Menu  |  Nieuws  |  Ligging  |  Over deze site  |  Contact  |  Logo  

© foto: Jan Crab

Nieuws

We wensen je een vrolijk Pasen!

Graag wensen we je vandaag een fijn paasfeest toe. Voor veel Vlierbekenaren is Pasen een moment om naar onze abdijsite af te zakken voor de traditionele paasviering en de aansluitende paaseierenworp. Helaas, ook dit jaar zullen we het zonder moeten doen... Echter om 12 u zullen de klokken van onze abdijkerk wél feestelijk luiden! ©Tekst: Abdij van Vlierbeek in samenwerking met de Gemeenschapsploeg Vlierbeek.

» Ga verder

Vlierbeekweide in nieuw groen jasje

Vandaag pakken we uit met leuk nieuws voor de kinderen uit onze buurt. Vlierbeekweide, het bestaande grasland gelegen op de hoek van de Molenstraat en de Kortrijksestraat, zal de volgende weken immers heringericht worden tot een avontuurlijk speellandschap. Jongens en meisjes zet je schrap en leg je speelkleren dus alvast maar klaar! Natuur en avontuur Momenteel bestaat het speelterrein slechts uit een grasvlak en twee voetbalgoals. Omdat de belevingswaarde heel beperkt is en zowel de kinderen van de Vrije Basisschool Vlierbeek (gekend als de Abdijschool) als de buurt wat extra belevingsvolle speelruimte kunnen gebruiken, engageert Stad Leuven zich dit speelterreintje her in te richten. Begin april zullen de werken al van start gaan zodat tegen eind mei het nieuwe speellandschap volledig klaar zal zijn om er volop te ravotten! De geplande ingrepen worden eenvoudig gehouden met een bewuste keuze voor een beperkt materiaalgebruik. De klemtoon zal worden gelegd op het in contact brengen van de kinderen met natuur en avontuur. Het terrein zal worden aangekleed met een aantal grote natuurkeien en gerecupereerde boomstammen. Er zullen ook inheemse struiken en bomen aangeplant worden die voor schaduw zorgen en de belevings- en natuurwaarden zullen vergroten. Bijkomend worden een reeks grote bloemenborders met vaste planten en eenjarige bloemen aangelegd. Een deel van het grasland zal vaak gemaaid worden (intensief beheer), daar waar de voetbalgoals opnieuw ingeplant worden en waar de kinderen volop kunnen spelen. Een ander deel van het grasland zal slechts sporadisch gemaaid worden (extensief beheer), wat extra belevingswaarde en natuurwaarde zal opleveren. Ook aan het comfort van de (groot)ouders wordt uiteraard gedacht. In het ontwerp werden immers ook enkele zitbanken en een picknickhoek opgenomen. Gedeeld gebruik met de Abdijschool Het terrein zal uit twee delen bestaan, gescheiden door een kastanje hekwerk. Het buitendeel (tegen de straatkant gelegen) zal steeds voor iedereen toegankelijk zijn. Het binnendeel zal gedeeld gebruikt worden. Tijdens de schooluren zal het steeds voorbehouden worden voor de kinderen van de Abdijschool. Buiten de schooluren zal het echter ook toegankelijk zijn voor de kinderen uit de buurt. De kinderen van de Abdijschool zullen trouwens nauw betrokken worden bij de aanleg van hun nieuwe speelterrein. Zij mogen binnenkort immers mee de handen uit de mouwen steken en er samen met hun juf of meester zonnebloemen en andere eenjarigen inzaaien. Ook schilderden zij de afgelopen weken alvast grote keien in vrolijke kleuren. Deze kunstwerkjes zullen een artistieke invulling bieden aan het nieuwe speelterrein. Eén ding is zeker: het wordt nu nog meer uitkijken naar de zomer om volop te kunnen genieten van dit nieuwe plekje “groen” in Vlierbeek! We geven graag ook even mee dat de buurtbewoners zeer binnenkort nog een officiële communicatie van Stad Leuven in hun brievenbus mogen verwachten. Voorontwerp Stad Leuven speelterrein Vlierbeekveld. (Klik op de schets om het voorontwerp meer in detail te bekijken). ©Tekst: Abdij van Vlierbeek in samenwerking met Stad Leuven. ©Foto's: Abdij van Vlierbeek.

» Ga verder

Welkom tijdens de Goede Week

Tijdens de Goede Week openen we graag de deuren van onze abdijkerk voor een moment van persoonlijk gebed en bezinning. Op Palmzondag nodigen we je bovendien uit om een gewijd palmtakje te komen afhalen. Palmzondag 28 maart: kerk open van 10 tot 17 uur, palmtakjes zullen beschikbaar zijn. Witte Donderdag 1 april: kerk open van 14 tot 20 uur voor stil gebed en bezinning. Goede Vrijdag 2 april: kerk open van 14 tot 20 uur voor stil gebed en bezinning. Paaszaterdag 3 april: kerk open van 14 tot 20 uur voor stil gebed en bezinning. Pasen 4 april: kerk open van 10 tot 17 uur voor stil gebed en bezinning. ©Tekst: Abdij van Vlierbeek in samenwerking met de Gemeenschapsploeg Vlierbeek.

