Menu  |  Nieuws  |  Ligging  |  Over deze site  |  Contact  |  Logo  

© foto: Jan Crab

Nieuws

Always Coca-Cola!

“Always Coca-Cola” of “Taste the feeling”, wie kent ze niet?1 De reclameslogans van het wereldwijd bekende drankje dat op 8 mei 1886, vandaag precies 135 jaar geleden, voor het eerst verkocht werd. Wist je echter dat er tot voor enkele decennia flesjes van dit bruine, bubbelende drankje op slechts een boogscheut van onze Abdij van Vlierbeek gebotteld werden? Op een historische dag als deze, willen we het “vergeten verhaal” van bottelarij Solomo NV, graag weer onder het stof vandaan halen. Op de plek waar in de jaren 1953-1974 dagelijks honderden flesjes Coca-Cola van de band rolden, vinden we vandaag een bushokje en supermarkt Delhaize. De bottelarijgebouwen langs de Diestsesteenweg werden immers jaren geleden door de sloophamer met de grond gelijkgemaakt. Een vintage fotoalbum en de anekdotes van enkele buurtbewoners herinneren ons nog aan dit vervlogen verhaal. Nieuwsgierig naar meer, gingen we op zoek naar de “laatste getuigen”. Dit bracht ons bij Marie-Jeanne Braes (°28.07.1939), dochter van één van de aandeelhouders die aan de wieg stond van de Vlierbeekse bottelarij. Ook ontmoetten we Jan Van Aerschot (°19.07.1933) en Eveline Der Mul (°25.12.1938), van wie de beide loopbanen quasi volledig in het teken stonden van Solomo NV. Dankzij hun herinneringen kunnen we de bottelarij, met de voor die tijd zeer moderne installaties, heel even weer tot leven wekken. Foto 1: Bottelarij Solomo NV waar de glazen Coca-Cola flesjes met een hels lawaai over de band rolden.© Foto uit het archief van de Heemkundige Kring Vlierbeek vzw. Van Jacobs’ Pharmacy tot op de schoolbanken van de Kesselse jongensschool Nadat apotheker John Stith Pemberton (°08.07.1831-†16.08.1888) op 8 mei 1886 zijn recept2 op punt stelde en zijn boekhouder Frank Robinson (°12.09.1845-†08.07.1923) de naam “Coca-Cola”3 voor dit “heerlijke en verfrissende”4 drankje bedacht, zou het nog wel enkele decennia duren vooraleer de frisdrank ook in ons land verkrijgbaar werd. In de Verenigde Staten kende de nieuwe sodadrank intussen een snelle en ongeziene opmars. Van de frisdrankfontein in Jacobs’ Pharmacy5 (Atlanta, Georgia) – waar Pemberton dat eerste jaar amper negen glazen per dag6 van zijn medicinaal huismiddeltje7 verkocht – groeide Coca-Cola er op korte tijd immers uit tot een iconische merknaam. Dat was grotendeels te danken aan zakenman Asa Griggs Candler (°30.12.1851-†12.03.1929), die in 1888 het bedrijfje van Pemberton en Robinson overnam.8 Candler betaalde voor de onderneming en het recept – dat tot op heden een goed bewaard geheim is gebleven – een totaalprijs van 2.300 dollar. Een koopje, zou later blijken… Ondernemen zat Asa Candler duidelijk in het bloed. Hij richtte “The Coca‑Cola Company” op en maakte van de nieuwe frisdrank een Amerikaanse trots. Nog voor het einde van de eeuw dronk heel het land Coca‑Cola. Dankzij het lumineuze idee van een banketbakker was de drank vanaf 1894 ook in flesjes verkrijgbaar en niet langer enkel als frisdrankfonteindrankje zoals in het prille begin. Begin 20ste eeuw ontpopte The Coca-Cola Company zich tot één van de meest bloeiende ondernemingen van de Verenigde Staten. Desalniettemin deed de familie Candler haar belang in het bedrijf in 1919 van de hand aan een groep investeerders onder leiding van Ernest Woodruff (°23.05.1863-†05.06.1944)9. Vanaf nu stond ook de “verovering” van de overzeese Europese markt op de agenda.10 In datzelfde jaar werden alvast de eerste bottelarijen geopend in Frankrijk, meer bepaald in Parijs en Bordeaux. Daarna volgde de Spaanse markt. Ook in België wilde het Amerikaanse bedrijf graag voet aan wal krijgen. Vanaf 1927 kon het siroopdrankje, aangevuld met koolzuurhoudend water, ook in ons land gesmaakt worden en dit dankzij de Antwerpse zakenman Gustave Van Gansen (°25.01.1897-†11.01.1975).11 Hij voerde de siroop als eerste in België in en bottelde deze tot frisdrank om vervolgens te verdelen in de Antwerpse cafés. In 1930 opende The Coca-Cola Company een eerste Belgisch kantoor in Brussel. Al meteen het eerstvolgende jaar kon de productie hier van start gaan. Onafhankelijke verdelers verzorgden de verkoop en distributie. Eén van de doelstellingen van Coca-Cola was – en is nog steeds – het nastreven van een almaar stijgende verkoopcurve. “Jong geleerd, is oud gedaan” was een wijsheid waar de firma zich, bij het realiseren van die missie, graag achter schaarde. Dat hierbij de directe marketingpraktijken niet geschroomd werden, herinnert Roger Stuyven (°10.01.1931), voormalig voorzitter van onze Heemkundige Kring, zich nogal te goed: “Op een dag tijdens het schooljaar 1938-1939– ik zat toen in het tweede leerjaar bij meester Op de Beeck op de broederschool in Blauwput – kwam broeder-directeur Theofaan12 in onze klas langs met een krat flesjes, gratis en voor iedereen. We mochten allemaal eens proeven. Nieuwsgierig nam ik een slokje. Eerlijk? Ik vond het helemaal niet lekker”, bekent hij ons. Maar de suiker, de onuitputtelijke lijst aan slogans en de reclame van een lief ventje13 met een flesje Coca-Cola en later met knappe dames in badpak deden hun werk. De opmars van het bruine, bubbelende drankje was niet te stuiten en stap voor stap veroverde het ook ons land én zelfs Vlierbeek. Foto 2: De Antwerpse zakenman Gustave Van Gansen in 1928. © The Coca-Cola Company. Foto 3: Jacobs’ Pharmacy waar op 8 mei 1886 voor het eerst een glas Coca-Cola geserveerd werd. © The Coca-Cola Company. Foto 4: De zogenaamde “Sprite Boy” verscheen vanaf 1942 in advertenties. © The Coca-Cola Company – Postkaart uit het archief van de Heemkundige Kring Vlierbeek vzw. Foto 5: Verscheidene knappe dames in badpak passeerden de revue bij Coca-Cola. © The Coca-Cola Company – Postkaart uit het archief van de Heemkundige Kring Vlierbeek vzw. De Soutirage Louvaniste Moderne zet ook Vlierbeek op de kaart Dat Coca-Cola ook Vlierbeek veroverde, mogen we zeer letterlijk nemen. Het frisdrankmerk zou begin jaren ’50 immers fysiek neerstrijken op een steenworp van onze Abdij van Vlierbeek. Na de eerste productie-eenheid, die in 1931 in Brussel startte, kwamen er in België al vrij snel twee andere concessiehouders bij: eentje in Antwerpen en eentje in Mechelen14. De Tweede Wereldoorlog onderbrak echter een veelbelovende groei in ons land.15 Maar het Belgische volk kreeg een waardig alternatief voorgeschoteld, herinnert Marie-Jeanne Braes zich: “Cappy, dat was een bijzonder lekkere limonade. Donkergeel, oranje van kleur. Als ik eraan terugdenk, kan ik de smaak precies nog altijd proeven. Nadien heeft Coca-Cola ook Fanta op de markt gebracht, maar dat was bij lange niet zo lekker als die Cappy van tijdens de oorlog hoor!”