanrijding met een vrachtwagen in de zomer van 2019, liep één van de pijlers jammer genoeg zeer grote schade op. Enkel het bovendeel met lijst in kalkzandsteen en de originele dekstenen in blauwe hardsteen konden gered worden. Een verregaande restauratie, onder begeleiding van het architectenbureau Studio Roma, drong zich dan ook op. De firma Renotec nam de eigenlijke restauratiewerken op zich. Zij herstelden eerder al vakkundig de Noorderpoort, de Westerpoort en het kapelletje met aanpalende muur op onze abdijsite.   Ook deze nieuwe uitdaging nam meester-metser Johan Vos, samen met zijn team, graag aan. De authentieke onderdelen, die konden gerecupereerd worden, ondergingen eerst een grondige reinigingsbeurt in het atelier van Renotec. Vervolgens werden zowel de plint in kalkzandsteen als de eigenlijke pijler in baksteen in het atelier prefab heropgebouwd. Dit gebeurde deels met nieuwe materialen en deels met gerecupereerde materialen van elders. Ook voor Renotec was dit prefabprocedé een primeur! Deze aanpak bleek tal van voordelen te bieden en maakte hen onder meer onafhankelijk van de weersomstandigheden.   Finaal werden afgelopen week alle onderdelen naar onze abdijsite getransporteerd waar ze vakkundig op elkaar werden geplaatst. Beide pijlers pronken er nu weer trots naast elkaar. De smeedijzeren poort die bij het geheel hoort, wordt momenteel geconserveerd ter restauratie. Zodra deze restauratiewerkzaamheden afgerond zijn, zal ook de poort tussen de twee pijlers kunnen teruggehangen worden.       Graag tonen we je enkele foto's van het prefabprocedé in het atelier van Renotec, alsook van de opbouw van de pijler op onze abdijsite.                                                                                                                           ©Tekst: Abdij van Vlierbeek. ©Foto’s: Renotec en Abdij van Vlierbeek.

» Ga verder

25 december 2020

Abdijklokken luiden op stille kerstdag

Op deze stille kerstdag zullen in alle kerken van ons land de klokken luiden. Ook de klokken van onze abdijkerk zal je vandaag om 12u extra lang horen luiden. Een signaal van troost en hoop voor wie getroffen wordt door het Coronavirus en voor al wie hen nabij en lief is. Als een hart onder de riem ook voor de helden van de zorg. Als jij vandaag onze abdijklokken hoort luiden, mag je er ook een boodschap van verbondenheid onder mekaar in horen.   De deur van onze abdijkerk staat vandaag voor je open van 10u - 17u. Je bent er steeds welkom voor een moment van bezinning of gebed. Snuif ook even de kerstsfeer op bij onze kerststal. Volgens de traditie wordt het kindje Jezus in Vlierbeek steeds tijdens de middernachtmis in de kribbe gelegd. Dit jaar kon dit jammer genoeg niet. Dit konden we zo niet laten voorbij gaan natuurlijk. Daarom mochten Finn en Tuur, twee kinderen uit onze parochie, gisterennamiddag alvast het kindje in de kerststal leggen.   Ook buiten voor onze abdijkerk vind je nog steeds een kerststal. We nodigen je uit een kerstwens voor jezelf of voor je familie of vrienden op een kaartje te schrijven, dat je vervolgens aan één van de kerstbomen bij de kerststal hangt. De wind, de regen, misschien een sneeuwvlokje, een streepje zon, zullen de letters doen vervagen, maar de kracht van je woorden en gedachten blijft bestaan, voor altijd.   We wensen je een Kerst met veel licht in en rondom je.     ©Tekst: Abdij van Vlierbeek in samenwerking met de gemeenschapsploeg Vlierbeek.

» Ga verder

21 december 2020

Beeldhouwer "De monnik" overleden

Wij vernemen het overlijden van minderbroeder-beeldhouwer Rik Van Schil.  Het beeld "De monnik" van zijn hand kreeg in 2015 een vaste plaats op één van de stillere plekjes van onze abdijsite. Een beetje verscholen achter de muur, die de Engelsche Hof omzoomt, vind je dit beeld van een monnik dat naast nederigheid ook een sereen streven naar vrede uitstraalt.   Pater Van Schil overleed op 19 december 2020 in het Sint-Augustinusziekenhuis in Wilrijk. Hij werd geboren in Wilrijk op 16 juni 1931, was de zoon van wijlen Jos Van Schil en Alphonsine Callens, en trad in bij de minderbroeders op 5 september 1950. Op 31 maart 1957 werd hij tot priester gewijd. Rik Van Schil was de medestichter en bezieler van Pro Arte Christiana Vaalbeek. Er zijn niet zoveel hedendaagse beeldhouwers die vanuit hun religieuze roeping de vele aspecten van de spiritualiteit vorm hebben gegeven. Het oeuvre van Rik Van Schil kunnen we algemeen omschrijven als realistisch en expressief. Rik Van Schil probeerde de werkelijkheid weer te geven zoals hij ze zag, maar fel uitgepuurd en krachtig gestructureerd. De expressie in zijn werk kan hevig zijn, maar toch met een diepe, innerlijke dimensie, omdat ze voortkwam uit de bron van zijn religieuze ontroering.   Rik Van Schil wordt in intieme kring ter aarde besteld op het kerkhof van het voormalig Franciscanenklooster in Vaalbeek (Oud-Heverlee). Onze innige deelneming aan zijn Franciscaanse broeders, zijn familie en vrienden. Veel sterkte, kracht, troost en verbondenheid.   ©Tekst en foto's: Abdij van Vlierbeek.  

» Ga verder

20 december 2020

Kerst in intieme kring met de familie Bach

  Het jaarlijkse kerstconcert in onze mooie abdijkerk wordt deze Kerst jammer genoeg afgelast. Maar geen getreur. In samenwerking met Evil Penguintv en 30CC brengen we het kerstconcert van het Vlaams Radiokoor en Il Gardellino dit jaar rechtstreeks tot bij je thuis. Je zal het immers morgen - 21 december - vanaf 19u45 kunnen beluisteren via een livestream en wel via deze link: https://www.evilpenguintv.com/radiokoor-stream-21dec of via Facebook op: https://facebook.com/events/286897449315837   Tickets kosten 5,00 €. De opbrengsten van dit livestream concert gaan integraal naar de Changemakers campagne van 11.11.11.   Zo wordt het een Kerst in intieme kring, met de familie Bach. Deze familie drukte als geen ander zijn stempel op de muziekgeschiedenis. De initialen J.S. zeggen meestal voldoende, maar ook na hem bewezen tal van andere Bachs hun muzikaal talent. Een mooie tegenhanger voor de klassieke christmas carols uit onze eeuw, waarmee dit kerstconcert zal afsluiten.   Programma:   -Johann Ludwig Bach, 11 Motets: Uns ist ein Kind geboren-Johann Bernhard Bach, Ouverture (Suite) in D-Dur: II. Caprice / IV. Air-Johann Michael Bach, Ehre sei Gott in der Höhe -Johann Michael Bach, Nun treten wir ins neue Jahr-Christian Geist, Choralvariation für Sopranen, 2 Violinen, Gambe und Basso Continuo: "Wie schön leuchtet der Morgenstern”-Johann Sebastian Bach, Cantate 140: IV. Chorale: Zion hört die Wächter singen -Johann Sebastian Bach, Orchestral Suite No. 3 in D Major, BWV 1068: II. Air -Johann Sebastian Bach, Singet Dem Herrn Ein Neues Lied, BWV 225: Singet Dem Herrn Ein Neues Lied -Johann Sebastian Bach, Wie Sich Ein Vater Erbarmet -Johann Sebastian Bach, Lobet Den Herrn In Seinen Taten -Johann Sebastian Bach, Alles, Was Odem Hat   -Michael Praetorius, Es ist ein Ros entsprungen (arr. J. Sandström)-Sergei Rachmaninov, All-Night Vigil, Op. 37: VI. Bogoroditse Devo / II. Shestepsalmye-François-Auguste Gevaert, Le sommeil de l'enfant Jésus-Anonymous & Michael Murray, Ce matin, j'ai rencontré le train-Franz Xaver Gruber, Silent Night (arr. Jonathan Rathbone)-Traditional & Jonathan Rathbone, Gabriel's Message-Traditional & Nigel Short, We Wish You A Merry Christmas  