» Ga verder

Een stukje muzikaal erfgoed

Het is alweer een hele tijd geleden dat we met z’n allen nog van de prachtige muzikale klanken van het Le Picard-orgel in onze abdijkerk konden genieten. Om vandaag toch een beetje in zondagsstemming te komen, deelt organist en klavecinist Paul Van Hooff een fragmentje muzikaal erfgoed met ons. We nodigen je graag uit om even met ons mee te luisteren. Het werkje is een "Andante" van de in Luik geboren musicus Dieudonné Raick (°1703-†1764). Van 1726 tot 1741 bespeelde Dieudonné het orgel van de Leuvense Sint-Pieterskerk. Nadat hij te Antwerpen tot priester was gewijd behaalde Raick tijdens zijn Leuvense ambstermijn de graad van licentiaat in burgerlijk en kerkelijk recht aan de plaatselijke universiteit. Als beroemd componist-organist was Dieudonné Raick op 21 februari 1739 te gast in Vlierbeek toen hij samen met Philip Jakob Van den Eynde, organist van de Leuvense Jezuïetenkerk, het orgel van onze abdijkerk kwam keuren. Van zodra het weer mag, zullen organist Paul Van Hooff en fluitiste Odette Meyers de zondagsviering in de Onze-Lieve-Vrouwekerk opnieuw muzikaal begeleiden. We houden je graag verder op de hoogte via onze webpagina Bespeling van het Le Picard-orgel. Tekst: ©Heemkundige Kring Vlierbeek in samenwerking met organist en klavecinist Paul Van Hooff. Foto 1: De titelpagina van de originele druk van de compositie waaruit het gespeelde werkje afkomstig is.De partituur werd uitgegeven te Brussel circa 1740. ©Bibliotheek van het Koninklijk Conservatorium, Brussel. Foto 2: Organist en klavecinist Paul Van Hooff samen met fluitiste Odette Meyers. ©Paul Van Hooff.