. Het drankje op basis van sinaasappels werd tijdens de Tweede Wereldoorlog geproduceerd omdat de bottelarijen in ons land niet meer aan de juiste ingrediënten voor Coca-Cola konden geraken. Daarom zochten ze een vervangende frisdrank volgens eigen receptuur. Na de Tweede Wereldoorlog trok de verkoop van Coca-Cola terug aan en kregen al snel onafhankelijke bedrijven de productie en distributie van het drankje toevertrouwd. Tussen 1947 en 1963 werden er in totaal 12 regionale bottel- en verkoopmaatschappijen in ons land opgericht.De Limburgse Moderne Bottelarij, kortweg Limobo, uit Sint-Truiden was koploper en opende al op 1 april 1947 de deuren.16 Ook in Brugge, Roeselare en Turnhout schoten zelfstandige bottelarijen uit de grond.17 De streek rond Leuven kon en mocht uiteraard niet achterblijven! Op 10 februari 1951 kon het avontuur van de “Soutirage Louvaniste Moderne” of kortweg Solomo NV van start gaan. Die dag werd de oprichtingsakte immers officieel neergelegd bij notaris Ignace Maes te Leuven.18 Een concessieovereenkomst met The Coca-Cola Export Corporation voor de productie en verkoop van Coca-Cola in onze contreien kon nu afgesloten worden. Hoewel Maurice Oversteyns – als grootste aandeelhouder – de stichtende rol op zich nam, was de oprichting van Solomo NV niet enkel aan hem te danken. Aan de wieg van de limonadefabriek stond een groep van grote en kleine aandeelhouders. Zo brachten onder meer ook zijn zonen Léon, Robert en Emile startkapitaal in. Vooraleer het bottelen van de Coca-Cola flesjes in Vlierbeek van start kon gaan, zou er uiteraard eerst een volledig uitgeruste bottelarij op poten moeten gezet worden. Als ervaren drankhandelaar en limonadebottelaar19 – hij bezat immers reeds sinds 1928 een bottelarij op de Diestsevest 66 te Leuven – wist Oversteyns precies wat hem te doen stond. Vooreerst bedong hij de aankoop van de braakliggende terreinen langs de Diestsesteenweg 545-547 – vlak naast de toenmalige bakkerij van Cleynenbreugel, door vele Vlierbekenaren nog wel gekend. Hier liet Oversteyns vervolgens de gloednieuwe limonadefabriek optrekken.20 De buurtbewoners hadden op dat moment waarschijnlijk nog geen enkel idee van welke moderne machines hier weldra volop zouden draaien. Uiteraard kregen ze de gelegenheid om bezwaar in te dienen tegen de inrichting van de bottelarij. In maart 1952 werd immers, zoals gebruikelijk, de vergunningsaanvraag afgekondigd en publiekelijk aangeplakt. Of iedereen de komst van de limonadefabriek zag zitten, weten we niet met zekerheid. Feit is wel dat er geen bezwaarschriften werden ingediend. Op 2 september 1952 kreeg Solomo NV dan ook de officiële toestemming om de bottelarij verder in te richten. Al het daaropvolgende jaar kon de productie van het bruine, bubbelende frisdrankje van start gaan. Op 1 februari 1953 werd het eerste flesje Coca-Cola in Vlierbeek gebotteld. Maurice Oversteyns zou de verdere groei en uitbouw van de bottelarij niet meer van dichtbij meemaken. De familie verhuisde immers in 1953 naar Doornik. Hij liet de limonadefabriek uiteraard niet zomaar aan haar lot over. Als vooruitziend man en omdat de inrichting van de bottelarij grote investeringen met zich meebracht, was hij al in de lente van 1952 op zoek gegaan naar bijkomende aandeelhouders. Hierdoor werd er al snel vers kapitaal in de vennootschap ingebracht.21 Een naam die in vele documenten en ook in de getuigenissen van zowel Jan als die van Marie-Jeanne en Eveline telkens weer opduikt, is die van René Dethier. Als succesvol zakenman uit Ukkel, schreef hij de titel van algemeen directeur op zijn naam. Verder vulden onder meer Jean Vastiau (van stijlmeubelen Vastiau), dokter Pierre Dumont en Paul Cattelain de lijst van nieuwe aandeelhouders aan. Zij zouden samen met de werknemers hun schouders onder de verdere uitbouw van de bottelarij zetten. Ook Alfons Braes (°01.02.1913-†07.01.1986), een succesvol bierhandelaar uit Aarschot, kocht zich in en werd bovendien aangesteld tot gemachtigd beheerder. “Ik herinner me onze verhuis naar Kessel-Lo nog als de dag van gisteren”, begint Marie-Jeanne ons haar verhaal. “Mijn pa was jarenlang bierhandelaar in Aarschot geweest. In het begin bedeelde hij de bierflesjes zelfs nog met paard en kar. Toen Coca-Cola opgang begon te maken, probeerde hij ook deze nieuwe frisdrank bij zijn klanten aan de man te brengen. Vandaar dat mijn pa wist in wat hij investeerde! Bij Solomo werd hij de ‘baas’, al had hij zelf niet zo graag dat hij zo genoemd werd. Meneer Dethier, de algemeen directeur, kwam meestal slechts één keer per week langs. De dagelijkse leiding lag dus bij mijn pa. Hij kreeg daarbij de ondersteuning van de verkoopdirecteur – eerst was dat meneer Van Staeyen, nadien zou meneer Vandeput in diens voetsporen treden. Maar uiteraard werkte het ganse team zeer hard.” Duidelijk in haar nopjes het verhaal van zoveel jaren geleden nog eens te kunnen vertellen, gaat Marie-Jeanne gepassioneerd verder: “Mijn broers en ik hadden steeds met ons ma en pa in Aarschot gewoond. In mei 1954 verhuisden we dus naar Kessel-Lo. We gingen met ons gezin in het appartement boven de grote toegangspoort van de bottelarij wonen. Ik heb daar altijd graag gewoond. De moderne installaties en de vele bakken Coca-Cola maakten als jong meisje uiteraard indruk op me. Als ik ’s avonds van school thuiskwam, pakte ik dan een flesje van de band en nam het mee naar mijn kamer. Fris gebotteld, smaakte dat! Pa keek dan telkens oogluikend toe. Mijn broers en ik zijn met Coca-Cola opgegroeid. Soms, wanneer we een uitstapje maakten bijvoorbeeld, hadden we ook wel zin om eens een andere limonade te drinken. Maar dat mocht niet van ons vader…” Foto 6: De gebouwen van Solomo NV langs de Diestsesteenweg 545-547 in Kessel-Lo. © Foto uit het archief van de Heemkundige Kring Vlierbeek vzw. Foto 7: Marie-Jeanne Braes samen met haar papa Alfons Braes op één van hun gezinsuitjes. Hier bij de molen aan de Damse Vaart. Ook dan geen andere frisdrank dan Coca-Cola voor Marie-Jeanne en haar broers Roger (°19.05.1938), Jan (°30.06.1946-†25.10.1956) en Marc (°12.02.1952). © Foto uit het familiearchief van Marie-Jeanne Braes. Van verkoper tot “Meneer” Van Aerschot Op een zonnige lentedag in april 2021 ontmoetten we ook Jan Van Aerschot. Zijn bloementuintje met rode en gele tulpen lag er stralend bij. Maar al te graag maakte hij tijd om ons zijn verhaal over Solomo te doen. Dat verhaal schetst meteen ook quasi zijn volledige levensloop. Al vanaf de start van zijn loopbaan was deze immers verbonden met Coca-Cola. Net zijn verplichte legerdienst vervuld, solliciteerde hij in 1954 bij de vestiging aan de Léon Grosjeanlaan in Evere. In die tijd hoefde je geen sollicitatiebrief met wel overwogen zinnen, aangevuld met een in het oog springend CV, op papier te zetten. Nee, solliciteren deed Jan gewoon telefonisch. Hij kreeg meteen de heer Milstein, verkoopdirecteur van de Brusselse vestiging, aan de lijn. Jan zal nooit de zin “Venez vous presenter” vergeten. En dat deed hij. Zijn bereidwilligheid om te werken alsook zijn tweetaligheid – zijn kennis van het Frans had hij tijdens zijn legerdienst opgedaan – pleitten destijds zeker in zijn voordeel. Jan werd dan ook meteen aangeworven. Zijn carrière als verkoper bij Coca-Cola kon van start gaan. Jans vriendin, later zijn lieftallige echtgenote, werkte echter bij tabaksfabrikant Vander Elst in Leuven. Na enkele maanden Brussel koos Jan ervoor om dichter bij zijn Liske te gaan werken. Vandaar zijn overstap naar Solomo NV in Kessel-Lo. Op 14 februari 1955 startte Jan hier aan een nieuw hoofdstuk in zijn loopbaan. In het begin woonde hij nog in bij zijn ouders in Loonbeek, een deelgemeente van Huldenberg. Eenmaal gehuwd, verhuisde het koppel naar Kessel-Lo. Jan begon bij Solomo opnieuw onder aan de ladder en ging er aan de slag als