» Ga verder

16 december 2020

Heraanleg wandelpaden

De omgeving van onze mooie benedictijnenabdij is voor velen een geliefde plek voor een wandeling in het groen. Om het wandelcomfort van de vele wandelaars te verhogen, worden het Negenbunderspad en de Blokweg - twee wandelpaden in de vallei van Vlierbeek en grenzend aan onze abdijsite - vernieuwd.     Dirk Vansina, Schepen van Openbare Werken van de Stad Leuven, geeft graag een woordje uitleg: "Naar aanleiding van het vernieuwingsprogramma van wandel- en fietspaden, werden de Blokweg en het Negenbunderspad recent aangepakt. Het asfalt van deze paden was immers in slechte staat. Beide wegen werden verbreed en het asfalt werd vervangen door “DurEko-mix”1. Dit is een duurzaam materiaal en deels samengesteld uit hergebruikte materialen. Bovendien is het waterdoorlatend. Op die manier verhogen we niet enkel het wandel- en fietscomfort van beide paden maar “ontharden” we ook. Doordat het regenwater op een natuurlijke manier kan doordringen naar de ondergrond wordt het grondwater aangevuld.   Het Negenbunderspad kreeg bovendien een extra aftakking naar de Kortrijksestraat. Deze was door de  jaren heen ontstaan door intens gebruik, een zogenaamd “olifantenpad”. Dankzij de bestendiging hiervan is de buurt rond de Abdij van Vlierbeek nu officieel een pad rijker. Waar dit pad uitkomt op de Kortrijksestraat ontbreekt nog een stuk voetpad. Dat zal later nog worden aangelegd."   1. Producent Koers BVBA.     ©Tekst: Abdij van Vlierbeek in samenwerking met Dirk Vansina. ©Foto’s: Abdij van Vlierbeek.            

» Ga verder

15 december 2020

Samen rond de kerststal

Kerst als geen ander...  dit jaar zullen we Kerstmis jammer genoeg niet kunnen vieren zoals we dat gewoon zijn of graag zouden willen. Dit weerhield de medewerkers van de parochie er echter niet van om - zoals ieder jaar - weer een mooie, grote kerststal op te stellen op het pleintje voor onze abdijkerk. Ook binnen in de kerk kan je genieten van de gezelligheid van nog een tweede kerststal.             Graag nodigen we je uit om even tijd vrij te maken voor een bezoek aan onze abdijsite en er bij de kerststal een moment van rust, meditatie of gebed te vinden. Je kan dat zeker doen op een corona-veilige wijze. Zo kan je in gedachten bij de mensen die je dierbaar zijn toch een beetje samen zijn... Je kan dit moment nog intenser maken door een kerstwens voor jezelf, voor je familie of je vrienden of voor de wereld op een kaartje te schrijven, dat je vervolgens aan één van de kerstbomen bij de kerststal hangt. De wind, de regen, misschien een sneeuwvlokje, een streepje zon, zullen de letters doen vervagen, maar de kracht van je woorden en gedachten blijft bestaan, voor altijd.   Ook voor gezinnen met jonge kinderen of grootouders met hun kleinkinderen, is er een mooi aanbod. De Dienst Gezinspastoraal van het bisdom Hasselt werkte een herdertjeswandeling uit in het thema van Kerstmis. De herdertjestocht is een luisterwandeling voor kinderen. Je kan ze eender waar en wanneer doen, dus ook op onze prachtige abdijsite.  Meer info vind je op https://www.kerknet.be/bisdom-hasselt/artikel/herdertjestocht.   Onze abdijkerk is elke dinsdagnamiddag van 14u tot 16u en elke zondag van 10u tot 17u vrij toegankelijk. Ook op donderdag 24 en vrijdag 25 december zal onze kerk extra geopend zijn, telkens van 10u tot 17 u.   ©Foto’s: Abdij van Vlierbeek.          

» Ga verder

13 december 2020

Groenbeheer op onze abdijsite

Je hebt ze misschien al gezien, de gele affiche die bij het kapelletje op onze abdijsite hangt. Hierop kan je lezen dat er een omgevingsvergunning aangevraagd werd voor de kap van enkele bomen op het abdijdomein. We geven hierbij graag een extra woordje uitleg.   Een samenwerkingsverband tussen de stad Leuven, de Kerkfabriek OLV Vlierbeek, Natuurpunt Vlierbeek en de Boomgaardwerking wil van de Abdij van Vlierbeek – nog meer dan nu al het geval is – een fijne, rustige en groene plek voor de buurt maken. Deze missie en visie past binnen het Masterplan Vlierbeek. Samen zullen de partners de plannen rond het groenbeheer op onze abdijsite verder uitwerken om vervolgens de nodige werken te starten.   Voor de eerste fase van deze werken werd alvast de omgevingsvergunning voor de volgende zones op de abdijsite gegund:   Eilandtuin Vandaag groeien in de drooggevallen grachten rond de oude Eilandtuin spontaan uitgeschoten bomen en struiken (opslag). Deze opslag zal gekapt worden. De Eilandtuin (zowel het hoge als het lage deel) zal dan al volgend jaar helemaal in hooilandbeheer kunnen genomen worden. Dat betekent in dit geval dat de aanwezige kruidvegetatie twee keer per jaar zal gemaaid worden. Niet alleen de erfgoedwaarde, maar ook het bloemrijk grasland wordt hierdoor hersteld.   Ook de scheefgezakte populier in de Eilandtuin zal worden gekapt. Verder zal de knothaagbeuk op de hoek met de oude Parterretuin opnieuw geknot worden. Bovendien zal de mooie, maar uitgegroeide haagbeukhaag - op de grens met het Chirospeelveld - een onderhoudssnoeibeurt krijgen. Zo wordt deze oude haag terug in hakhout gezet. Deze werken zullen in verschillende fases uitgevoerd worden. Zo wordt te veel schade aan de bomen vermeden en krijgen ze goede kansen om opnieuw uit te schieten.   Boomgaard In de Boomgaard zullen de bomen en struiken, die palen aan de buitenmuur van het abdijdomein, gekapt worden.  Dit omdat ze de muur onherroepelijk schade toebrengen. Daarnaast zal er ook een zieke kerselaar (aangetast door het “Little Cherry Virus” of het “Kleine Kersenvirus”) gekapt worden en worden de aanwezige robiniabomen gesnoeid.         ©Tekst: Natuurpunt Vlierbeek in samenwerking met Abdij van Vlierbeek, Wijkboomgaard Vlierbeek en Stad Leuven. ©Foto’s:   Abdij van Vlierbeek.                  

» Ga verder

7 december 2020

Move my Shadow

Zin in een extra streepje cultuur tijdens een wandeling op onze mooie abdijsite? Met “Move my Shadow” neemt de Abdij van Vlierbeek deel aan een openlucht expo, die momenteel op meerdere plaatsen in Leuven en ver daarbuiten loopt.   Achter de ramen van onder meer het Nieuw Abtskwartier, het Gastenkwartier en het bezoekerslokaal “Broeder Portier” ontdek je enkele boeiende kunstwerken. Deze werken komen tot leven terwijl je ze scant met de EyeJack app (gratis). Elk kunstwerk vertelt je een ander verhaal… je leert het verhaal niet kennen tenzij je je smartphone over het kunstwerk verplaatst! In totaal kan je 7 kunstwerken ontdekken. Vergeet zeker ook niet op de wat minder gekende plekjes van onze adbijsite  te speuren…   De Heemkundige Kring Vlierbeek wil met de organisatie van deze openlucht expo voor een unieke culturele beleving zorgen… een lichtpuntje tijdens de koude en donkere winterdagen. “Move my Shadow” wil bovendien een eerbetoon zijn aan alle kunstenaars en aan ons allemaal… wij die met z’n allen er naar hunkeren elkaar weer te kunnen ontmoeten en aan te raken… Maar dat kan nu even niet… We zien enkel de voetsporen en schaduwen van elkaar. Daarom "Move my Shadow"  - come and meet me, but not directly, via the thoughts and images we both like.   Je kan ”Move my Shadow” nog tot en met 31 december in alle rust komen ontdekken. Mocht het toch even druk worden op onze abdijsite, aarzel dan niet om een mondmasker te dragen. Zo denk je aan je eigen veiligheid, maar ook aan die van andere wandelaars en cultuurliefhebbers.         Move my Shadow: fotografie Paulina Januszewska - grafisch design Kaja Renkas - sound design Tomasz Ignalski - animatie Iwona Pom - concept Leitmotif & Progressive Arts Festival.   ©Tekst: Heemkundige Kring Vlierbeek. ©Foto's: Heemkundige Kring Vlierbeek en Progressive Arts Festival - Move my Shadow.    