» Ga verder

Moeder Lippens op de Kesselberg

Op Internationale Vrouwendag willen we graag Suzanne Lippens in de kijker plaatsen. Je zou niet meteen vermoeden dat er een link bestaat tussen deze markante dame uit Knokke-Heist - moeder van de pas overleden burgemeester Leopold Lippens - en Vlierbeek.1 Toch deed een unieke gebeurtenis op 23 januari 1930 de jonge juffrouw Lippens naar nergens minder dan de Kesselberg afzakken. Foto 1: Suzanne Lippens op een zweefvliegtuig, type Sabca Junior. Vliegveld Haren-Evere. 1931. © Jacques Hersleven, KIK-IRPA, Brussel (België). Dochter uit een vooraanstaande familie Suzanne Lippens werd begin 20ste eeuw in Gent geboren, op 25 mei 1903 om precies te zijn. Ze was de oudste dochter van Maurice August Lippens (°21.08.1875-†12.07.1956) en Madeleine Peltzer (°08.11.1883-†01.08.1972). De naam Lippens linken we vandaag automatisch aan een mondaine badplaats aan onze Belgische kust, maar eigenlijk was de Waaslandse gemeente Moerbeke de bakermat van de familie. Suzanne - of Suzy zoals ze ook wel genoemd werd - stamde uit een geslacht waarvan de verwezenlijkingen reeds lang in de Belgische geschiedenisboeken gegrift staan. Vanuit Moerbeke maakte de familie naam, eerst als specialisten in inpolderingswerken en het droogleggen van schorren en overstroomde gebieden, nadien als suikerfabrikanten. De heren uit het geslacht Lippens bekleedden daarnaast sinds jaar en dag een politiek ambt. Ook Suzannes vader erfde deze voorliefde voor de politiek en verwierf een indrukwekkende reeks mandaten. Zo was hij burgemeester van Moerbeke, gouverneur van Oost-Vlaanderen, gouverneur-generaal ook van voormalig Belgisch-Congo en tevens minister in opeenvolgende regeringen. In 1921 werdMaurice August Lippens bovendien in de adelstand opgenomen, waarna hij in 1936 de persoonlijke titel van graaf verkreeg. In datzelfde jaar huwde Suzanne met haar achterneef Léon Lippens (°06.09.1911-†16.06.1986). Ook hij maakte carrière in de politiek: van 1947 tot 1966 bekleedde hij het burgemeestersambt van Knokke.2 We kennen hem verder als de grondlegger van natuurreservaat het Zwin. Suzanne en Léon kregen vier kinderen: Mary (°1937), Elisabeth (°06.05.1939), Leopold (°20.10.1941-†19.02.2021) en Maurice (°09.05.1943). De twee zonen zouden tijdens hun loopbaan op hun beurt op de publieke voorgrond treden: Leopold, eerst als schepen en nadien als burgemeester van Knokke-Heist en Maurice, als voorzitter van de Fortis-groep. Vlieglessen in het geniep Vandaag willen we echter Suzanne Lippens even uit de schaduw halen van de heren uit het geslacht Lippens. Suzanne was immers een zeer markante dame. Van jongs af aan ontpopte ze zich tot een sportieve vrouw en ging ze een avontuurlijke uitdaging niet snel uit de weg. Ook de fascinatie voor de vliegkunst, die ze al op jonge leeftijd opdeed, zou haar nooit meer loslaten. In 1927 besloot ze daarom lessen motorvliegen te gaan volgen, in die tijd eerder ongewoon voor een dame. Stiekem schreef ze zich in bij de vliegschool van Jean Stampe (°17.04.1889-†15.01.1978) in Deurne.3 Toen haar vader hierachter kwam, was hij in eerste instantie zeer boos op zijn dochter, bang immers dat haar iets zou overkomen. Suzanne wist hem echter te overreden en al gauw werd hij haar ware steun en toeverlaat. Op 28 juni 1928 behaalde juffrouw Lippens dan ook als eerste vrouw in België het vliegbrevet van amateur-piloot voor motorvliegtuigen. Maar niet enkel motorvliegtuigen intrigeerden Suzanne. Ook de opkomende zweefvliegsport fascineerde haar mateloos. Ze trok daarom naar de zweefvliegschool op de Wasserkuppe4 in Duitsland - destijds het Mekka van de zweefvliegerij - en volgde er les. Hier leerde ze Wolf Hirth (°28.02.1900-†25.07.1959), zweefvliegpionier en zweefvliegtuigontwerper, kennen. Het is onder meer dankzij dochter en vader Lippens (in zijn functie als minister van Luchtvaart, maar ook als groot bewonderaar) dat Wolf Hirth, met intussen de nodige faam in het wereldje van het zweefvliegen, op 23 januari 1930 te gast was op de Kesselberg. Foto 2: Het vliegbrevet van amateur-piloot voor motorvliegtuigen met nummer 170 uitgereikt door de Koninklijke Belgische Aero-Club. © Schmelzer, B. (2010). Zweefvliegen in Vlaanderen. Een fascinerend avontuur in stilte. Pagina 57. Archief familie Lippens. Foto 3: Suzanne Lippens, klaar om samen met haar vader naar Engeland te vliegen waar ze de Schneider Cup Race zullen bijwonen. 5 september 1929. © https://www.akg-images.co.uk/ Foto 4: De aankomst van Wolf Hirth werd met een telegram bevestigd. © Schmelzer, B. (2010). Zweefvliegen in Vlaanderen. Een fascinerend avontuur in stilte. Pagina 15. Archief familie Lippens. De Kesselberg, als uitverkoren plaats voor zweefvliegen in België In dat jaar – 1930 dus - ondernam Wolf Hirth immers een wereldtournee. Hiermee wou hij de ontwikkeling van het zweefvliegen promoten en de mogelijkheden van deze nieuwe sport demonstreren. Suzanne Lippens nodigde Hirth uit om ook in ons land een demonstratie te komen geven. Dit was echter de periode waarin de kennis van het fenomeen thermiek5 nog in haar kinderschoenen stond. Daarom vlogen de piloten bij voorkeur heen en weer langs een helling, want met de hellingstijgwind5 was men toen wel al goed vertrouwd. Het kwam er dus op aan een geschikte plaats te kiezen in België, die ook voldoende centraal gelegen was. Zo konden de