verkoper-leverancier. Na enkele jaren trouwe dienst klom hij op tot “road manager” (groepsleider). Hij kreeg meer verantwoordelijkheden en ging met de nieuwelingen de baan op om hen op te leiden. Vanaf nu werd het “Meneer” Van Aerschot trouwens. Niet dat Jan hier zelf op stond, maar volgens het management hoorde dit zo. De collega’s mochten hem dus niet langer met zijn voornaam aanspreken. Finaal schopte “Meneer Van Aerschot” het tot adjunct verkoopdirecteur. Tot aan zijn pensioen bleef hij een gedienstige werknemer. Hij kent Solomo van binnen en van buiten. Niemand meer geschikt dus om ons het reilen en zeilen van de bottelarij uit de doeken te doen! Foto 8: Vacature voor verkoper bij Solomo NV. © Journal des Petites Affiches, 14 december 1952 - Stadsarchief Leuven. Het vat dat van de vrachtwagen rolde “Om Coca-Cola te maken, heb je uiteraard het gepatenteerde concentraat nodig om siroop van te maken”, start Jan zijn verhaal. “De vaten met concentraat kwamen toe aan de haven van Antwerpen. Daar konden we ze met onze vrachtwagen gaan ophalen. Een hele klus trouwens! Heftrucks bestonden in die tijd immers nog niet. Elk vat moesten we dus met eigen spierkracht in de vrachtwagen tillen. Terug in de bottelarij, dienden we vervolgens ook alles zelf weer uit te laden. Alle vaten werden dan nauwgezet geteld. Op een dag bleek het aantal niet te kloppen! Eén vat ontbrak. De mannen zijn toen heel het traject teruggereden en hebben het vermiste vat, dat van de vrachtwagen gerold was, gelukkig langs de kant van de weg teruggevonden!” vult Jan glunderend aan. De vaten concentraat vonden vervolgens hun weg naar de siroopkamer. Dit was de ruimte in de bottelarij waar de drank gebrouwen werd. In grote ketels werd er daartoe suiker, water en koolzuur aan het concentraat toegevoegd. Alles in weloverwogen verhoudingen uiteraard. “De dubbel geraffineerde suiker waarmee we de siroop maakten, werd ons door de Tiense Suikerraffinaderij in zakken van maar liefst 100 kilogram geleverd”, herinnert Jan zich. “Wat het water betreft, gebruikten we gewoon leidingwater. Maar gezien het water in het Leuvense zeer kalkrijk is, diende dit eerst ontkalkt te worden zodat het geschikt werd om Coca-Cola mee te brouwen. De samenstelling van het water, bepaalde immers ook de smaak van ons afgewerkte product. Gelukkig kende collega Gust van de siroopkamer zijn vak!”, gaat Jan verder. Vervolgens kon er gebotteld worden. In die dagen geen blikjes, maar enkel glazen flesjes van 18 centiliter. De geschiedenis van dit flesje is trouwens een verhaal apart. Coca-Cola heeft immers het exclusieve recht op het gebruik van deze zogenaamde “Contour Bottle”. Het flesje werd in 1915 dan ook speciaal voor de Amerikaanse frisdrankfabrikant ontworpen. Glasblazer Earl R. Dean (°19.03.1890-†08.01.1972) kreeg duidelijke instructies voor zijn ontwerp. Zo moest het colaflesje ook in het donker herkenbaar zijn en zelfs wanneer het flesje stuk ging, moesten de scherven kunnen verraden wat erin had gezeten.22 Solomo NV beschikte over een zeer moderne bottelinstallatie voor die tijd. Het ene flesje na het andere kon zo nauwkeurig tot op de juiste hoogte gevuld worden. Dankzij de lopende band ging het vooruit en dat gebeurde zeker niet in stilte. De glazen flesjes legden met een hels lawaai hun weg op de band af. Vanaf de jaren ’60 bevond deze afdeling zich in de moderne vleugel met grote vitrines. Voorbijgangers konden op deze manier het hele proces volgen. Dat herinnert ook Hans Dechamps (°14.10.1954) – opgegroeid onder de kerktoren van de Abdij van Vlierbeek – zich nog levendig: “Als kleine gast stond ik me te vergapen voor het grote raam aan de straatkant en zag ik de flesjes op de band voorbij dansen.” De glazen flesjes werden keer op keer herbruikt. Uiteraard werden ze telkens grondig gespoeld en gesteriliseerd. Tweemaal zelfs, in een eerste en een tweede spoeling. Ook dat gebeurde binnen de muren van de bottelarij. Dat spoelen was echt wel nodig, leert het verhaal van Jan Van Aerschot ons. De mensen gebruikten de flesjes immers voor alles en nog wat. Soms bewaarden ze er zelfs olie in! Flesjes die niet meer door de beugel konden werden er uiteraard uitgehaald. De gespoelde flesjes werden daartoe op een lopende band gezet, waarachter zich een spiegel bevond. Op die manier kon de medewerker, die instond voor de controle, ook de achterkant van de flesjes aan zijn goedkeurend oog onderwerpen. Het was een werkje waarvoor opperste concentratie gevergd werd. Een taak die je uiteraard niet de ganse werkdag kon volhouden. Na een uur, maximum twee uur werd je dan ook afgelost. Dit is trouwens het beeld dat de meeste buurtbewoners na al die jaren is bijgebleven: de man wiens hoofd voortdurend van links naar rechts ging bij het controleren van de gespoelde colaflesjes. Binnen in de bottelarij was alles sterk gemechaniseerd. Nadat de flesjes gevuld waren, werden ze uiteraard met een kroonkurk afgesloten en konden ze vervolgens per vierentwintig in gele houten bakken – met in de kenmerkend rode kleur het opschrift “Coca-Cola” 23 – gestockeerd worden. De lopende band met deze gevulde kratten rolde tot aan het voorraadmagazijn. Hier begon dan de zware fysieke arbeid. Alle bakken, van maar liefst 14 kilogram elk, moesten immers manueel gestapeld worden. Foto 9: De grote ketels in de siroopkamer van de bottelarij. © Foto uit het archief van de Heemkundige Kring Vlierbeek vzw. Foto 10: Gust Van de Gaer (in het midden) was meester in de siroopkamer. Rechts collega Roger Eyers. © Foto uit het archief van de Heemkundige Kring Vlierbeek vzw. Foto 11: De glazen flesjes werden na de spoelingen steeds grondig gecontroleerd. © Foto uit het archief van de Heemkundige Kring Vlierbeek vzw. Foto 12: Het vullen van de flesjes was volledig geautomatiseerd. © Foto uit het archief van de Heemkundige Kring Vlierbeek vzw. Foto 13: Met honderden rolden de gevulde flesjes dagelijks van de band. © Foto uit het archief van de Heemkundige Kring Vlierbeek vzw. Drie verdiepen hoog bij de zusters van het Heilig Hart te Heverlee Uiteraard was het aan de man brengen van de flesjes Coca-Cola een al even belangrijke taak als het produceren en het bottelen zelf. Zonder verkoop, geen winstcijfers immers. In de jaren ’50 en ’60 was deze verkoop nog echt pionierswerk. Het afzetgebied van Solomo NV omvatte uiteraard Kessel-Lo en heel het Leuvense. Als vertegenwoordiger kende Jan Van Aerschot ook de uitbaters van de Vlierbeekse cafés maar al te goed. Janneke en Bertha van “In de Abdij” (het latere “In den Rozenkrans”), Emerance van “Pie de Nijper” en Maria van “Het Bieduif’ke”, ze behoorden allemaal tot zijn cliënteel. Ook in het café van Juul en Bertha – dat enkele huizen verder dan de bottelarij op de Diestsesteenweg lag – en bij de Biekorf in Blauwput mocht Jan Coca-Cola leveren.24 Maar ook buiten Leuven trachtten de verkopers van Solomo hun flesjes frisdrank aan de man te brengen. Hier moesten ze echter rekening houden met de afzetgebieden van de andere bottelarijen zoals die van Sint-Truiden. “Tot aan Tienen en tot aan Diest mochten we gaan, verder niet, want dat was van Limobo. Hofstade vormde dan weer de grens met het afzetgebied van de bottelarij in Mechelen”, licht Jan ons in. “Maar we hadden ook klanten in de Brusselse rand zoals in Hoeilaart en