» Ga verder

5 december 2020

Een nieuwe thuis voor de vleermuis

Afgelopen maand kende Vlaams minister van natuur Zuhal Demir de nodige budgetten toe aan twee projecten, die de vleermuizenpopulaties op en rond onze abdijsite, willen ondersteunen. Zo keurde het Agentschap voor Natuur en Bos de projectsubsidies Natuur goed van de Stad Leuven voor het herstel van de oude Oosterdreef. Ook de projectaanvraag, waarbij Natuurpunt Vlierbeek twee winterverblijfplaatsen voor vleermuizen wil inrichten, werd gehonoreerd. Oosterdreef hersteld voor vleermuizen Oude dreef als toegangsweg tot de abdijsite Ten tijde van de benedictijnenmonniken vormde de lange Oosterdreef, terug te vinden op de Ferrariskaart van 1777, één van de toegangswegen tot de Abdij van Vlierbeek. Deze oude dreef liep - zoals de naam doet vermoeden - vanuit oostelijke richting tot aan de voormalige Oosterpoort van onze abdijsite en sloot vervolgens aan op de Eilandtuin (of Abtstuin) - op de hoek van de Boomgaard. In historische documenten werd de poort ook wel Lindenpoort genoemd. Deze benaming verwijst hoogstwaarschijnlijk naar de nabijgelegen gemeente Linden, die zich ten oosten van het abdijdomein situeert. Een andere mogelijkheid is dat de oude dreef geflankeerd werd door lindebomen en dat de poort bijgevolg daaraan haar naam dankte. Vandaag blijven van het bouwwerk slechts enkele overwoekerde muurresten en een stenen brug bewaard. De Oosterdreef zelf is nog duidelijk te situeren, maar gaat grotendeels op in het huidige landschap.   Tot voor enkele decennia vormde het landschap rondom de Abdij van Vlierbeek een volledig open terrein. Je kreeg dus al van ver een mooi zicht op de benedictijnenabdij. De oude Oosterdreef vormde de rand van een grote open kouter met een moeraszone waar twee beken – de Molenbeek en de Vlierbeek -  door stroomden. De beken zijn nog steeds aanwezig, maar een groot deel van de weilanden rond de abdij zijn vandaag bebost. Die bebossing is er vrij snel gekomen door gebrek aan onderhoud. Met de bebossing zijn ook de dreven, die langs de waterlopen werden aangeplant, verdwenen. Ze zijn deels mee opgegaan in het bos of op andere plaatsen verdwenen gewoonweg de bomen.   Nochtans zijn dreven heel waardevol voor vleermuizen - als nestplaats, maar evenzeer als voedselgebied. De Laatvlieger (Eptesicus serotinus), de Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) en de Gewone grootoorvleermuis (Plecotus auritus) zijn soorten die nu reeds huizen op de zolders van de Abdij van Vlierbeek. In hoeverre vandaag ook typische bossoorten voorkomen in en om de abdijsite is nog niet helemaal duidelijk.   Het herstellen van de historische Oosterdreef is trouwens niet alleen voor vleermuizen significant. Ook voor heel wat andere soorten zoals paddenstoelen, kevers, (korst)mossen, … zal de herstelde dreef met onder meer oude, aftakelende bomen met dood hout een ecologische meerwaarde vormen. Doordat het bladstrooisel zich er bovendien minder zal ophopen en er meer licht zal kunnen doordringen dan in het aangrenzende bos, zal hier een specifieke leefomgeving ontstaan. Voldoende drijfveren dus om deze historische dreef in ere te herstellen. Doel en aanpak van de herstelwerkzaamheden Het Masterplan Vlierbeek wil de oorspronkelijke opbouw van het landschap rond de Abdij van Vlierbeek zo veel mogelijk nastreven. De oude Oosterdreef zal daartoe over een lengte van 250 meter hersteld worden. Het gaat hierbij om het eind dat loopt van aan het verbindingswegje tussen de Kortrijksestraat en het Negenbunderspad tot aan de voormalige Oosterpoort van de abdijsite.   Op langere termijn moet dit leiden tot bomen met holten die door vleermuizen kunnen gebruikt worden als kolonieplaats. Op korte termijn zal de herstelde dreef alvast dienst doen als voedselgebied voor de vleermuizen, die huizen op onze abdijsite. Maar al even belangrijk is het herstel van de geleidende structuur tussen kolonie- of dagrustplaatsen (de abdijsite) en voedselgebieden in de ruimere omgeving (zoals het Lindenbos en het Chartreuzenbos).   De aanplant van de dreef zal uitgevoerd worden tijdens het plantseizoen van 2021-2022. Waar mogelijk zullen oude bomen opnieuw opgenomen worden in de dreefstructuur. Op plaatsen waar dit niet mogelijk is of waar hiaten zijn ontstaan in de structuur zullen nieuwe bomen worden aangeplant.    Winterverblijfplaatsen voor vleermuizen Krocht en Oud Abtskwartier als ideale winterverblijfplaats De winter is voor vleermuizen één van de meest cruciale periodes in het jaar. Om de koude en voedselarme wintermaanden door te komen, brengen vleermuizen al slapend de winter door. Tijdens hun winterslaap moeten ze als het ware de omgeving “ondergaan”. Door deze passieve houding verlaagt hun metabolisme en zijn vleermuizen – net als andere dieren die een winterslaap houden - tijdens de winter niet in staat om snel te reageren op veranderende omstandigheden. Ze zijn dan uiterst kwetsbaar en hebben dus een zeer stabiele winterverblijfplaats nodig. Dit maakt dat ze hoge, soortspecifieke eisen stellen aan de ruimte waarin ze vanaf oktober-november tot maart-april (afhankelijk van de buitentemperatuur en soort) hun intrek nemen.   Vleermuizen zijn in het algemeen erg kieskeurig in de keuze van een verblijfplaats – en dit in elk seizoen. Vaak gebruiken ze voor iedere mogelijke weersomstandigheid en voor elk seizoen een aparte plek. Hun armen en benen zijn helemaal aangepast om te kunnen vliegen. Daardoor kunnen vleermuizen niet zelf een nest maken, een gat in een boom hakken of een hol graven. Ze zijn dus voor hun verblijfplaatsen helemaal aangewezen op al bestaande omstandigheden.   Voor hun winterslaap zoeken ze plekjes waar het donker en koel is, maar niet vriest. Een constante temperatuur tussen 2°C en 10°C - afhankelijk van de soort - is ideaal. Verder mag het er niet tochten en is ook een hoge luchtvochtigheid (80%-100%) van  belang. Dit om de vlieghuid van de vleermuizen te beschermen. Bij een maandenlang verblijf in een te droge ruimte zou de vlieghuid immers uitdrogen en scheuren. Sommige soorten kruipen het liefst weg in spleten, barsten en andere holten in de muren, terwijl andere open en bloot aan de muren hangen. De aanwezigheid van ruwe wanden om aan te hangen of voldoende kleine schuilplaatsen - er moeten immers genoeg “bedden” aanwezig zijn voor de hele kolonie – speelt dus evenzeer een belangrijke rol. De nodige rust vult het verlanglijstje van de overwinterende vleermuizen aan. Het verstoren van de verblijfplaatsen door mensen of andere dieren is immers zeer ongunstig omdat hierdoor de omgevingstemperatuur verhoogd wordt en de lucht in beweging komt, wat de vleermuizen uit hun winterslaap kan halen. Dit gaat gepaard met een enorm energieverlies dat de dieren vaak niet meer te boven komen of niet meer kunnen aanvullen door een tekort aan voedsel (insecten) tijdens de winterperiode. Ze zullen bijgevolg sterven.   Een hele waslijst aan eisen dus om te kunnen voldoen als geschikte winterverblijfplaats. Met haar oude en kille kelders heeft onze benedictijnenabdij echter al deze troeven in handen. Natuurpunt Vlierbeek zal daarom de kelder van het Oud Abtskwartier alsook een historische grafkelder verder inrichten als winterverblijfplaats voor vleermuizen. De grafkelder - onder de Vlierbekenaren ook wel gekend als  “krocht” - is gelegen in de voormalige Pandtuin, meer specifiek langs de sacristie van de huidige Onze-Lieve-Vrouwekerk. Deze ondergrondse ruimte werd destijds aangelegd onder de historische pandgang van de benedictijnenabdij. Aanpak van de werkzaamheden Door de specifieke eisen van een winterverblijfplaats zijn enkele inrichtingswerken en de opmaak van een verder beheerplan noodzakelijk.   In het Oud Abtskwartier zullen de verluchtingsopeningen, die naar de kelder leiden, worden afgesloten met een cortenstalen plaat met telkens een invliegopening in. Zo kunnen de vleermuizen naar binnen vliegen, wordt tocht geminimaliseerd, maar blijft er wel een opening om te verluchten. In de kelder zelf moeten er eigenlijk geen aanpassingen gebeuren omdat er hier al voldoende spleten, kieren en luchtklokken1 aanwezig zijn waar de vleermuizen zich in kunnen schuilhouden.   Op de toegangsschacht naar de krocht zal een betonnen of bakstenen constructie geïnstalleerd worden. Deze zal afgesloten worden door ofwel een decoratieve deur met invliegopening, ofwel een kooiachtige metalen constructie met spijlen. Ook onderaan de trap, die de toegangsschacht met de eigenlijke grafkelder verbindt, komt er een cortenstalen deur met invliegopening. De deur moet de luchtcirculatie beperken, een stabiele temperatuur creëren en tocht minimaliseren zodat de achterliggende ruimte een aangename winterverblijfplaats voor de vleermuizen zal zijn. In de krocht zal er bovendien een constructie uit hout en steen gemaakt worden waar vervolgens “vleermuizenstenen” aan bevestigd zullen worden. Dit geeft de vleermuizen de mogelijkheid om zich vast te haken of in weg te kruipen zonder dat de oude muren van de historische grafkelder beschadigd worden.   Volgens de huidige planning, zullen de werken in de loop van 2021 van start gaan en zullen de vleermuizen beide ruimten reeds volgende winter als winterverblijfplaats kunnen gebruiken. De soorten die we er dan hopen terug te vinden zijn onder meer: de Baardvleermuis (Myotis mystacinus), de Watervleermuis (Myotis daubentonii), de Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus), de Gewone en de Grijze grootoorvleermuis (Plecotus auritus/austriacus), de Laatvlieger (Eptesicus serotinus) en laatst, maar niet minst de Franjestaart (Myotis natteri).   We kijken er alvast naar uit om naast het koppel slechtvalken, dat in de lente en zomer nestelt in de toren van onze abdijkerk, nu ook de vleermuizen als onze koesterburen welkom te heten.   1Holle ruimtes in het plafond, die vaak wat dieper (hoger) zijn en waar de lucht in blijft hangen (en dus stabieler is).     Foto 1: Ferrariskaart van 1777, geraadpleegd op https://www.kbr.be/nl/kaart-van-ferraris/ op 29 november 2020. Foto 2: Zicht op het open landschap rond de Abdij van Vlierbeek. Enkel de voormalige dreven doorbreken het landschap. © Heemkundige Kring Vlierbeek. Foto 3: Laatvlieger (Eptesicus serotinus) in winterslaap. © Yves Adams – Vilda. Foto 4: Groepje Fransjestaarten (Myotis natteri) in winterslaap. © Yves Adams – Vilda. Foto 5: Franjestaart (Myotis natteri). © Hugo Willocx  - Natuurpunt.     ©Tekst: Abdij van Vlierbeek in samenwerking met Natuurpunt Vlierbeek, Heemkundige Kring Vlierbeek en Stad Leuven.                              