initiatiefnemers rekenen op een maximum aan belangstellenden. Onze eigenste Kesselberg beantwoordde het meest aan de gestelde eisen. Het was op de helling van deze langgerekte heuvel dat Wolf Hirth op 23 januari 1930 dan ook een demonstratievlucht kwam uitvoeren.6 Niet alleen Suzanne Lippens keek die dag gespannen toe. Een grote menigte nieuwsgierigen was immers toegestroomd, onder wie heel wat burgerlijke en militaire autoriteiten en vele professoren en studenten van de (toen Franstalige) UCL (Universitas Catholica Lovaniensis). Onder perfecte weersomstandigheden – er stond die dag een krachtige wind met een windkracht van maar liefst 11 meter per seconde - werd het zweefvliegtoestel de lucht ingetrokken.7 Hier kwam de nodige spierkracht van pas. Vooraan de neus van het vliegtuig was er immers een trekhaak voorzien, waaraan het midden van een elastische rubberkabel - de zogenaamde sandow - bevestigd werd. Enkele gespierde mannen hielden het toestel achteraan vast met een kort stuk touw, dat aan de staart hing. Vooraan namen twee groepen trekkers de uiteinden van de sandow ter hand. Nu een dertigtal stappen zijwaarts en voorwaarts marcheren - zodat de sandow in een V-vorm kwam te liggen - en dan lopen tot de rubberkabel de grens van de tractie bereikt had. Iemand van het team achteraan riep: “Los!”. En daar ging hij… Het zweefvliegtuig werd vooruit gekatapulteerd en de sandow viel van de trekhaak. Wolf Hirth bleef precies 1 uur 3 minuten en 5 seconden in de lucht en brak daarmee een Belgisch duurrecord! Nadien zou Hirth - in een artikel in het Duitse tijdschrift “Der Adler” - toegeven dat hij evengoed twee of drie uren langs de helling heen en weer had kunnen blijven vliegen. De wind stond immers zeer gunstig. “Maar dit zou niet in het belang van de organisatoren geweest zijn. De zwever gedurende zo veel lange uren op een hoogte van 100 tot 120 meter gadeslaan, zou de toeschouwers - zo'n vijfhondertal- immers enkel verveeld hebben”, vulde hij aan. De vlucht op de Kesselberg wekte niet enkel bij Suzanne Lippens enorm veel enthousiasme, maar was eigenlijk de katalysator voor het ontstaan van de eerste zweefvliegclubs in België, waaronder die van Leuven. Het Belgisch maandblad "La Conquête de l'Air", tevens oudste luchtvaarttijdschrift ter wereld, blokletterde zelfs: "Zweefvliegen is mogelijk in België!" Foto 5: Poserend voor het zweefvliegtuig van Wolf Hirth van links naar rechts: Luitenant Maurice Damblon (de eerste Belgische recordhouder in het zweefvliegen met een vlucht van 35 minuten en 4 seconden op 26 december 1924), Jacques Ledure(°26.03.1893-†16.05.1948) (piloot en autocoureur), de Duitse toppiloot Wolf Hirth, burggraaf Max Vilain XIIII (piloot), juffrouw Suzanne Lippens met haar hondje Moke (dat haar steeds vergezelde) en majoor Albert Massaux (°08.01.1892-† 24.03.1973) (voormalig wereldrecordhouder in het zweefvliegen met een vlucht van 10 uur, 19 minuten en 43 seconden op 26 juli 1925). © La Conquête de l’Air, 26ste jaargang, 1930. Foto 6: Een provisorische maaltijd, maar toch lekker, dankzij de dames die eraan gedacht hadden boterhammen mee te nemen naar de Kesselberg. Van links naar rechts: kolonel Smeyers (die die dag door niets zal worden tegengehouden in zijn taak van tijdopnemer), Victor Boin (°28.02.1886-†31.03.1974) (hoofdredacteur van het maandblad La Conquête de l’Air en voormalig olympisch atleet), mevrouw Marchal (haar echtgenoot Albert Marchal was mede-oprichter en voorzitter van de raad van bestuur van SNETA “Syndicat National d'Etude des Transports Aériens”, een “experimentele luchtvaartmaatschappij”, die de voorloper was van Sabena), juffrouw Suzanne Lippens en majoor Albert Massaux. © La Conquête de l’Air, 26ste jaargang, 1930. Foto 7: Het zweefvliegtuig van Hirth werd gelanceerd met behulp van een sandow. © Schmelzer, B. (2010). Zweefvliegen in Vlaanderen. Een fascinerend avontuur in stilte. Pagina 192. Archief Frans Van Humbeek. Foto 8: Enkele studenten van de universiteit van Leuven zorgen voor het terugbrengen van het zweefvliegtuig naar zijn startpunt. © La Conquête de l’Air, 26ste jaargang, 1930. Foto 9: Groepsfoto voor het zweefvliegtuig nadat het Belgisch record zweefvliegen was gebroken. Van links naar rechts: piloot Wolf Hirth, zijn mecanicien, majoor Massaux en Victor Boin. © La Conquête de l’Air, 26ste jaargang, 1930. Een markante dame, die de weg baande Ook Suzanne Lippens kwam voor de Tweede Wereldoorlog nog herhaaldelijk in de pers met bijzondere luchtvaartprestaties – zowel in het motorvliegen als het zweefvliegen. Ze brak immers het ene record na het andere. Zo behaalde ze als eerste landgenote op 10 mei 1930 haar C-brevet8 zweefvliegen op de Wasserkuppe. Over het behalen van dit vermaarde brevet schreef Suzanne zelf het volgende: “Ik was opvallend rustig. Ik werd op 30 à 40 meter gekatapulteerd en voelde de kracht van de wind. Ik voelde me "anders" dan voorheen. Ik was in een toestand van rust en waardigheid. Ik vloog als op rails. […] Ik genoot meer dan ooit. Mijn lichaam scheen in harmonie te zijn met mijn vliegtuig en met de wind. De vleugels voelden als een verlengstuk van mijn schouderbladen aan. Het geluid beperkte zich uitsluitend tot het gesuis van de wind. Ik wou gewoon in de lucht blijven en niet meer landen. Zo had ik het nooit meegemaakt en zou ik het later ook nooit meer meemaken. Die beroemde ene vlucht