Tervuren. Bij de Royal Golf Club in Tervuren, en ook bij die van Waterloo trouwens, ontmoette ik dan rijke Amerikanen, die me goedkeurend een schouderklopje gaven. ‘How are you? Coca-Cola, fine!’ klonk het dan. Ook in Wallonië, onder meer in Walhain met deelgemeenten Nil-Saint-Vincent-Saint-Martin en Walhain-Saint-Paul, maar ook in Ottignies, Court-Saint-Etienne, Mont-Saint-Guibert en niet te vergeten Villers-la-Ville – de grensgemeenten met het huidige Vlaams-Brabant dus – brachten we Coca-Cola aan de man. Kleine kruidenierszaken, cafés, studentenhuizen, overal probeerden we klanten te overhalen onze Amerikaanse frisdrank eens uit te proberen”, gaat Jan zijn verhaal verder. In 1958 had Jan geluk. In dat jaar vond de Wereldtentoonstelling in Brussel plaats. Coca-Cola had hier een eigen paviljoen waar je uiteraard hun frisdrank kon proeven, maar waar je ook kon gadeslaan onder welke hygiënische en hypermoderne omstandigheden gebotteld werd. Vlak naast het Afrikamuseum in Tervuren, logeerde een Afrikaanse delegatie. Zij waren alvast enorme fan van Coca-Cola. Elke week mocht Jan er maar liefst honderd kratten leveren. “Wat die Afrikanen met al mijn flesjes Coca-Cola deden, ik weet het niet. Dronken ze het zelf op of verkochten ze de flesjes door? Eén ding is zeker: mijn vrachtwagen was meteen leeg. Ik kon vervolgens meteen terugkeren naar Kessel-Lo om weer een nieuwe lading te gaan ophalen”, herinnert Jan zich. Coca-Cola aan de man brengen, gebeurde destijds trouwens in de nodige stijl. Chique uitgedost in een donkergroen pak, een gladgestreken hemd en vlinderdas – alles ton sur ton – gingen de vertegenwoordigers op pad. Uiteraard prijkte ook een badge met het logo van Coca-Cola trots op hun borstzak. Het kostuum oogde niet alleen stijlvol, maar was bovendien ook erg praktisch. De broek was immers ter hoogte van het bovenbeen met een lederen lap afgewerkt. Dit om de zware bakken tijdens het leveren op te laten rusten. Die maatpakken werden trouwens gemaakt door de gerenommeerde confectiezaak Esders uit de Zwarte Lieve Vrouwestraat in Brussel. Om de zoveel jaar kreeg je als verkoper een nieuw pak aangemeten. Geen sprake van dat je slordig de baan op mocht! Jan herinnert zich nog dat sommige collega’s door de verkoopdirecteur zelfs terug naar huis gestuurd werden om hun schoenen deftig te gaan opblinken alvorens ze naar hun klanten mochten vertrekken. Voor de job van vertegenwoordiger was je best van alle markten thuis. Uiteraard moest je commerciële feeling hebben en rad van tong zijn, maar het mocht je ook niet aan de nodige spierkracht en werkwilligheid ontbreken. Je ging immers alleen de baan op met je vrachtwagen. Voordat je kon vertrekken, moest je deze in de beginjaren ook helemaal zelf inladen. En er was in die tijd slechts één steekwagentje beschikbaar in het magazijn van Solomo. Het was dus kwestie van snel te zijn elke ochtend! Pas nadien werd er een speciale avondploeg ingesteld, die de vrachtwagens klaarmaakte, zodat de vertegenwoordigers de volgende ochtend meteen de baan op konden. Maar ook dan bleef het vaak zwoegen met de houten kratten. Nadat je een klant overtuigd had enkele bakken Coca-Cola in te slaan, moest je deze immers zelf lossen. Ook lege bakken moest je zelf weer in je vrachtwagen laden, leert Jan ons. “Gelukkig kon ik vaak rekenen op andermans hulp. Zo moest ik bij de zusters van de Heilig Hart-school25 in Heverlee mijn bakken steeds drie etages hoog slepen. Ik sprak dan af met een collega om me even een handje te komen helpen. Samen droegen we de bakken dan de trappen op. Ook op de militaire luchtmachtbasis van Beauvechain (Bevekom) was het leveren steeds zwaar. Daar moesten de flesjes immers in de kelder gestockeerd worden. Samen met de melkboer vormde ik dan een goed team. Telkenmale spraken we af wanneer we zouden leveren zodat we elkaar konden helpen. We legden dan een houten plank en duwden zo de bakken met flessen Coca-Cola en melk naar beneden, de kelder in”, vertelt Jan ons, nog steeds dankbaar voor al die collegialiteit. “Dat zijn tijden die ik niet vergeet!” Een tijd ook waar een klant, niet gewoon maar een klant was. Als vertegenwoordiger legde je je cliënteel nog in de watten waar het maar kon. Koelkasten bestonden nog niet. En voor de Leuvense cafés deed Solomo dan ook graag een extra inspanning. Jan en zijn collega’s haalden daarom blokken ijs op bij de ijsfabriek in de Schrijnmakersstraat - met toegangspoort langs burgerhuis Inde Dry Coppen, daar waar Jeroen Meus vandaag in zijn potten roert - en leverden dat samen met hun kratten Coca-Cola aan de Leuvense caféuitbaters. Voor verder gelegen klanten, was dat uiteraard geen optie. Zij werden van ijs voorzien door de ijsfabriek van Strombeek. Na een tijdje kwam het team van Solomo op het idee om de caféuitbaters ook van een houten bak te voorzien waarin de flesjes dan met het ijs koel gehouden konden worden. Uiteraard mocht de naam van “Coca-Cola” hierop niet ontbreken. De bak werd trouwens goed in het zicht opgesteld. Op die manier kon elke caféganger zien waar de Amerikaanse frisdrank te koop werd aangeboden. Uitgekiende marketing dus… je hebt het de mannen van Coca-Cola nooit moeten leren! Foto 14: Janneke en Bertha, uitbaters van “In de Abdij”, het latere “In den Rozenkrans”. © Café “In den Rozenkrans”. Foto 15: Het paviljoen van Coca-Cola op de Wereldtentoonstelling te Brussel in 1958. © Reclameblad uit het archief van de Heemkundige Kring Vlierbeek vzw. Foto 16: De gerenommeerde confectiezaak Esders in Brussel. Zicht vanaf de Lakensestraat. © Postkaart uit het archief van de Heemkundige Kring Vlierbeek vzw. Foto 17: Het uitgebreide vrachtwagenpark van Solomo NV. Binnenrijden deden de verkopers via de grote witte poort aan de straatkant, pal onder het appartement van de familie Braes dus. In hun helder gele kleur met het rode opschrift “Coca-Cola” vielen ze meteen op wanneer ze de baan opgingen. De vrachtwagens waren in die tijd trouwens nog open langs de zijkanten. In de winter probeerden de verkopers hun flesjes dan ook met vanalles en nog wat af te dekken zodat ze niet zouden bevriezen. © Foto uit het archief van de Heemkundige Kring Vlierbeek vzw. Foto 18: De ijsfabriek in centrum Leuven met toegangspoort naast burgerhuis Inde Dry Coppen in de Schrijnmakersstraat. Let op het opschrift “Ijsfabriek”. © Foto KIK-IRPA, Brussel - www.kikirpa.be De jaarlijkse tombola in Hotel Atlanta Werken bij Solomo voelde een beetje aan als familie en dat was in grote mate te danken aan de bekommernis van Alfons Braes en zijn echtgenote Martha Carmen (°10.11.1915-†03.02.1996), die haar man al die jaren in zijn functie van gemachtigd beheerder ten volle gesteund heeft trouwens. Niet alleen het financieel en technisch beheer van de bottelarij vroeg hun dagelijkse aandacht, ook het welbevinden van de personeelsleden lag hen nauw aan het hart. Er heerste bijgevolg een zeer collegiale sfeer op de werkvloer. De meeste werknemers woonden trouwens in de buurt en kwamen dagelijks met de bus of de fiets naar hun werk. Een technische ploeg van zo’n twintig man was verantwoordelijk voor het bottelen en een uitgebreid team van verkopers ging de baan op. Solomo had bovendien een eigen publiciteitsdienst waar reclamepanelen geschilderd werden. “Tekenaar Felicien Delcommune was een krak in