» Ga verder

23 november 2020

Honing van onze bijtjes

Momenteel is het volop herfst in onze boomgaard en ligt alles er rustig en stil bij. In het voorjaar en de zomer hebben onze bijtjes echter hard gewerkt en zorgden ze voor de productie van heerlijke Vlierbeekse honing.              Heb jij ook wel zin in een potje artisanale honing van de bijtjes van onze abdijboomgaard? Onze imker Danny Koeken helpt je graag verder.   Danny Koeken Kortrijksestraat 190 3010 Kessel-Lo 0472-97.09.42 dkoeken@gmail.com   De prijs bedraagt 6,00 € voor een potje honing van 500 gram.                            ©Foto's: Abdij van Vlierbeek.

» Ga verder

18 november 2020

Vlierke Plezierke

Heb je altijd al eens zin gehad om één van de bomen op onze abdijsite stevig te knuffelen? Weet jij misschien nog wat een “annekesnest” is? Of ben je wel benieuwd naar het oude volksverhaal over de klokken van Vlierbeek? Kom dan zeker de volgende weken eens langs op onze abdijsite.   Enkele van onze abdijbewoners – Jonny & Rudi, Bea & Dirk en Céline & Willem met hun kinderen Janne en Martin - bedachten immers een leuk bomenspel voor jong en oud.  Er valt heel wat te ontdekken: een vleugje poëzie, oude volksverhalen, doe-opdrachten, oude uitdrukkingen en zo veel meer. Een veilig initiatief om een wandeling langs onze historische benedictijnenabdij nog boeiender te maken!   Je kan het bomenspel nog tot het einde van de kerstvakantie in alle rust komen ontdekken. Mocht het toch even druk worden op onze abdijsite, aarzel dan niet om een mondmasker te dragen. Zo denk je aan je eigen veiligheid, maar ook aan die van andere wandelaars.   Update 20-11-2020: Herbeluister ook het interview met Jonny Kiggen over Vlierke Plezierke in "Start je dag" van 20 november via de app van Radio 2 (rond 01:38:15).   ©Foto's: Abdij van Vlierbeek.   Klik op de onderstaande foto's om deze te vergroten.

» Ga verder

8 november 2020

Een beetje Provence in Vlierbeek...

Onze historische benedictijnenabdij en de prachtige natuur rondom onze abdijsite blijven je in elk seizoen uitnodigen voor een wandeling. De natuur heeft intussen - ook in Vlierbeek - haar mooiste herfstjurk aangetrokken.           Het veld langs het Kloosterdijkpad kleurt echter nog even volop zomersgeel dankzij de duizenden zonnebloemen die er momenteel in bloei staan. Een klein beetje een Provence-gevoel in Vlierbeek...                  ©Foto's: Abdij van Vlierbeek.   Mogen we vragen om bij een wandeling rondom onze abdijsite alle corona-richtlijnen strikt te volgen. Op sommige dagen kan het best even druk worden, zeker met het prachtige herfstweer van de afgelopen dagen. Aarzel dan niet om een mondmasker te dragen. Zo denk je aan je eigen veiligheid, maar ook aan die van andere wandelaars. Ook willen we vragen om de rust en de privacy van de buurtbewoners rondom het veld met de zonnebloemen te respecteren.   Het spreekt uiteraard vanzelf dat het niet de bedoeling is dat wandelaars zonnebloemen gaan plukken. Het veld betreft immers privé-bezit. Ook de "aangelegde paden", zijn er niet om wandelaars uit te nodigen om verder op het veld te gaan wandelen. Ze verlenen enkel toegang tot specialisten die grondstalen van het perceel dienen te nemen. We vragen dus om de zonnebloemen niet te plukken. Laat ons met z'n allen gewoon genieten van het mooie uitzicht.  

» Ga verder

30 oktober 2020

Opschorting eucharistievieringen

Zoals je wellicht vernomen hebt, heeft de Vlaamse regering beslist dat er momenteel in een kerkgebouw nog slechts maximum 40 personen toegelaten worden. Omdat we jouw veiligheid en die van onze parochiemedewerkers op de eerste plaats stellen, werd er in Vlierbeek beslist om alle eucharistievieringen vanaf dit weekend op te schorten en dit tot nader order. Een bezoek aan onze  abdijkerk blijft wel mogelijk, dit voor een moment van persoonlijk gebed en bezinning. Je bent van harte welkom om op zondag van 10 uur tot 17 uur en op dinsdagnamiddag van 14 uur tot 16 uur de stilte van onze kerk te komen opzoeken.     Onder het motto "Uit het oog, maar niet uit het hart", wil de gemeenschapsploeg van onze parochie Vlierbeek graag contact met jullie houden via hun wekelijkse nieuwsbrief, zodat we verbonden blijven met elkaar. Mocht je deze nieuwsbrief ook graag willen ontvangen om zo geïnformeerd te blijven over het reilen en zeilen binnen onze parochie, dan mag je steeds een mailtje sturen naar vlierbeekparochie@gmail.com. Je kan het secretariaat van onze parochie ook bereiken op de volgende telefoonnummers: 016-25.88.28 of 0471-73.12.68.    De gemeenschapsploeg van onze parochie wil hierbij ook graag een extra oproep doen om je te abonneren of te herabonneren op het wekelijkse parochieblad - Kerk&Leven -  waarin je alle parochienieuws kan lezen. Een jaarabonnement kost je 40 euro. Dit blad is er voor jou, maar komt er ook door jou! Wie zich geroepen voelt, kan en mag (graag zelfs) een artikel schrijven of een interessante tekst of boeiende foto doorsturen naar het e-mailadres van de parochie: vlierbeekparochie@gmail.com. Gewoon iets dat je graag deelt met onze parochianen. Zeker in deze tijden, kan wat extra nieuws voor wat welkome afwisseling zorgen.   We zijn ervan overtuigd dat we verbonden kunnen blijven met elkaar om deze (alweer) moeilijke periode goed door te komen.   ©Tekst: Gemeenschapsploeg parochie OLV Vlierbeek. ©Foto: Creatov.  