die men nooit vergeet!” In de zomer van 1930 landde Suzanne ook als eerste vrouwelijke pilote met haar hemelsblauwe motorvliegtuig, type Gipsy-Moth, op het pas aangelegde vliegveld van Knokke-Zoute.9 Op 28 augustus van datzelfde jaar vestigde ze bovendien een Belgisch record toen ze met haar motorvliegtuig “Mop” als eerste dame alleen het Kanaal overvloog, een twee uur durende vlucht van Cornwall in Engeland naar het Zoute. Nog geen twee maanden later, op 14 oktober 1930, zette juffrouw Lippens in Folkestone (Engeland) ook het vrouwelijke wereldrecord zweefvliegen op haar naam en dit met een vlucht van 35 minuten. Slechts enkele maanden later, op 24 mei 1931, verbeterde ze in Brighton (Engeland) haar eigen record alweer door 1 uur en 21 minuten in de lucht te blijven. Ook voor koning Albert I bleven deze prestaties niet onopgemerkt. Als blijk van waardering bevorderde hij de jonge dame in 1931 tot Ridder in de Leopoldsorde. In 1934 haalde Suzanne opnieuw de krantenkoppen. M. de Dardel, een Zweeds minister die in België verbleef, ontving dat jaar slecht nieuws over de gezondheid van zijn zoon. Hij wou dan ook zo snel mogelijk terug naar Stockholm. Met de trein of de wagen zou de rit al gauw zo’n zesendertig uren geduurd hebben, maar juffrouw Lippens stelde voor hem met haar privévliegtuig over te vliegen.10 Zo legde ze op 17 april 1934 als eerste pilote het traject Brussel-Stockholm in slechts 7 uur en 30 minuten af. “En dan nog wel met een dame als piloot”, zo schreef het Limburgsch Dagblad. Dat Suzanne Lippens de weg baande voor heel wat dames na haar, is niet overdreven! Foto 10: Suzannes Duitse zweefvliegbrevet met vermelding van haar C-vlucht. © Schmelzer, B. (2010). Zweefvliegen in Vlaanderen. Een fascinerend avontuur in stilte. Pagina 59. Archief familie Lippens. Foto 11: Suzanne landde in 1930 als eerste vrouwelijke pilote op het vliegveld van Knokke-Zoute. Rechts achter het toestel haar vader, Maurice August Lippens, met zijn regenjas op de arm. © Devroe, C. (1986). Luchtvaart en golf te Knokke-Zoute. Foto 12: Suzanne in haar zweefvliegtuig, type Professor. Hier in 1932 in Dunstable (Engeland). Het was ook met dit toestel dat ze in Folkestone en Brighton de records op haar naam wist te zetten. © Schmelzer, B. (2010). Zweefvliegen in Vlaanderen. Een fascinerend avontuur in stilte. Pagina 62. Archief familie Lippens. Foto 13: Suzanne samen met de Zweedse minister de Dardel. © Le Patriote Illustré (1934). "Sprongetjes" op het militair oefenterrein te Heverlee Als pionier van het zweefvliegen in België, hield Suzanne ook spreekbeurten in alle grote steden van het land, met als doel de zweefvliegsport te promoten. Haar inspanningen leverden resultaten op: er werden zweefvliegclubs opgericht in onder meer Antwerpen, Knokke, Brussel, Luik, Gent, Charleroi en Verviers. Maar ook in Leuven werd in 1932 een eerste zweefvliegclub gesticht. Enkele studenten van de Leuvense universiteit, die de demonstratie op de Kesselberg bijgewoond hadden, waren immers laaiend enthousiast over deze nieuwe vliegsport. Ze vatten daarom het plan op om ook in Leuven een club op te richten. Onder hen ingenieursstudent André Goethals (°01.05.1909-†19.12.1979), tevens lid van de "Section Aéronautique Universitaire de Louvain" (Universitaire Luchtvaart Afdeling Leuven). In die hoedanigheid, had Goethals eerder ook mee voor de logistieke ondersteuning van de zweefvlucht op de Kesselberg gezorgd. De talrijke contacten die hij in die periode met Suzanne Lippens en Wolf Hirth had, kwamen hem – nu twee jaar later - zeker van pas. De Leuvense studenten konden bij de oprichting van hun zweefvliegclub immers rekenen op de hulp van juffrouw Lippens. Begin januari 1932 zag de Leuvense zweefvliegclub de “Union Universitaire Louvaniste de Vol à Voile” of kortweg UULVV, dan ook het levenslicht.11 Als voortrekker kreeg André Goethals de rol van secretaris toebedeeld. Professor Albert Coppens (°1885-†1966) schreef het voorzitterschap op zijn naam. Voor de aankoop van hun eerste zwever van het type Kassel-12, die in die dagen rond de 6.000 BEF kostte, waren de clubleden op zoek gegaan naar een sponsor. Uiteindelijk konden ze de tabaksfabrikant Vander Elst hiertoe bewegen. Dat de Leuvense Kassel-12 de naam “Miss Belga” kreeg, was dus niet geheel toevallig. Het toestel kwam per trein vanuit Duitsland aan om vervolgens door de studenten van het station via de Parkpoort naar Heverlee gedragen te worden. Daar stelde een vriendelijke boer een schuur ter beschikking. Probeer het je eens voor te stellen! Op 20 januari 1932 werd het toestel feestelijk ingewijd door monseigneur Ladeuze (°03.07.1870-†10.02.1940), rector van de Leuvense universiteit. Ook Suzanne Lippens, even enthousiast als altijd, was van de partij. Zij kreeg de eer de gloednieuwe Kassel-12 te dopen en officieel in te vliegen. Wat trouwens met de jaren in de vergetelheid geraakte, is dat het voormalig militair oefenterrein in Heverlee (gelegen tussen de Kerspelstraat, de Milseweg en Heverleebos) dé plek was waar alles zich destijds afspeelde!12 Op dit terrein - vandaag volledig bebost, maar in 1932 een kale vlakte - vonden immers de vliegactiviteiten van de Leuvense club plaats. Het terrein was licht hellend, wat toeliet iets langere vluchten met de zwever te maken. Een twaalftal studenten schreef zich in. Het lidgeld werd bewust democratisch