zijn vak!” wil Jan graag gezegd hebben. Het personeel bestond in de beginjaren enkel uit mannelijke werknemers. Pas veel later werden er ook dames in dienst genomen. Zo was Eveline Der Mul – destijds onder de collega’s beter gekend als mevrouw Kamers (de familienaam van haar echtgenoot) of “madammeke” – de eerste vrouwelijke administratief bediende, die in 1961 bij Solomo van start ging. Zij baande de weg voor de dames na haar. Promotie echter werd wel al van in de beginjaren door vrouwelijke werknemers van The Coca-Cola Company gevoerd. Zij gingen de straat op om hun heerlijke en verfrissende drankje van deur tot deur te laten proeven. We kunnen het ons nu nog nauwelijks voorstellen! Bovendien reed bij elke grote optocht of manifestatie een heuse promotiewagen uit om het drankje in die beginjaren in de kijker te plaatsen. “De verschillende concessiehouders in ons land deden hier maar wat graag een beroep op. Ook wij bij Solomo uiteraard! Als er dan in Leuven iets te doen was, belden we naar Jean om af te komen met zijn reclamewagen”, aldus Jan. De arbeidsomstandigheden waren bij Solomo trouwens zeer mensvriendelijk. Van nachtploegen was er geen sprake. Gewerkt werd er ook enkel van maandag tot vrijdag. Al gebeurde het regelmatig dat de werknemers zich ook buiten hun uren of in het weekend voor hun job inspanden. Zo organiseerde Solomo allerlei evenementen. De jaarlijkse kinderspelen voor de leerlingen van de Leuvense scholen was er zo één van. “Ik schaarde me graag achter die kinderspelen. Met honderden kwamen ze samen op het grasveld voor het Arenbergkasteel in Heverlee. Een hele dag werd er gesport en gespeeld en op het einde van de dag mocht ik de kinderen dan blij maken met een potlood en een schrift – waarop het logo van Coca-Cola prijkte – en uiteraard ook een flesje dat we zelf gebotteld hadden. Ik heb ook talloze klassen rondgeleid in de bottelarij. Scholen konden immers een geleid bezoek bij ons aanvragen. Ik liet dan ook steeds een film afspelen, Coca-Cola door de jaren heen, heette die. In het begin wist ik hoegenaamd niet hoe dat allemaal in zijn werk ging. Dan kon ik gelukkig de hulp inroepen van Marcel, de zoon van Pie26”, haalt Jan Van Aerschot oude herinneringen op. Echter niet alleen de evenementen voor de schoolgaande jeugd zijn Jan bijgebleven. Ook de groepsreizen waaraan het personeel kon deelnemen, om zo een stukje van de wereld te ontdekken, herinnert hij zich nog goed. Wanneer zich een gelegenheid tot feesten voordeed, liet Solomo ook die kans niet liggen. Regelmatig werden er dan ook etentjes voor het personeel georganiseerd. Alfons Braes en de andere aandeelhouders lieten trouwens niet na hun trouwe werknemers op zulke momenten in de bloemetjes te zetten. In 1966 vierde het team bovendien uitgebreid het 15-jarig bestaan van de bottelarij. Mevrouw Dethier, echtgenote van de algemeen directeur, voelde zich eveneens nauw betrokken bij de firma en spande zich dan ook graag in voor de medewerkers. Met haar organisatorisch talent zette zij de organisatie van de jaarlijkse tombola op haar naam. Een heus event, waar ook de partners van de personeelsleden steeds welkom waren. Als locatie werd meermaals Hotel Atlanta (Adolphe Maxlaan) in Brussel uitgekozen. Chique, dat zeker, en met die naam werd ook meteen de link met het ontstaan van Coca-Cola in de verf gezet. Of dat een bewuste keuze van mevrouw Dethier was, laten we in het midden. In elk geval konden de werknemers van Solomo hier steevast genieten van een exquis menu. Met het hoogtepunt van de avond: de tombola! Iedereen wilde wel één van de hoofdprijzen in de wacht slepen. “Er waren steeds hele mooie prijzen bij”, vertelt Jan ons. “Vooral de elektrische apparaten die je kon winnen, stonden bovenaan ieders verlanglijstje.” Foto 19: De publiciteitswagen waarmee “Jean” steeds uitreed tijdens evenementen of manifestaties en dit op vraag van de lokale bottelarijen in België. © Uit het familiearchief van Johan Ons.Foto 20: Tijdens de jaarlijkse kinderspelen trok Jan Van Aerschot (uiterst rechts) steeds mee de kar. Hij was het ook die steevast de micro ter hand nam en de sportende leerlingen uit de verschillende Leuvense scholen op deze hoogdag toesprak. © Foto uit het familiearchief van Jan Van Aerschot.Foto 21: Gust Van de Gaer, meester van de siroopkamer, ontvangt een medaille ter gelegendheid van zijn trouwe dienstjaren van aandeelhouder Jean Vastiau. © Foto uit het familiearchief van Agnes Van de Gaer.Foto 22: Feest ter gelegenheid van het 15-jarig bestaan van Solomo NV - 23 april 1966. Uiterst rechts verkoopdirecteur Jacques Vandeput. Uiterst links menen we aandeelhouder Paul Cattelein te herkennen. © Foto uit het archief van de Heemkundige Kring Vlierbeek vzw. Foto 23: Feest ter gelegenheid van het 15-jarig bestaan van Solomo NV - 23 april 1966. Op de tweede rij (uiterst rechts) René Dethier, algemeen directeur van Solomo NV. Achteraan komt ook Marc Braes, de jongste zoon van Alfons Braes, piepen. © Foto uit het archief van de Heemkundige Kring Vlierbeek vzw. Foto 24: Feest ter gelegenheid van het 15-jarig bestaan van Solomo NV – 23 april 1966. Aan de eettafel herkennen we algemeen directeur René Dethier (derde van rechts), gemachtigd beheerder Alfons Braes (uiterst links) met naast hem, op de hoek van de tafel, verkoopdirecteur Jacques Vandeput. © Foto uit het archief van de Heemkundige Kring Vlierbeek vzw. Een verkwikkende douche en de beste whisky Hygiëne werd hoog in het vaandel gedragen binnen de muren van de bottelarij. “Ongedierte moest uiteraard ten alle tijden vermeden worden. De grote toegangspoort mocht daarom nooit langer openstaan dan nodig was. Alle hoekjes en kantjes werden ook steeds nauwlettend gecontroleerd en gepoetst. Hier keek onze pa streng op toe”, vertelt Marie-Jeanne ons. “Gezien we pal boven de bottelarij woonden, was de fabriek immers onze thuis. Pa was dus steeds in de buurt. Ook wanneer er zich een probleem aan één van de machines voordeed, stak hij de mannen graag een handje toe om alles weer te repareren.“ Na een zware werkdag, konden de werknemers trouwens genieten van een verfrissende douche in de moderne sanitaire ruimte van het bedrijf. Voor velen wellicht een welkome luxe want in de jaren ’50-’60 was een volledig uitgeruste badkamer immers nog niet voor iedereen weggelegd. Niet alleen de hygiëneregels waren immens streng. De belastingambtenaar kon er ook wat van! Vadertje Staat wilde immers zeker zijn een graantje te kunnen meepikken van deze winstgevende Amerikaanse droom. Nauwgezet telde de beambte steeds het overschot aan niet gebruikte kroonkurken. De boekhouding moest immers kloppen. De te betalen taxen werden vervolgens berekend op basis van het aantal gebruikte kroonkurken. “Wanneer meneer Pletincx van de accijnzen over de vloer kwam, zorgde ik steeds dat ik de beste whisky in huis had”, vertelt Jan ons geamuseerd. Kamperen bij Marie Thumas Verandering en nieuwe tendensen lieten ook Solomo niet ongemoeid. Zo werd er vanaf de jaren ‘60 niet enkel meer Coca-Cola gebotteld, maar vulde Sprite en Fanta het assortiment aan.27 De ganse bottelarij-installatie diende dan telkens volledig gereinigd te worden zodat de productieploeg op het bottelen van een andere drank kon overschakelen. Bovendien werden de gezinsfles van driekwart liter en