» Ga verder

20 oktober 2020

Groen licht voor verdere restauratie

Twee restauratiedossiers voor onze abdij stonden meer dan vijf jaar op de wachtlijst voor subsidies.    Dat voor het Oud Abtskwartier (Koetshuis en Pandgang) werd in oktober 2014 ontvankelijk verklaard, dat voor het Nieuw Abtskwartier (interieur) in maart 2015.    Voor beide dossiers werd eind augustus 2020 een aanvraag voor structurele voorafnames wegens hoogdringendheid ingediend.  Matthias Diependaele, Vlaams minister van onroerend erfgoed, keurde beide aanvragen op 1 oktober 2020 goed.    De dossiers worden nu voorbereid voor aanbesteding en naar verwachting zullen de werken kunnen starten in 2021. Een hele opsteker op weg naar de viering van 900 jaar Abdij van Vlierbeek in 2025.   Foto 1: Nieuw Abtskwartier - De statige trap in de grote inkomhal van de vroegere woning van de abt van Vlierbeek. ©KIK-IRPA, Brussel.   Foto 2: Oud Abtskwartier - Het Koetshuis enkele jaren voor de noodlottige brand in november 2016. ©Studio Roma (https://www.studioroma.be/projecten/abdij-van-vlierbeek-te-kessel-lo/).                    

» Ga verder

16 oktober 2020

De Vadder en Nackaerts terug thuis

Afgelopen zondag was een heuglijke dag voor Vlierbeek. Twee welgekende heren keerden terug naar onze gastvrije abdij: Victor De Vadder en Frans Nackaerts, twee namen die in de geschiedenisboeken van Vlierbeek gegrift staan.   Het echtpaar Fons en Rosa De Vadder schonk ons immers een unieke portretfoto van hun nonkel Victor De Vadder (1901-1992). Als onderpastoor van Vlierbeek in de periode 1931-1943 woonde Victor De Vadder dertien jaar in de pastorij op onze abdijsite en ging hij ontelbare eucharistievieringen voor in onze abdijkerk.   Victor De Vadder  was afkomstig uit het pittoreske dorpje Tremelo. Als oudste zoon van een groot landbouwersgezin met acht kinderen, volgde hij zijn roeping en koos hij voor een opleiding aan het Groot Seminarie van Mechelen waar hij op 6 juni 1925 tot priester werd gewijd. In het Sint-Romboutscollege te Mechelen kon hij meteen aan de slag als leraar, maar zijn hart lag bij het pastorale werk. Hij was dan ook enorm verheugd toen hij op 23 juni 1925 als onderpastoor van Sint-Lambrechts-Woluwe aangesteld werd om vervolgens in 1931 naar onze parochie overgeplaatst te worden.   De Vlierbeekse jeugd nam hij maar wat graag onder zijn vleugels. Victor De Vadder richtte in onze parochie immers een afdeling van de KAJ (Katholieke Arbeidersjeugd) en de VKAJ (Vrouwelijke Katholieke Arbeidersjeugd) op, twee jeugdbewegingen die - naast het reeds bestaande patronaat - de jeugd van Vlierbeek wilden verenigen.   Bij de inval van de Duitse troepen in mei 1940 was hij het ook die, samen met pastoor Karel Eeckelaers, de Vlierbekenaren bijstond terwijl ze met z’n allen bescherming zochten in de kelders van onze abdij en dit tijdens vele bange uren.   Een ander meesterwerk dat terugkeerde naar Vlierbeek is een schilderij van de hand van de Vlierbeekse schilder Frans Nackaerts (1884-1948). Iedereen kent wel zijn schitterende werk “Laat de kinderen tot mij komen” dat in onze abdijkerk te bewonderen valt. Maar ook het schilderij dat we afgelopen zondag in ontvangst mochten nemen, is van grote waarde voor Vlierbeek. Het schilderij behoorde vele jaren tot de privécollectie van de familie De Vadder. Hoe het in het bezit kwam van Victor De Vadder is niet precies gekend. Misschien was het wel een afscheidsgeschenk toen hij in september 1943 Vlierbeek verliet om in Terbank, bij Heverlee, een nieuwe hulpparochie te stichten?     Het lijkt wel alsof Frans Nackaerts zijn penselen die winterdag speciaal voor Victor De Vadder ter hand genomen heeft. Het schilderij toont immers de pastorij - zijn Vlierbeekse woning - samen met de abdijkerk. Maar bovenal nam Frans Nackaerts ook de Vlierbeekzaal mee op in zijn compositie, toch wel één van de belangrijkste verwezenlijkingen van Victor De Vadder op onze abdijsite. In 1934 stond hij immers mee op de bouwwerf toen deze voor Vlierbeek zo belangrijke zaal opgetrokken werd.       De Heemkundige Kring Vlierbeek is de familie De Vadder dan ook bijzonder dankbaar voor deze schenking en belooft de werken blijvend met de allerbeste zorgen te omringen.     Graag tonen we je nog enkele sfeerbeelden van de warme thuiskomst van beide werken:       ©Tekst en foto's: Heemkundige Kring Vlierbeek.  

» Ga verder

11 oktober 2020

Vogeltrek in de vallei van Vlierbeek

De vogeltrek is al een tijdje bezig en breekt nu helemaal los. Ook onze vallei van Vlierbeek ligt pal op een drukke trekroute. Net zoals in de rest van Europa worden ook in Vlierbeek elk voor- en najaar overvliegende vogels geteld. Er werd immers een trektelpost ingericht op de Chartreuzenberg, in het verlengde van de Kesselberg.   De vogels komen uit de vallei en vliegen vervolgens laag over het plateau of er net langs, maar kunnen toch nog worden opgemerkt via de openingen tussen de bomen. Wat opvalt is dat ze de stad Leuven meestal vermijden. Ze vliegen dus rechtstreeks van Vlierbeek door naar Meerdaalwoud. In deze periode dus echt van noord (oost) naar zuid (west). Eén van de leden van Natuurpunt Vlierbeek, Stijn Vranckx (NatuurgidsfeStijn), telt ook wel eens mee. Gisteren is hij gaan meedoen en wat zie of hoor je dan allemaal? Met vier personen hebben ze heel wat geteld waaronder: - 8.942 vinken - 194 boerenzwaluwen - 142 graspiepers - 81 aalscholvers - 51 buizerds - 3 smellekens - 5 atalanta (vlinders!)   In totaal werden er maar liefst 10.362 exemplaren geteld (waarvan 40 vogelsoorten) en dit op zo'n 9 uur en 45 minuten. Volledige cijfers kan je vinden via deze link: https://www.trektellen.org/count/view/1184/20201010   Hoe werkt dat trektellen nu precies? Er wordt heel veel op het gehoor geteld. Elke soort heeft immers zo zijn typisch "trekroepje". Bij de vink is dat een zachte "jup jup" en af toe ook zijn eigen naam "fink". Bij de graspieper is dit een hoog "ist ist". Op basis van deze typische geluiden, probeer je dan de vogels te zoeken zodat je ze kan tellen. Het lijkt aartsmoeilijk en dat is het ook, maar je moet soms gewoon de sprong wagen en beginnen zoals Stijn nu doet. Ook al haal je er in het begin maar enkele soorten uit, het helpt enorm bij het trektellen. En het is bovendien zeer rustgevend.   Om te oefenen is er een mooie trektelmodule, online. Indien je hierover graag meer informatie wenst, kan je uiteraard steeds contact opnemen met Natuurpunt Vlierbeek. Volgende week staat er opnieuw een trektelling in België en Nederland gepland. Er zal contact gehouden worden via whatsapp om bijzondere soorten door te geven. En zoals altijd wordt er rekening gehouden met de Corona-maatregelen. Zo houden we het veilig en gezond.   ©Tekst: Natuurpunt Vlierbeek. Foto 1: Witte Kwikstaart - ©vroegevogels.bnnvara.nl Foto 2: Buizerd - ©Vogelbescherming.nl    