gehouden en zij die geen geld hadden, hoefden zelfs niets te betalen. De eerste "sprongetjes" werden gemaakt onder leiding van een instructeur, Jean de Wouters d'Oplinter (°27.01.1905-†22.04.1973). Men wou immers het risico niet lopen de kostbare Kassel-12 meteen te beschadigen. De Leuvense clubleden bouwden al snel een aanhangwagen voor hun zwever. Na twee maanden geoefend te hebben op het militair oefenplein, besloot de club met Pasen 1932 deel te nemen aan het tweede nationaal zweefvliegkamp te Hébronval. In totaal telde men eenentachtig deelnemers. Onze Leuvense vliegclub was aanwezig met acht studenten en deed het helemaal niet slecht, want alle acht behaalden hun A-brevet en vijf van hen zelfs een eerste kwalificatie voor het B-brevet. Er vielen jammer genoeg ook brokken: de Leuvense Kassel-12 geraakte zwaar beschadigd tijdens een onvoorziene landing tussen de bomen. De piloot kwam er gelukkig met de schrik van af. Na dit enthousiaste en veelbelovende begin zwakte de belangstelling voor het zweefvliegen wat af: het versleuren van de toestellen was immers uiterst vermoeiend. In 1934 fusioneerde deze eerste Leuvense club met "Les Ailes Wavriennes".13 Na de Tweede Wereldoorlog kende het zweefvliegen - ook in Leuven - een tweede start en dit onder meer dankzij de bouw van tweezits vliegtuigen, de oprichting van professionele zweefvliegscholen, de ontwikkeling van kennis op het gebied van meteorologie en de bouw van meer geavanceerde zweefvliegtuigen en meer en meer ontwikkelde besturingsapparatuur. Foto 14: Met het traditionele stukslaan van een fles champagne op de neus van het vliegtuig, doopte Suzanne in 1931 de zwever (type Sabca Junior met de naam Saint-Michel) van de Brusselse zweefvliegclub (Club Universitaire Catholique de Vol Sans Moteur – VOLCEP). Deze gebeurtenis vond plaats op het vliegveld van Haren-Evere. De leden (studenten van de “Facultés Universitaires de Saint-Louis”) vlogen eerst in Zellik, maar gaven nadien de voorkeur aan het terrein in Leuven. © Jacques Hersleven, KIK-IRPA, Brussel (België). Een minzame dame met een edele naam Suzannes huwelijk, in 1936, met haar achterneef Léon Lippens leek haar zin voor avontuur behoorlijk te temperen. De zorg voor het gezin met vier kleine kinderen vroeg nu haar volle aandacht. Na de Tweede Wereldoorlog, zette ze zich - als echtgenote van de burgemeester van Knokke – echter in voor diverse goede doelen zoals dierenwelzijn, kinderbescherming en gehandicaptenzorg. Na het overlijden van haar vader Maurice August Lippens, in 1956, erfde ze samen met haar man de adellijke titels van gravin en graaf. Als vooraanstaande dame met een edele naam is ze echter steeds een minzame persoonlijkheid gebleven. Ze trok zich terug uit het publieke leven en genoot van het dagdagelijkse in Knokke-Heist, de stad waar de naam “Lippens” voor altijd mee verbonden zal blijven. De stad ook, waarvan men weet dat Suzanne zich bijzonder voor de geschiedenis ervan interesseerde. Haar collectie oude prentkaarten is hiervan een levendig bewijs. Als succesvol zweefvliegster, staat Suzanne vandaag de dag - jammer genoeg - nog weinig bekend. Toch ontving ze in december 1980 alsnog het ereteken van de “Fédération Aéronautique Internationale”, een mooie erkenning voor haar verdiensten in zowel het zweef- als motorvliegen. Suzanne Lippens woonde tot aan haar dood in Knokke-Heist, waar ze op 20 januari 1985 op eenentachtigjarige leeftijd overleed. Een markante dame, die de Kesselberg in 1930 voor ons op de kaart zette! Foto 15: Suzanne met de pasgeboren Leopold in haar armen. 1941. © ORO Nieuws Knokke-Heist. Foto 16: Suzanne Lippens ontving op 13 december 1980 te Parijs het ereteken van de FAI, in aanwezigheid van minister Herman De Croo (°12.08.1937). © Schmelzer, B. (2010). Zweefvliegen in Vlaanderen. Een fascinerend avontuur in stilte. Pagina 60. Archief familie Lippens. Na de online publicatie van dit artikel op 8 maart 2021, zijn inmiddels nieuwe gegevens en inzichten aan het licht gekomen die de Philipssite als vliegterrein van de Leuvense zweefvliegclub “Union Universitaire Louvaniste de Vol à Voile” (zoals eerder vermeld) uitsluiten. Recent historisch onderzoek wijst er eerder op dat deze eerste Leuvense zweefvliegclub reeds het nieuwe militaire oefenterrein in Heverlee gebruikte om zweefvluchten uit te voeren. Ook de inhuldiging van het zweefvliegtuig van de club op 20 januari 1932 heeft niet op de Philipssite plaatsgevonden, maar eveneens op het militair oefenterrein in Heverlee. Op basis van deze nieuwe gegevens, werd dit artikel aangepast. Voetnoten: 1. De buurt rond de Kesselberg behoorde in 1930 nog officieel tot de parochie Vlierbeek. Pas op 1 juli 1942 immers werd in Holsbeek de nieuwe parochie Sint-Carolus opgericht. Deze parochie beslaat een deel van de gemeenten Holsbeek, Wilsele en Kessel-Lo (waardoor de parochie Vlierbeek dus een groot stuk diende af te staan). Op 4 april 1943 kreeg de parochie de toelating van het bisdom een nieuwe kerk te bouwen. De bouw van de nieuwe Sint-Caroluskerk zou echter heel wat jaren in beslag nemen. Pas op 23 augustus 1969 werd ze plechtig ingewijd. 