het zesflessen-karton aan het gamma toegevoegd. Jan herinnert zich ook dat de computer zijn intrede deed in het bedrijf. “Een meneer die ook LP’s verhandelde, kwam ons de volledige uitleg geven. ‘Vanaf nu zullen jullie veel minder administratief werk hebben’, klonk hij overtuigd. Van dat alles was niets waar… ik had vanaf dan alleen maar meer papierwerk!”, drukt Jan ons op het hart. “Voordien was het voldoende wanneer we gewoon onze eenvoudige verkoopbonnetjes met balpen invulden om deze op het einde van onze werkdag aan de baas af te geven. Met de komst van de computer werden er allemaal nieuwe documenten opgesteld waarop we dagelijks onze verkoopcijfers uitgebreid dienden te verantwoorden.” In zijn functie van groepsleider, kreeg Jan de opdracht alle formulieren van zijn collega’s te controleren en te verbeteren. Dat Solomo toonaangevend was in het Leuvense, bewezen ze door als eersten hun grote klanten van flesautomaten te voorzien. “In de fabriek van Marie Thumas28 plaatsten we ons eerste toestel”, legt Jan ons uit. “Ik herinner het me nog goed. Het was een V83, een automaat waar dus maar liefst drieëntachtig glazen flesjes Coca-Cola in konden. Ik ging het samen met onze verkoopdirecteur, Jacques Vandeput (°01.11.1931-†26.09.1997), in Brussel met de vrachtwagen ophalen. Aan café De Lantaarn aan de Vaart, pikten we enkele van onze mannen op. Zij zouden ons helpen met de installatie van het toestel in de conservenfabriek. De weken die volgden, heb ik er haast gekampeerd. Telkens slaagde het personeel van Marie Thumas erin de flesautomaat te blokkeren en dan werd ik opgetrommeld om het weer te gaan herstellen. Wat gebeurde er? Wel in plaats van een muntstuk, staken ze er een rondel (moerplaatje) in. Ze dachten slim te zijn en niet te hoeven betalen. Maar dat was dus ijdele hoop!” Foto 25: In de jaren ’60 werd het zesflessen-karton aan het gamma van Solomo NV toegevoegd. © Postkaart uit het archief van de Heemkundige Kring Vlierbeek vzw. Het doek dat viel Nadat Alfons Braes en zijn team in december 1971 de verkoop van maar liefst één miljoen kisten Coca-Cola hadden gevierd, kwam nog geen drie jaar later– op 28 mei 197429 om precies te zijn– een einde aan de Amerikaanse droom in Vlierbeek. Omwille van het eigen succes werd de bottelarij op de Diestsesteenweg te klein. Uitbreiding was nodig en dit was niet haalbaar op het terrein in Kessel-Lo. Bovendien toonde Brouwerij Artois bijzonder veel interesse in het merk Coca-Cola. De Leuvense bierbrouwer produceerde met hun Sirène-Limonade en Sirène-Cola in die dagen zelf een assortiment frisdranken. Maar de vraag naar “The Real Thing”30 was nu eenmaal veel groter. Klanten wisten wat ze wilden en dat was Coca-Cola! De zaak was beklonken. Brouwerij Artois kocht zich in als aandeelhouder in Solomo NV. Dat betekende niet het einde van de Soutirage Louvaniste Moderne, wel van het Vlierbeekse avontuur. De bottelarij verhuisde op 1 juli 1975 naar de gebouwen van de voormalige Brouwerij Van Tilt in de Mechelsestraat 168 te Leuven.31 Het personeel werd gelukkig niet op straat gezet. Zowel de technische als de commerciële ploeg mocht mee. Ook Jan zette er, als de rechterhand van verkoopdirecteur Jacques Vandeput, zijn loopbaan gewoon verder en bleef er zijn jongere collega’s opleiden en coachen. Net zoals Eveline Der Mul trouwens. Ook zij bleef, als toegewijde secretaresse, de administratie van de bottelarij gewoon verder behartigen. In 1986 was het groot feest! Coca-Cola vierde immers zijn honderdste verjaardag. Die bijzondere dag mocht uiteraard ook in België niet zomaar voorbijgaan. “Een ganse dag Walibi. Het pretpark werd toen speciaal voor alle werknemers van de verschillende bottelarijen in ons land door Coca-Cola afgehuurd. Er werd zelfs speciaal een trein ingelegd voor ons. Ook wij van Solomo waren uiteraard van de partij!”, de herinneringen aan die dag zitten nog vers in Jans geheugen. Van achter de coulissen maakte Solomo NV mee hoe Brouwerij Artois in 1988 fusioneerde met Brouwerij Piedboeuf. De groep Interbrew was geboren. De verdere fusie met het Braziliaanse AmBev in 2004 tot InBev en de overname van het Amerikaanse Anheuser-Busch in 2008, waarna de naam van ’s werelds grootste brouwerijketen veranderde in AB InBev, zou Solomo NV echter niet meer meemaken. In januari 1994 viel immers het doek over de Soutirage Louvaniste Moderne. “Op onze laatste werkdag, op 28 januari 1994, kwam er een einde aan mijn loopbaan bij Solomo. Met spijt in het hart, ik heb er immers drieëndertig jaar graag gewerkt", weet Eveline Der Mul ons te vertellen. "De werknemers met voldoende anciënniteit, zoals ikzelf, mochten op brugpensioen. Anderen konden vanaf dan elders binnen Interbrew aan de slag gaan." Solomo was niet de enige bottelarij die de tand des tijds niet wist te doorstaan. Coca-Cola koos met de loop der jaren immers voor verregaande reorganisaties en vooral centralisatie.32 Dit maakte dat de kleine concessiehouders volledig opgeslokt werden door het moederbedrijf. Voor deze zelfstandige bottelarijen was het vanaf de jaren ’80 trouwens niet altijd evident meer om nog op de vraag van de consument in te spelen. De opkomst van de blikjes en de PET-flessen vroeg om nieuwe en dure investeringen, vermits de meesten tot dan enkel glazen flesjes bottelden. Investeringen die vaak niet haalbaar waren. Daarom dus dat een concentratie van de productiecentra onvermijdelijk werd. Anno 2021 zijn in ons land nog slechts twee verschillende ondernemingen onder het logo van Coca-Cola actief. Coca-Cola Services, dat deel uitmaakt van The Coca-Cola Company, werkt mee aan de wereldwijde merk-marketing enerzijds en de productie en verkoop van het concentraat dat aan de basis ligt van de drankjes anderzijds. Daarnaast is vandaag slechts nog één bottelaar actief in ons land: Coca-Cola European Partners Belgium (voor 19% eigendom van The Coca-Cola Company). Deze spitst zich toe op de productie – in drie bottelarijeenheden te Gent, Antwerpen en Chaudfontaine - en de verkoop van het afgewerkte product. Zowel Coca-Cola Services als Coca-Cola European Partners hebben hun Belgisch hoofdkantoor in Anderlecht. Kopen kan je het bruine, bubbelende drankje vandaag echter op bijna elke hoek van de straat. Ook in Vlierbeek, en zelfs op de plaats waar ooit de volledig uitgeruste bottelarij van de Soutirage Louvaniste Moderne stond. Foto 26: Aandenken aan de hand van tekenaar Felicien Delcommune ter gelegenheid van de verkoop van maar liefst 1.000.000 kisten Coca-Cola door Solomo NV. © Uit het familiearchief van Jan Van Aerschot. Foto 27: Jan Van Aerschot (uiterst rechts) als adjunct verkoopdirecteur toen de bottelarij al naar de Mechelsestraat in Leuven verhuisd was. Naast hem de heer Vandenbemt, algemeen directeur van Solomo NV, vervolgens de heer Robert Delville, direkteur-generaal van The Coca-Cola Export Corporation België en uiterst links Jacques Vandeput, verkoopdirecteur van Solomo NV. © Uit het familiearchief van Jan Van Aerschot. Voetnoten: 1. “Always Coca-Cola” (“Altijd Coca-Cola”) is de slogan van The Coca-Cola Company uit 1993. Deze werd bedacht door het reclamebureau Creative Artists Agency. “Taste the feeling” (“Proef het gevoel”) is een recentere reclameslogan en dateert uit 2016. Met deze slogan beoogde de frisdrankengigant te benadrukken dat Coca-Cola er voor iedereen is, ongeacht je smaak, levensstijl of voedingsvoorkeuren. Deze reclamecampagne omvatte alle varianten van het merk, waaronder ook Coca-Cola Zero, Coca-Cola Life en Coca-Cola Light. 