» Ga verder

10 oktober 2020

Archeologie in de kijker

Dit weekend staat overal in Vlaanderen "Archeologie" in de kijker. Op tal van plaatsen kan je in het kader van de "Archeologiedagen" immers deelnemen aan leuke activiteiten.1 Opgravingen maken ons nieuwsgierig want ze kunnen ons veel vertellen over ons verleden. Archeologie spreekt dan ook tot de verbeelding van groot en klein. Een uitgelezen kans dus om het boeiende tuinarchelogisch onderzoek, dat momenteel bij de Abdij van Vlierbeek loopt, wat verder aan jullie toe te lichten.   Archeologie in Vlierbeek In de zomer van 2019 konden we met z’n allen reeds zien hoe stadsarcheologe Lisa Van Ransbeeck - samen met enkele collega’s - met schop, truweel en borstel aan de slag ging om de fundering van de voormalige Tiendenschuur op onze abdijsite bloot te leggen. Dankzij deze opgravingscampagne is het volume van deze schuur, die bijna tweehonderd jaar geleden afgebroken werd, opnieuw gekend.   Maar daar bleef het sindsdien niet bij. Momenteel loopt er immers ook een tuinarcheologisch onderzoek in Vlierbeek. Op basis van dit onderzoek zal het mogelijk zijn de geschiedenis van de abdijtuinen in kaart te brengen en kan deze kennis een inspiratiebron zijn voor de opwaardering van deze tuinen.   Moderne archeologie laat ook toe om zonder opgravingen te kijken wat er zich onder de grond bevindt. Wie een wandeling langs onze abdij maakte, kon er in augustus en september immers de geofysici John Nicholls (Archaeological Geophysics TARGET) en Timothy Saey (3DSoil) met hun scantoestellen aan het werk zien. Zij scanden in opdracht van de Stad Leuven en het Archeologisch Projectbureau Aron reeds grote delen van de tuinen met een toestel dat elektromagnetische golven de bodem instuurt. Op die manier kunnen ze achterhalen of er nog structuren zoals funderingen, kleine muurtjes of oude wandelpaden te vinden zijn. Voor voorbijgangers waren deze bezigheden regelmatig een bron van speculatie … Wat deed die rare slee of die witte grasmaaier nu op de abdijsite? Wel, we lichten het graag even verder voor je toe.   Tuinarcheologisch onderzoek Het Masterplan voor de abdijsite van Vlierbeek schenkt heel wat aandacht aan de herinrichting van de groene ruimten op en rond de abdij. Om voor de oude abdijtuinen een passend ontwerpplan op te maken, is een tuinarcheologisch onderzoek zeker prioritair en noodzakelijk. Op die manier kan de historische en archeologische informatie immers opgenomen worden in het plan en wordt vermeden dat bij toekomstige werken tuinarcheologisch erfgoed vernietigd wordt.   Een bijkomende troef van dit onderzoek bij de herinrichting van de verschillende abdijtuinen is dat het ontwerpteam reeds in een vroeg stadium ondersteund wordt met een uitgebreide historische informatie. Deze zal zeker als brede inspiratiebron kunnen dienen bij het ontwerp van de op te waarderen tuinen en groenzones.   Meer nog, dit onderzoek zal hopelijk ook duidelijkheid verschaffen over de al dan niet waarheidsgetrouwe weergave van de abdijtuinen op oude prenten en schilderijen. Daarmee krijgen we, bijna letterlijk, een beter zicht op de geschiedenis van onze bijna negenhonderdjaar oude abdijsite.   Archeologie … meer dan graven alleen Het tuinarcheologisch onderzoek in Vlierbeek ging eerder dit jaar van start en loopt nog volop. Ook de komende maanden zal je de geofysici en archeologen dus nog aan het werk kunnen zien op onze abdijsite.   Naast het geofysisch vooronderzoek met verschillende soorten scantoestellen en het gravend archeologisch vooronderzoek waarbij handmatig sleuven en putjes worden aangelegd, werken de archeologen ook volop achter de schermen om alle historische informatie samen te brengen. Een belangrijk onderdeel van het tuinarcheologisch onderzoek is immers ook het uitgebreide bureauonderzoek. Deskundigen van KUL Archeoworks raadpleegden immers eerst diverse bronnen, zoals historische kaarten en luchtfoto’s, om zoveel mogelijk informatie te verzamelen over het landschap rond de abdij. Dat leverde alvast heel wat gegevens op over de tuinaanleg in het verleden.   Maar ook niet geschreven bronnen leverden bijkomende bruikbare informatie op. In samenwerking met de Heemkundige Kring Vlierbeek en dankzij de getuigenissen van onder meer Hans Dechamps en Hans Vandeput kwam aanvullende informatie over kleinere en grotere verstoringen van de bodem in de tuinen aan het licht. Beide heren zijn geboren en getogen in Vlierbeek. Als kleinzoon en achterkleinzoon van Jef Dechamps - de oude Suisse - en Rosalia Vandenbosch – Moeder Roos voor de Vlierbekenaren – brachten zij hun jeugdjaren door onder de kerktoren van Vlierbeek. Zo konden zij getuigen over de aanwezigheid van vroegere (water)putten en bakhuisjes op de abdijsite en waren ze er bij toen er in de jaren ’60 een zandbak voor de Chiro gegraven werd en de voormalige barakken2 voor de Chiro en de Scouts opgetrokken werden - beiden op het huidige Chiroveld. Bovendien  stootten  ze als  kind - bij het graven  van een  gat voor een steunpaal  van een  toegangspoortje - op enkele oude knopen van een soldatenuniform. Zou dit raadselachtige verhaal kunnen wijzen op de restanten van een soldatenplunje uit de 19de eeuw? In 1809 en 1815, ten tijde van de oorlogen tegen Napoleon, werd in onze abdij immers telkenmale een militair hospitaal ingericht. Tenslotte wisten de heren nog te vertellen dat de opgehoogde ligging van de Alberdingk Thymlaan ten opzichte van de aanpalende velden alles te maken heeft met het storten van het puin uit de zwaar getroffen wijk Blauwput na de bombardementen van mei 1944.   Deze bijkomende mondelinge bronnen vormen zeker een voordeel voor het archeologisch onderzoek. Hoe meer er voorafgaand over de geschiedenis van de tuinen geweten is, hoe makkelijker het immers wordt voor de deskundigen om de geofysische beelden van de scanners te lezen en te interpreteren. Alle bodemingrepen, of die nu honderden jaren oud zijn of slechts een tiental jaar, laten immers hun sporen na en tonen zich als overlappende vlekken en lijnen in de scanbeelden. In dat opzicht zijn deze getuigenissen, alsook de door de Heemkundige Kring Vlierbeek aangeleverde oude foto’s van de abdij en haar omgeving even waardevol als de studie van het historisch kaartmateriaal dat verschillende oude versies van de tuinen weergeeft.   Aan het eind wordt al deze informatie vervolgens samen gebracht en zal het Archeologisch Projectbureau Aron een advies uitschrijven waarin uitgelegd wordt hoe best met de archeologische waarden - die aanwezig zijn in de verschillende tuinen - kan worden omgegaan. Na deze onderzoeken zal er namelijk een goed zicht zijn op de historische inrichting van de afzonderlijke tuinen, de bewaringstoestand van de tuinarcheologie en de mogelijkheden voor behoud of herwaardering.    Geofysische scantechnieken De zones van de abdijsite  waarop het geofysisch onderzoek3 uitgevoerd wordt,  kan je  ruwweg  opdelen in twee soorten. Enerzijds  zijn er de grote aaneengesloten zones onder de huidige grasvelden zoals de Parterretuin (beter gekend als het speelveld van de Chiro) en het grasland dat ligt voor taverne “In den Rozenkrans” en het kunstenaarsatelier van Jonny Kiggen. Anderzijds zijn er de kleine door muren of door hagen ingesloten tuinzones zoals de Engelsche hof (ook gekend als de “Tuin van de zusters”), de Pandtuin en het oude lusthof van de abdij aan de noordzijde van de boomgaard.   