2. Hoewel de wieg van de familie Lippens in het Waaslandse Moerbeke stond, was zij sinds 1784 ook mede-eigenaar van gronden te Knokke. Philippe-François Lippens (°01.04.1742-†04.01.1817), ervaren landmeter-inpolderaar en oudvader van Léon en Suzanne, had er in de nadagen van het Oostenrijkse regime immers grote stukken schorre aangekocht en ingedijkt, de zogenaamde Hazegraspolder. In 1787 kocht hij bovendien grote delen van de Zouteschorre en dijkte deze nog voor het eind van het jaar in. Meer dan honderd jaar lang wordt op de Hazegraspolder en de Zoutepolder enkel wat landbouw bedreven. En dat terwijl andere badplaatsen zoals Oostende, Blankenberge en zelfs Heist in de tweede helft van de negentiende eeuw reeds floreren als toeristische attractiepool. Dit zette de nakomelingen van Philippe-François Lippens in 1908 aan het denken. Samen met een andere eigenaarsfamilie van de Zoutepolder, richtten Maurice August Lippens (vader van Suzanne) en zijn neef Raymond Lippens(°20.10.1875-†25.09.1964) (vader van Léon) de “Compagnie Immobilière du Zoute” op: een vastgoedonderneming, die tegenwoordig “Compagnie Het Zoute” heet en als taak de verkaveling en ontwikkeling van Knokke toebedeeld kreeg. 3. Jean Stampe was een veteraan uit de Eerste Wereldoorlog, die – gepassioneerd door de vliegkunst - na de oorlog een vliegschool te Deurne oprichtte. 4. De Wasserkuppe is met zijn 950 meter de hoogste top van het Rhöngebergte, Duitsland. Je vindt hier uitstekende hellingstijgwinden (zie 5). 5. Thermiek ontstaat wanneer de warmere lucht boven de grond opstijgt. Hierin kunnen zweefvliegtuigen al cirkelend hoogte winnen om met de gewonnen hoogte grote afstanden af te leggen. Hellingstijgwind ontstaat aan de loefzijde van duinen, heuvels en bergen. De wind wordt aan deze zijde gedwongen om tegen de helling op te stijgen. Door met een zweefvliegtuig in deze stijgende lucht te gaan vliegen, is het mogelijk om uren in de lucht te blijven. Een voorwaarde is dat de helling hoog genoeg is, de wind hard genoeg is en de windrichting ongeveer loodrecht op de helling staat. 6. De dag voordien, op 22 januari 1930, voerde Wolf Hirth al een eerste proefvlucht uit op de Kesselberg. Ondanks de bijna volledige afwezigheid van wind bleef hij gedurende 4 minuten en 5 seconden in de lucht. Op zich een mooi resultaat gezien de weinig gunstige weersomstandigheden die dag. 7. Het toestel, dat Wolf Hirth gebruikte voor de demonstratievlucht op de Kesselberg, was een constructie beïnvloed door de Duitse ingenieur-ontwerper Alexander Lippisch (°02.11.1894-†11.02.1976). Dit zweefvliegtuig was eigenlijk eigendom van Max Kegel (°01.06.1894-†07.04.1983) – eveneens een Duitse pionier in het zweefvliegen - en werd destijds in de Duitse stad Kassel bij Flugzeugbau Kassel gebouwd. Op de romp stond dan ook “Kassel”. In de toenmalige Belgische kranten en tijdschriften werd het daarom een Kassel genoemd, alhoewel een Kassel 20 of de later gebouwde Kassel 25 andere vliegtuigen zijn. 8. Om het brevet A te behalen, moest de leerling een zweefvlucht in rechte lijn van minimum dertig seconden uitvoeren, gevolgd door een geslaagde landing. De proef voor het brevet B was al heel wat moeilijker: die bestond uit een zweefvlucht van ten minste één minuut met twee wendingen in een rechte hoek, gevolgd door een normale landing op de startplaats. Deze vlucht moest nog voorafgegaan worden door twee vluchten in rechte lijn van minstens vijfenveertig seconden. Voor het brevet C was er een vlucht van minimum vijf minuten vereist, uitgevoerd op een hoogte die hoger was dan de startplaats. Naargelang het behaalde brevet mochten de leerlingen een badge dragen met erop één, twee of drie meeuwen tegen een blauwe achtergrond. 9. Het vliegveld te Knokke-Zoute werd onder impuls van Suzannes vader, Graaf Maurice August Lippens, aangelegd. Begin 1929 vingen de grondwerken aan en op 18 juli 1930 vond de inhuldiging van de nieuwe luchthaven plaats. Momenteel is er, op een infobord na, niets meer dat doet vermoeden dat op een weiland naast het Zwin tot 1960 vliegactiviteit was en dat er zelfs internationale lijnvluchten werden georganiseerd. 10. De heer de Dardel was dankzij Suzanne Lippens die avond nog op tijd bij het ziekbed van zijn zoon. Kort daarna overleed hij. 11. De oprichtingsstatuten van de UULVV verschenen in het Belgisch Staatsblad op 14 januari 1932, net op tijd voor de inhuldiging van hun eerste zweefvliegtoestel. 12. In de volksmond werd dit militair oefenterrein ook wel “Nieuw Exercitieplein” genoemd. Het terrein werd gebruikt door de cavalerie- en artillerie-eenheden van de Sint-Maartens kazerne (gelegen op de plek van het huidige Sint-Maartensdal). Zij verhuisden in de loop van de jaren ’20 van de vorige eeuw naar dit nieuwe oefenterrein, waarna de Philipsfabriek zich in 1929 op hun “Oud Exercitieplein” aan de Parkpoort (de huidige Philipssite dus) vestigde. 13. André Goethals, de voortrekker van de club, is blijven vliegen. In de decennia die volgden, kocht hij zelf enkele vliegtuigen en nam hij deel aan verschillende Belgische kampioenschappen. Jean de Wouters d'Oplinter werd bekend als vliegtuigontwerper en uitvinder. Hij had in 1937 zijn eigen sportvliegtuig, Wouters W.4. ©Tekst: Heemkundige Kring Vlierbeek. Omdat je een geschiedkundig onderzoek nooit alleen voert, geven we hier graag de lijst van onze gebruikte bronnen weer. In het bijzonder willen we graag de heer Hartmut Koelman van de “LEUVENSE Universitaire AERO-CLUB vzw” en de heer Danny Lannoy van de “Heemkring Cnocke is hier” bedanken voor hun uitgebreide kennis, waarop we een beroep mochten doen.