2. Vandaag ligt de geheime formule van Coca‑Cola veilig opgeborgen in een kluis in het World of Coca‑Cola-museum in Atlanta. Op de website van Coca-Cola kunnen we lezen dat water het belangrijkste ingrediënt vormt. Daarnaast wordt er fosforzuur en suiker (of zoetstoffen) aan toegevoegd. Cafeïne (kolanoten) maakt de smaak compleet en de karamelkleurstof geeft Coca-Cola de welbekende kleur. Tenslotte zorgt koolzuur (of koolstofdioxide) voor de bubbels. Verder bestaat het geheim recept van Coca‑Cola uit een mix van natuurlijke plantenextracten (waaronder een extract van het cocablad), klinkt het. 3. De naam “Coca-Cola” verwijst naar niets anders dan de twee belangrijkste basis ingrediënten: cocabladeren en kolanoten. 4. “Delicious! Refreshing! Exhilarating! Invigorating!” (“Heerlijk! Verfrissend! Opwindend! Verkwikkend”) is de allereerste reclameslogan voor Coca-Cola. De eerste advertentie verscheen op 29 mei 1886 in de krant Atlanta Journal, slechts een aantal weken nadat John Styth Pemberton de nieuwe drank op de markt bracht. De verkorte slogan “Delicious and Refreshing” bleef tientallen jaren in gebruik. 5. Jacobs’ Pharmacy bevond zich op de hoek van Peachtree Street en Marietta Street in downtown Atlanta en was eigendom van Joseph Jacobs (°05.08.1859-†07.09.1929). Jacobs startte zijn business in 1879. In 1886 was zijn zaak uitgegroeid tot één van de meest toonaangevende apotheken in Atlanta, een tijd waarin apotheken trouwens winkels waren waar je van alles en nog wat kon kopen, ook medicijnen. In Jacobs’ apotheek bevond zich ook één van de slechts vijf frisdrankfonteinen van de stad: “Venable's Soda Fountain”, uitgebaat door Willis Venable (°25.12.1842-†24.11.1920). Een frisdrankfontein, ook wel limonadebuffet genoemd, was een soort van bar waar je terecht kon voor een “soda drink”, een drankje op basis van een siroop en ter plaatse aangelengd met koolzuurhoudend mineraalwater. Eind 19de eeuw werden aan deze drankjes allerlei gezondheidsvoordelen toegeschreven. Vandaar dat ze door apothekers verkocht werden. Ook Coca-Cola kwam initieel op de markt als een verfrissende en herstellende frisdrankfonteindrank. Je kon het drankje dus enkel per glas bestellen en ter plaatse consumeren. Pas vanaf 1894 kwam banketbakker Joseph Biedenharn (°13.12.1866-†09.10.1952) uit Vicksburg (Mississippi) op het lumineuze idee de frisdrank in flesjes te gaan bottelen waardoor de klant waar en wanneer hij maar wilde van zijn favoriete frisdrank kon genieten. Joseph Jacobs was korte tijd mede-eigenaar van de firma van Pemberton, maar verkocht al gauw zijn aandeel aan Asa Candler. 6. De eerste glazen Coca-Cola werden aan de democratische prijs van slechts 5 cent per glas verkocht. Ook de glazen flesjes die volgden zouden nog tot 1946 voor slechts een nickel (5 cent dus) verkocht worden. 7. Dat Coca-Cola zou uitgroeien tot werelds’ meest populaire frisdrank kon Pemberton nooit vermoeden. Initieel had de apotheker met zijn nieuwe recept immers een medicinale drank tegen hoofdpijn, vermoeidheid en andere ongemakken voor ogen. Zelf was hij tijdens de Amerikaanse burgeroorlog – in april 1865 – bijna fataal gewond geraakt. De jaren nadien gebruikte hij verdovingsmiddelen om de ondraaglijke pijn te verzachten en raakte hij verslaafd aan morfine. Hij ging daarom zelf op zoek naar een alternatief. In 1884 creëerde hij een op wijn gebaseerde drank als pijnstiller: “Pemberton’s French Wine Coca”, die hij omschreef als “samengesteld uit een extract van het blad van Peruaanse Coca (dat voor de verdovende werking zorgde dus), de zuiverste wijn en de kolanoot." De inspiratie voor zijn recept haalde hij trouwens bij een andere drank: “Vin Mariani”, van de Corsicaan Angelo Mariani (°17.12.1838-†01.04.1914). Pembertons wijn werd erg populair in de regio Atlanta totdat de anti-alcohollobby in 1886 Pemberton ertoe aanzette om een niet-alcoholisch alternatief te zoeken. Hij verving de wijn door een aromatische karamelkleurige suikersiroop. De siroop diende aangelengd te worden met koolzuurhoudend water en was nog steeds bedoeld als een medicinaal wondermiddel. Het recept voor Coca-Cola lag op tafel. 8. John Stith Pemberton besefte niet hoeveel potentieel het door hem ontwikkelde drankje had. Hij verkocht zijn bedrijf stukje bij beetje aan verschillende partners. Kort voor hij in 1888 overleed, verkocht hij zijn nog resterende aandelen in Coca-Cola aan Asa Griggs Candler. Deze Amerikaanse zakenman wist in de periode die volgde steeds meer aandelen te verwerven en kreeg uiteindelijk het merk volledig in handen. 9. De familie Candler deed haar belang in The Coca‑Cola Company in 1919 van de hand voor 25 miljoen dollar. Van een forse winstmarge gesproken… De zonen van Ernest Woodruff, Robert W. Woodruff en George W. Woodruff, hebben jarenlang de leiding gevoerd over The Coca-Cola Company. Met de oprichting van The Coca-Cola Export Corporation, in 1930, werd vanaf dan volop ingezet op de verkoop in het buitenland. 10. Coca-Cola was al sinds 1896 ook buiten de Verenigde Staten te koop. Onder meer in Cuba, Panama en Canada. 11. In 1927 kocht Gustave Van Gansen, zoon van een havenbaas in Antwerpen, na een zakenreis naar de Verenigde Staten een licentie aan om als eerste Coca‑Cola te mogen brouwen en bottelen in België. Hij zorgde voor de lancering van de frisdrank op de Belgische markt. Daarmee was België het derde land in Europa – na Frankrijk en Spanje – waar Coca-Cola zijn intrede maakte. Rond 1930 verkocht Van Gansen liefst honderd kratten frisdrank per dag. Coca-Cola was toen erg in trek bij de havenarbeiders, die er na het werk hun dorst mee lesten. Na vier succesvolle jaren moest de Antwerpse zakenman zijn productielicentie terug verkopen aan The Coca-Cola Company, die zich vestigde in Brussel. Hij bleef wel distributeur van het merk. 12. De heer Karel Van den Bergh. 13. De zogenaamde “Sprite Boy” verschijnt vanaf 1942 in advertenties in tijdschriften. 14. De Mechelse bottelarij Melibo oftewel Mechelse Limonade Bottelarij. 15. Tijdens de Tweede Wereldoorlog maakte de regering van de Verenigde Staten er zaak van dat de Amerikaanse soldaten Coca-Cola ook aan het front konden blijven drinken en dit voor slechts 5 cent het flesje. Een moment van klein nostalgisch geluk moest Coca-Cola hen brengen. Mobiele bottelinstallaties volgden de troepen langs de frontlijn. Een heuse onderneming. Meer dan 5 miljard flesjes werden op deze manier verdeeld onder het Amerikaanse leger. 16. Het initiatief voor de oprichting van Limobo kwam van de families Meurice en Grené. In eerste instantie was dit familiebedrijf enkel een Coca-Cola-verdeler. Vanaf 1949 startte de familie ook met het bottelen van dit product en de firma werd bovendien concessiehouder. Limobo startte in een gebouw op de Spoorwegstraat en Tiensesteenweg te Sint-Truiden. Omdat dit pand al spoedig te klein was voor de activiteiten verhuisde de bottelarij in 1952 naar een nieuw fabrieksgebouw in de Gazometerstraat. Omwille van het succes bleek het na een aantal jaren (1956) noodzakelijk om de vestiging uit te breiden met een nieuwe vleugel zodat de productie opgedreven kon worden. Het bedrijf werd in 1971 overgenomen door een nieuwe aandeelhoudersgroep die bestond uit de familie de Croÿ-Evrard. In 1974 besloot Limobo uit praktische overwegingen (geografische en uitbreidingsmogelijkheden) naar het industrieterrein van Hasselt te trekken. 