Al deze zones worden tijdens het geofysisch onderzoek zo veel mogelijk overlappend met twee complementaire technieken onderzocht: Elektromagnetische inductie (EMI) en Ground Penetrating Radar (GPR). Voor wie wat meer wil weten over deze moderne scantechnieken, geeft Elke Wesemael, senior archeologe en bestuurder bij het Archeologisch Projectbureau Aron, je hieronder graag wat meer uitleg. Zo moeten bezoekers zich nooit meer afvragen welke rare slee er op onze abdijsite voortgetrokken wordt …   EMI Een eerste techniek, die gebruikt wordt bij het tuinarcheologisch onderzoek in Vlierbeek, is elektromagnetische inductie, kortweg EMI. Het uitvoeren van een geofysische meting op basis van deze elektromagnetische inductie laat toe om simultaan de elektrische geleidbaarheid en de magnetische gevoeligheid van de bodem op onze abdijsite in te schatten. De elektrische geleidbaarheid geeft een indicatie van de bodemtextuur en het vochtgehalte. De magnetische gevoeligheid lokaliseert dan weer metalen objecten, verhitte structuren (vb. baksteen, haarden) en ontgravingen.    De combinatie van beide parameters heeft dus als voordeel dat verschillende bodemgegevens met éénzelfde scan in kaart kunnen gebracht worden. De verzamelde data worden vervolgens gevisualiseerd aan de hand van gespecialiseerde software, waarna het aan het team van archeologen is om deze verder te interpreteren en conclusies te trekken.   Dit EMI-onderzoek wordt uitgevoerd door middel van een lange EMI-sensor, die in een slede wordt voortgetrokken over het terrein. Geofysicus Timothy Saey (3DSoil) gebruikt een quad om dit vrij zware toestel in parallelle lijnen over het terrein voort te slepen. Door middel van een heel nauwkeurige GPS kan hij hierbij heel precies te werk gaan.   Er werd gekozen om deze EMI-techniek niet uit te voeren in de kleine tuinen op onze abdijsite, zoals bijvoorbeeld de Pandtuin en de Engelsche Hof. Dit omdat verwacht wordt dat GPR (de tweede techniek zoals hieronder verder beschreven) daar gedetailleerdere resultaten zal opleveren.  Het toestel waarmee het EMI-onderzoek uitgevoerd wordt, beschikt over een zendspoel en meerdere ontvangstspoelen. Deze bevinden zich op verschillende afstanden van de zendspoel, wat toelaat om tegelijkertijd meerdere bodemvolumes tot een diepte van 2 à 3 meter onder het bodemoppervlak op te meten. Door de zendspoel wordt een elektrische stroom gestuurd. Hierdoor wordt rond de spoel een magnetisch veld opgewekt (het primaire magnetisch veld). Doordat dit magnetisch veld de bodem indringt, ontstaan ondergronds elektrische stroompjes. Deze zogenaamde wervelstroompjes, wekken op hun beurt een eigen magnetisch veld op (het secundair magnetisch veld). Een deel van zowel het primaire als secundaire magnetisch veld wordt vervolgens opgevangen in de ontvangstspoelen. De verhouding tussen het opgevangen magnetisch veld (som van het primair en secundair magnetisch veld) en het uitgezonden magnetisch veld (primair magnetisch veld) kan lineair gerelateerd worden aan de elektrische geleidbaarheid en de magnetische gevoeligheid van de bodem.4 En die signalen bezorgen uiteindelijk informatie aan de archeologen over wat er zich mogelijk nog onder de grond bevindt en geven aan waar de archeologen dus best gericht invasief onderzoek uitvoeren.   GPR De tweede techniek, die op onze abdijsite voor het tuinarcheologsich onderzoek ingezet wordt, is de grondradar (Ground Penetrating Radar – GPR). Ook dit toetsel zorgt er voor dat men de ondergrond in beeld kan brengen zonder dat er meteen hoeft gegraven te worden. Een georadar is eigenlijk vergelijkbaar met een radar op een schip of vliegtuig, met dit verschil dat hier de radargolven in de grond gestuurd worden op zoek naar archeologische sporen.5   De grondradar is een kleiner toestel waarmee in parallelle lijnen over het terrein kan gelopen worden. Hiermee kunnen erg gedetailleerde beelden verkregen worden, waardoor ervoor gekozen werd om met deze techniek de kleinere ommuurde tuinen op onze abdijsite te onderzoeken.    Geofysicus John Nicholls (Archaeological Geophysics TARGET) stuurt met het GPR-toestel een continue elektromagnetische puls of golf van energie de grond in. Vervolgens registreert de ontvangstantenne van het toetsel de reflecties van die energie en dit na interactie met de objecten en de lagen onder het grondoppervlak.6 Wanneer er zich dus een restant van een muur of een waterput onder de grond zou bevinden, zullen de weerkaatste signalen die het toestel terug opvangt heel anders zijn dan wanneer er enkel aardlagen onder het grondoppervlak zitten. De zend- en de ontvangstantenne zijn verbonden met een computer, die het tijdsverschil meet tussen het vertrek en de aankomst van de radargolf. De reistijd van het gereflecteerde signaal geeft op die manier de diepte aan waarop het object zich bevindt. De mogelijkheid om een driedimensionaal model (inclusief de diepte) te verkrijgen van de ondergrondse archeologische structuren is dan ook een belangrijk voordeel van de grondradar.7   Een nadeel van de GPR-methode is dat deze ernstig wordt beperkt door minder ideale omgevingsomstandigheden. Fijnkorrelige sedimenten zoals klei en slib en een hoog vochtgehalte zijn vaak problematisch omdat hun hoge elektrische geleidbaarheid verlies van signaalsterkte veroorzaakt. Rotsachtige of heterogene sedimenten verzwakken het bruikabre GPR-signaal waardoor het moeilijker wordt om archeologische variaties te onderkennen.8 Gelukkig bestaat de ondergrond op onze abdijsite uit gewone zandleem9 waardoor de kans groot is dat de GPR-metingen archeologisch waardevolle informatie zullen opleveren.  Benieuwd naar de resultaten? Een groot deel van het geofysisch onderzoek op onze abdijsite werd de afgelopen maanden reeds uitgevoerd. Op het programma staat nog het met de EMI-metingen overlappende GPR-onderzoek op de  grasvelden.  Dit  zal  nog  dit  najaar  plaatsvinden. Ook  het  gravend  archeologisch  vooronderzoek - waarbij door archeologen van KUL Archeoworks hier en daar handmatig sleuven en putjes zullen worden aangelegd – moet nog gebeuren. En dan is het met z’n allen afwachten welke resultaten het gehele archeologische onderzoek zal opleveren …   Ben je ook benieuwd naar het rapport van de archeologen en wil je meer weten over wat er zich mogelijk nog onder de Vlierbeekse grond bevindt? Hou dan zeker onze website en Facebookpagina in de gaten. We houden je hier immers graag verder op de hoogte van het archeologische onderzoek op onze abdijsite.     ©Tekst: Elke Wesemael (Archeologisch Projectbureau Aron), in samenwerking met Timothy Saey (3DSoil), John Nicholls (Archaeological Geophysics TARGET) en de Heemkundige Kring Vlierbeek. ©Foto's: Heemkundige Kring Vlierbeek. ©Foto oude prentkaart van de Abdij van Vlierbeek uit 1727: KIK-IRPA, Brussel.           1. www.archeologiedagen.be 2. Het ging hier om gerecupereerde werfbarakken van de wereldtentoonstelling van 1958  (Expo 58) in Brussel. 3. Onder geofysisch onderzoek in de archeologie verstaat men het in kaart brengen van archeologische sporen (muren, grachten, vloeren) door het detecteren van locale fysische afwijkingen die zij veroorzaken in de bodem. Dit kunnen afwijkingen zijn in het aardmagnetisch veld, in het vochtgehalte van de bodem enz. 4. https://www.3dsoil.be/technologie/elektromagnetische-inductie 5. Informatie op 07-10-2020 ontvangen van Prof. Dr. Roald Docter, Professor archeologie aan Universiteit Gent en buurtbewoner. 6. https://www.targetgeophysics.com/nl/geofysische-diensten/grondradar 7. Informatie op 07-10-2020 ontvangen van Prof. Dr. Roald Docter, Professor archeologie aan Universiteit Gent en buurtbewoner. 8. https://en.wikipedia.org/wiki/Ground-penetrating_radar 9. Digitale bodemkaart van het Vlaams Gewest geraadpleegd op http://www.geopunt.be/ op 07-10-2020.      