» Ga verder

Nieuwe data eerste communie en vormsel

Jammer genoeg kunnen ook dit jaar de eerstecommunie- en vormselvieringen niet op de geplande data in de lente doorgaan. Maar gelukkig mogen we samen met de kinderen nu al een nieuwe datum in onze agenda aanstippen! Zaterdag 18 september wordt de nieuwe datum voor de eerstecommunicantjes. Ook voor de jongens en meisjes die dit jaar hun vormsel vieren, werd ondertussen een nieuwe datum vastgelegd. Op zondag 3 oktober is het ook voor hen eindelijk zover. We kijken er alvast naar uit om de vele blije gezichtjes dit najaar in onze abdijkerk te mogen verwelkomen. ©Tekst: Abdij van Vlierbeek in samenwerking met de Gemeenschapsploeg Vlierbeek.

» Ga verder

Bekijk al het nieuws

Agenda

15 mei 2021 – 16 mei 2021

Natuurpunt 20 jaar

» Ga verder

5 juni 2021 –  6 juni 2021

HKV: Open Kerkendagen – Onze-Lieve-Vrouwekerk

» Ga verder

26 juni 2021

Vlierbeekriders Classic 2021

» Ga verder

10 september 2021 – 12 september 2021

Chiro Vlierbeek: Vlierbeekse feesten

» Ga verder

Bekijk de volledige agenda

Abdij van Vlierbeek

De voormalige abdij van Vlierbeek is gelegen in het landelijke groene deel van de deelgemeente Kessel-Lo ten noordoosten van de stad Leuven in Vlaams-Brabant. Zeven eeuwen lang vormde de abdij het kader voor het dagelijks leven van de benedictijnenmonniken van Vlierbeek. Met het afschaffen van de kloosters maakte de Franse Revolutie een einde aan het kloosterleven.

 

De bezoekers van vandaag ontsnappen niet aan de bijzondere sfeer van de tuinen, de monumentale kerk en de merkwaardige kloostergebouwen. De site bekleedt een voorname plaats binnen de cultuur- en kunstgeschiedenis van het oude Brabant.

 

De abdij van Vlierbeek is het gedroomde eindpunt voor vele wandelaars en fietsers, een pleisterplaats voor passanten die op het terras van de herberg genieten van de gastvrijheid zoals die doorheen de eeuwen tot de taken van de abdij behoorde.


Vlierbeek is geen ruïne zonder leven. De abdij is nu het centrum van de parochie Onze-Lieve-Vrouw van Vlierbeek.

In en om de abdij leeft een bloeiende gemeenschap die een ontmoetingspunt wil uitbouwen rond het verhaal dat hier sinds 1125 geschreven is en nu wordt aangevuld op weg naar 2025, de viering van negenhonderd jaar abdij van Vlierbeek. Zie Vlierbeek nu.