Bespeling van het Le Picard-orgel
In samenwerking met de Kerkraad van Vlierbeek, Spectrum nv en het Agentschap Ruimtelijke Ordening en Onroerend Erfgoed Vlaanderen bezorgde Orgelbouw Thomas onze parochie in 2006 opnieuw één van de parels van het Vlaamse orgelerfgoed.
Geschiedenis van het Le Picard-orgel

Rond 1737 gaf abt Leonardus Lenaerts (°1728–†1752) opdracht tot de bouw van een nieuw orgel voor de abdijkerk door Jean-Baptiste Le Picard. Centraal boven het orgel prijkt een medaillon met het wapenschild van de abt, als blijvende herinnering aan zijn mecenaat.
Als toonaangevende vertegenwoordiger van een Luiks orgelatelier, bouwde Jean-Baptiste Le Picard (°1706-†1779) zowel kleine als monumentale orgels volgens de Franse traditie. Hij stamde uit een Noord-Franse orgelbouwerfamilie. Zijn vader, Philippe Le Picard, vestigde zich in 1701 te Luik, waar hij de basis legde voor een bloeiende familiewerkplaats. Twee van zijn zonen, Jean-Baptiste en Jean-François, zetten de familietraditie verder. Vooral Jean-Baptiste wist zijn werkgebied succesvol uit te breiden naar Brabant en bracht de Luikse orgelstijl tot een uitzonderlijk hoog niveau.
Het exacte bouwjaar van het orgel in de abdijkerk kon niet worden achterhaald. Wel is bekend dat Le Picard in 1736 enkele nieuwe registers toevoegde aan het Crinon-orgel van de Leuvense Sint-Pieterskerk. Mogelijk hielden beide opdrachten verband met elkaar. Het is wellicht ook geen toeval dat Dieudonné Raick, eveneens afkomstig uit Luik en titularis-organist van het Crinon-orgel, op 21 februari 1739 samen met Philip Jakob Van den Eynde, organist van de Sint-Michielskerk, het orgel in Vlierbeek kwam keuren. Deze expertise vond plaats in de 17de-eeuwse abdijkerk van Vlierbeek, waarvoor het instrument initieel was bestemd. Het is niet bekend of het orgel oorspronkelijk op een oksaal dan wel rechtstreeks op de vloer werd geplaatst. Vast staat wel dat het instrument in deze ruimte een bijzonder goede indruk naliet, zoals blijkt uit het verslag van de organisten Raick en Van den Eynde: “L’orgue est très parfait, d’une très bonne harmonie dans son égalité, pour le vent sans aucune altération, donnant la force naturelle aux jeux. Le prestant de quatre faisant l’effet de huit pieds avec un clavier très facile, travaillez d’une propreté non pareille.”*
Na de bouw van de nieuwe neoclassicistische abdijkerk werd het orgel in 1783 overgebracht naar dit aanzienlijk grotere gebouw. Dankzij de grote en complexe akoestiek van de kerk ontwikkelt het Le Picard-orgel een klank die normaal typisch is voor veel grotere instrumenten.
Door de Franse Revolutie en de daaropvolgende sluiting van kerken, kloosters en abdijen werd het Le Picard-orgel vermoedelijk niet meer bespeeld tussen 1797 en circa 1832–1835. In 1835 werd het orgel volledig gedemonteerd door de orgelbouwer Pierre Charles Van Peteghem. Tijdens deze werkzaamheden werd waarschijnlijk de toonhoogte aangepast en de stemming gewijzigd, wat invloed had op het klankkarakter van het instrument.
Bespeling van het Vlierbeekse orgel
De structuur van het Vlierbeekse viervoetsorgel met één klavier werd in de loop der jaren ingrijpend gewijzigd. Gelukkig bleven het orgelmeubel en meer dan de helft van het historische pijpwerk bewaard. Bij de restauratie in 2006 door Orgelbouw Thomas werd het Le Picard-orgel gereconstrueerd naar zijn oorspronkelijke toestand van omstreeks 1737. Het instrument bevat 869 pijpen, de Rossignol incluis. Daarvan zijn er 855 sprekende pijpen en 14 sierpijpen in de beide zijtorens. De frontpijpen in de middentoren en de tussenvelden bevatten pijpwerk van de Prestant 4.
Binnen- en buitenlandse organisten die het Vlierbeekse Le Picard-orgel de voorbije jaren in de abdijkerk bespeelden, prijzen zowel de technische kwaliteit van het instrument als de zorgvuldig geïntoneerde, nieuw toegevoegde registers, die naadloos aansluiten bij het oorspronkelijke pijpenmateriaal.
Het historische Jean-Baptiste Le Picard-orgel van Vlierbeek wordt vóór, tijdens en na de zondagsviering van 10.30 uur in de Onze-Lieve-Vrouwekerk bespeeld door organist en klavecinist Paul Van Hooff. Het viervoetsorgel is opgesteld op een kleine afstand van de oksaalbalustrade en wordt aan de rugzijde bespeeld.
Om tijdens de vieringen optimaal met het Jean-Baptiste Le Picard-orgel te kunnen musiceren heeft fluitiste Odette Meyers een altblokfluit naar Thomas Stanesby laten bouwen door de Argentijnse fluitbouwer Marcelo Gurovich.