» Ga verder

27 september 2020

Blozende wangen

Vandaag hield de Sapmobiel van de Nationale Boomgaardenstichting halt bij onze Abdij van Vlierbeek. Duizenden appels met blozende wangetjes werden aangeleverd. Ook de appels van onze eigen abdijboomgaard werden vandaag geplukt om omgetoverd te worden tot heerlijk appelsap.   ©Foto's: Abdij van Vlierbeek.

» Ga verder

20 september 2020

Open Kerken

Afgelopen zondag deed "Open Monumentendag" onze historische Abdij van Vlierbeek aan. Wist je echter dat onze abdijkerk ook elke zondagnamiddag voor je open staat? Tussen 12u en 17u ben je steeds welkom voor een vrij bezoek.   Sinds kort maakt de Onze-Lieve-Vrouwe kerk van Vlierbeek trouwens ook deel uit van "Open Kerken", een netwerk van meer dan 425 open en gastvrije gebedshuizen in het hart van Europa. Reeds zeven Leuvense kerken gingen ons voor. Als één van de mooiste kerken van Leuven – al zeggen we het zelf – mocht Vlierbeek uiteraard niet achterblijven... Met dit lidmaatschap zetten we onze abdijkerk verder op de kaart als een open en gastvrije kerk.   Bij dit lidmaatschap hoort ook een bescheiden ruitvormig schildje dat sinds kort op de voorgevel van onze kerk prijkt. Op die manier is het nu voor elke voorbijganger duidelijk wanneer de deuren van onze kerk open staan voor een bezoekje… een pareltje van hofarchitect Laurent-Benoît Dewez en terecht één van de mooiste classicistische bouwwerken uit de achttiende eeuw.   Voor meer info verwijzen we je graag naar de website van Open Churches: https://openchurches.eu/nl/gebouwen/onze-lieve-vrouw-kessel-lo   ©Tekst en Foto's: Abdij van Vlierbeek.

» Ga verder

14 september 2020

Dit was Open Monumentendag

Dit was Open Monumentendag 2020 ... met onze Abdij van Vlierbeek in de schijnwerpers!     ©Film: Herita.

» Ga verder

13 september 2020

Open Monumentendag

Het tweede weekend van september staat traditiegetrouw "Open Monumentendag" op de agenda. Door corona blijven onze historische gebouwen dit jaar jammer genoeg dicht, maar niet getreurd. Tijdens deze "Gesloten Monumentendag" kan je de Abdij van Vlierbeek en haar omgeving op een unieke manier ontdekken, en dit met of zonder professionele gids of app, in je bubbel of in je eentje, en altijd coronaproof.   Graag nodigen we je uit voor een 5,5 km lange looptocht langs de Abdij van Vlierbeek en het Provinciedomein van Kessel-Lo. Bovendien kan je deelnemen aan een 13,1 km lange looptocht langs de 4 abdijen van Leuven: Sint-Geertruiabdij, Abdij Keizersberg, Abdij van Vlierbeek en Abdij van Park.   Het is echt eens iets anders: je Open Monumentendag al rennend beleven, met uitleg via een app en begeleiding door ervaren lopers van atletiekclub DCLA en de Hagelandse Runningclub. Wonderlijk hoe je al lopend anders kijkt naar "de dingen".   Voor de begeleide tochten is inschrijven verplicht via deze linken: https://openmonumenten.eventsite.be/page/67/ of  https://openmonumenten.eventsite.be/page/66/ Voor de individuele tochten kan je de app 'Runnin' City' downloaden. Deelname is gratis.   Meer informatie vind je op de agendapagina van onze website via deze link https://www.abdijvanvlierbeek.be/agenda/ of op de website van Stad Leuven via https://www.leuven.be/openmonumentendag   © Foto: Jan Crab.

» Ga verder

4 september 2020

Nieuwe fase geofysisch onderzoek

Wie vandaag een bezoek bracht aan onze abdijsite, kon er de heer Timothy Saey van 3DSOIL aan het werk zien. In opdracht van de Stad Leuven en het archeologisch projectbureau Aron voerde hij geofysisch onderzoek uit naar de tuinen van onze voormalige benedictijnenabdij. Dankzij onder meer de bodemscans die vandaag gemaakt werden, zal de ondergrond verder in kaart kunnen gebracht worden. In combinatie met archeologische en historische informatie zullen de scangegevens de basis vormen voor de ontwerpplannen van de historisch gerestaureerde abdijtuinen van Vlierbeek.   Ook ROBtv wist onze abdij vandaag te vinden. De reportage die journalist Gil Meulemans maakte kan je bekijken via deze link: https://www.robtv.be/nieuws/geofysisch-onderzoek-moet-de-stad-inspireren-voor-heraanleg-tuinen-abdij-van-vlierbeek-104358

» Ga verder

17 augustus 2020

Start geofysisch onderzoek

In de tuinen van de Abdij van Vlierbeek loopt momenteel het geofysisch onderzoek. Een speciaal toestel scant er de bodem en verzamelt belangrijke informatie over wat er zich onder deze tuinen bevindt. Wie deze maand een wandeling maakt langs het neerhof, het voorplein, de Engelsche hof, de Parterretuin, de Pandtuin of de Abtstuin kan de geofysicus zelf aan het werk zien. De Abdij van Vlierbeek dateert uit de twaalfde eeuw en vormt ook nu nog een oase van rust dankzij de verscheidene tuinen rond de abdij, die al decennia beschermd zijn als landschap. “De stad wil enkele van de tuinen van de abdij heraanleggen op een historisch correcte manier. Zo wil ze de tuinen opwaarderen op een manier die kan verwijzen naar de eeuwenlange geschiedenis van de abdij”, zegt schepen van Onroerend Erfgoed Carl Devlies.   Schepen van Openbare Werken Dirk Vansina vult aan: “Het Masterplan Abdij Vlierbeek uit 2017 vormt de basis voor de toekomstige ontwikkelingen van de Abdij van Vlierbeek, zowel van de gebouwen als de groenomgeving. We starten nu met de uitvoering van dit plan. Dit archeologisch onderzoek past daar in.” Geschiedenis in beeld brengen Via tuinarcheologisch onderzoek wil de stad de geschiedenis van de abdijtuin van Vlierbeek doorgronden. Deskundigen raadpleegden eerst diverse bronnen, zoals historische kaarten en luchtfoto’s om info te verzamelen over het landschap rond de abdij. Dat leverde info op over de tuinaanleg in het verleden. Deze informatie wordt nu aangevuld met een geofysisch onderzoek. Een geofysicus scant de tuin met een toestel dat elektromagnetische golven in de bodem stuurt. Zo kunnen experts achterhalen of er structuren in de bodem zitten, zoals funderingen, kleine muurtjes of oude paden. Deze info kan dan in verband worden gebracht met de overige bronnen. Op basis van dit onderzoek zal het mogelijk zijn delen van de geschiedenis van de abdijtuinen in kaart te brengen. Later worden enkele proefputjes gegraven om de bewaringstoestand van de archeologie in de bodem te onderzoeken.   Ook in enkele tuinen van de Abdij van Park werd begin dit jaar zo’n tuinarcheologisch onderzoek uitgevoerd. Op basis van dit onderzoek kon achterhaald worden dat één van de tuinen als kruidentuin gebruikt werd en dat het pandhof diagonale paden had naar een centrale cirkel met beplanting. De resultaten van dat onderzoek werden als inspiratiebron gebruikt bij het ontwerp van de tuinen, die heraangelegd zullen worden bij de restauratie van de oostvleugel en infirmerie van de abdij.   Onderzoek tot september In Vlierbeek worden momenteel het neerhof, het voorplein, de Engelsche hof, de Parterretuin, de Pandtuin en de Abtstuin gescand. Wie een wandeling maakt op de abdijsite kan de geofysicus aan het werk zien terwijl hij de geofysische scans maakt. Er wordt verwacht dat dit onderzoek nog tot begin september zal duren. In het najaar zullen de proefputjes gemaakt worden door archeologen, ook hen zul je dan aan het werk kunnen zien. “Eerder werd al archeologisch onderzoek uitgevoerd naar de tiendenschuur van de Abdij van Vlierbeek. Dat leverde interessante informatie op die onbekend was en lokte toen veel belangstelling”, besluit schepen Dirk Vansina.   ©Persbericht Stad Leuven. ©In samenwerking met Heemkundige Kring Vlierbeek.   ©Foto: Herman Huveners - Heemkundige Kring Vlierbeek. John Nicholls, Geofysicus en directeur van TARGET.MSc. Archeologische Prospectie, departement Archeologische Wetenschappen, Universiteit van Bradford, 1995-1996, V.K.

» Ga verder

15 augustus 2020

Even uitrusten op onze abdijtoren

Er zweefden vandaag zes ooievaars rond onze abdij. Deze dieren zijn trekkers. Ze ontweken een regenbui en keken uit naar een rustplaats. Even leek het onze abdij te worden, maar ze zijn toch verder oostelijk gevlogen. Ze overnachten zelden op de grond.       © Natuurpunt Vlierbeek. © Foto: NatuurgidsfeStijn

» Ga verder

Voor eerdere nieuwsberichten verwijzen we je graag naar onze webpagina archief.