17. In Brugge werd in 1949 Bottelarij Sobrumo NV oftewel Soutirage Brugeois Modèle opgericht. De Roeselaarse Distributiemaatschappij NV, of kortweg Rodima NV, bottelde sinds 1949 in Roeselare Coca-Cola. En in Turnhout sloten de broers Jean en Emile Van Milders voor de Kempische Bottelarij NV in 1950 een concessieovereenkomst af met The Coca-Cola Export Corporation. 18. De oprichtingsakte van Solomo NV werd op 10 februari 1951 neergelegd bij notaris Ignace Maes te Leuven. De initiële statuten werden in de bijlage voor rechtspersonen van het Belgisch Staatsblad gepubliceerd op 28 februari 1951 onder het nummer 2811. 19. Maurice Oversteyns was reeds een ervaren drankenhandelaar en bovendien sinds 1928 ook eigenaar van een limonade- en spuitwaterfabriek op de Diestsevest 66 te Leuven toen hij in 1951 Solomo NV oprichtte. Hij kende dus zijn vak. Reeds in 1947 moet hij Coco-Cola verhandeld hebben, leren ons drie brieven uit het Stadsarchief Leuven – allen gedateerd op 10 juli 1947 – die hij aan de burgemeester en schepenen van de stad Leuven richt. Hierin vraagt hij telkens de goedkeuring voor het plaatsen van een reclameplaat tegen de gevel van een koffiehuis (koffiehuis “Lovanium” in de Vaartstraat 3, koffiehuis “Mathieu” in de Leopold Vanderkelenstraat 16 en koffiehuis “Monico” in de Diestsestraat 37). Op de reclameplaten telkens de woorden: ”Drinkt Coca-Cola, heerlijk en verfrissend”. Voor wie nieuwsgierig is naar hoe dit afliep: de officiële toestemming voor het plaatsen van de drie reclamepanelen werd hem verleend op 7 augustus 1947. 20. De eerste gebouwen werden in 1951-1952, pal naast de toenmalige bakkerij Van Cleynenbreugel, opgetrokken. Het uitgebreide wagenpark van de bottelarij vond vanaf 1955 een plaats in de extra garages die omstreeks die periode bijgebouwd werden. Begin jaren ’60 breidde de bottelarij verder uit met opnieuw een extra garageruimte en bijkomende burelen. Vervolgens werd er ook een nieuwe vleugel met grote vitrines langs de straatkant aangebouwd. Deze was in de loop van 1965 (of begin 1966) volledig klaar voor gebruik. Vernieuwing en bijkomende investeringen bleken telkens nodig. We vonden in de archieven van het Stadsarchief Leuven immers de aanvragen (en goedkeuringen) terug voor het installeren van nieuwe stoomketels, zowel in 1963 als in 1967. 21. Op de buitengewone algemene vergadering van 18 april 1952 werd een kapitaalsverhoging van 1.350.000 Belgische frank goedgekeurd. Maar liefst veertien nieuwe aandeelhouders brachten extra kapitaal in, waaronder Alfons Braes, Jean Vastiau, René Dethier en Paul Dumont. Ook Maurice Oversteyns zorgde voor extra financiële middelen en bracht bovendien ook de gronden en de gebouwen, die tot dan toe op zijn naam stonden, in de vennootschap in. Paul Cattelain trad later toe als aandeelhouder. 22. Glasblazer Earl R. Dean was in dienst van de Root Glass Company (Terre Haute, Indiana). Alvorens zijn ontwerp op papier te zetten, bestudeerde hij de vorm van kolanoten en cocabladeren, de ingrediënten van Coca-Cola, met de bedoeling de vorm van de fles daarop te baseren. In de Encyclopædia Britannica stuitte hij echter op een afbeelding van een cacaopeul, die de rondingen en vormen had die hij beter voor zijn doel geschikt achtte dan die van de kolanoot of de cocaplant. Hij nam van de cacaopeul de karakteristieke bolvorm over, evenals de verticale groeven. Het prototype is nooit in productie genomen omdat de middelste diameter groter was dan de basis. Volgens Dean zou hij hierdoor onstabiel worden op de lopende band in de bottelarijen. Dean maakte vervolgens de middeldiameter en de bodem gelijk en de Contour Coca-Cola-fles was geboren! Op 16 november 1915 werd het ontwerp van de fles gepatenteerd op naam van Deans chef, de Zweed Alexander Samuelson. 23. Denk je aan Coca‑Cola, dan denk je aan de herkenbare, rode kleur. Waar die kleur rood vandaan komt? Dat gaat flink wat jaren terug. Vanaf het midden van de jaren 1890 gebruikte Coca-Cola rode vaten om hun siroop in te vervoeren, zodat belastingmedewerkers ze tijdens het transport makkelijk van alcohol konden onderscheiden. Nadien is de rode kleur steeds meer verweven geraakt met het merk. 24. Enkel het estaminet van Jan Joostens (°14.10.1908-†20.06.1987) en Bertha Dechamps (°20.01.1909-†17.02.1986) is vandaag nog een Vlierbeeks stamcafé. Café “In den Rozenkrans” bevindt zich binnen de muren van de Abdij Van Vlierbeek en wordt vandaag uitgebaat door Joris Vanautgaerden. Toen Jan er in de beginjaren Coca-Cola leverde, heette het café nog “In de Abdij”. Het café dankt zijn huidige naam aan de opnames van de populaire serie “Wij, heren van Zichem” naar de verhalen van Ernest Claes. In 1970 schilderde de televisieploeg “In den Rozenkrans” boven de deur en die naam heeft het Vlierbeekse estaminet sindsdien behouden. Café “Pie de Nijper”, gelegen aan de Holsbeeksesteenweg 139, was decennialang eveneens de ontmoetingsplaats van de buurt. Veertig jaar lang zwierde Emerance Dormaels (°09.10.1921-†31.08.2010) er de plak als cafébazin. Op 31 augustus 2014 viel echter het doek over dit Vlierbeekse stamcafé. Ook Café “Het Bieduif’ke” gelegen aan de Borstelstraat 48 – waar ooit Maria achter de toog stond – en café “De Biekorf” op de hoek van de Richard Valvekensstraatmet de Diestsesteenweg zijn vandaag uit het straatbeeld verdwenen. Net zoals het café van Juul en Bertha, dat enkele huizen verder dan bottelarij Solomo op de Diestsesteenweg lag. Dit was trouwens het stamcafé van de werknemers van de bottelarij. Na hun werkuren zakten ze dan regelmatig met meneer Braes naar dit café af om er de werkdag gezellig af te sluiten. 25. Instituut van het Heilig Hart en van de Onbevlekte Ontvangenis, Naamsesteenweg 355, 3001 Heverlee. 26. Marcel Coosemans (°22.11.1917-†15.12.1995), zoon van Petrus Coosemans, van café “Pie de Nijper”. Marcel organiseerde vaak filmvoorstellingen in zijn café en wist dus perfect hoe deze apparatuur werkte. 27. Fanta ontstond in 1940, tijdens de Tweede Wereldoorlog dus, in Essen (Duitsland) toen Coca-Cola Duitsland niet meer aan de juiste ingrediënten voor Coca-Cola kon komen en daarom een vervangende frisdrank volgens eigen receptuur ging maken. Omdat contact met het hoofdkantoor van Coca-Cola in Atlanta niet mogelijk was, is Fanta ontwikkeld zonder toestemming of overleg. In 1941 werd Fanta geregistreerd als een Duits merk. Na de oorlog zijn de merknaam en het recept van Fanta overgedragen aan het hoofdkantoor van Coca-Cola. De naam Fanta is afgeleid van de Duitse woorden “fantastisch” (fantastisch) en “fantasievoll” (fantasierijk) en het drankje bestond initieel voornamelijk uit wei en appelpulp. Fanta kreeg de welbekende sinaasappelsmaak van een bottelaar in Napels (Italië) in 1955 en sindsdien wordt het zo wereldwijd gedronken. Sinds 1962 is Fanta ook in België verkrijgbaar. Sprite, een kleurloze frisdrank met citroen- en limoensmaak, werd voor het eerst ontwikkeld in West-Duitsland in 1959 als “Fanta Klare Zitrone”. Het drankje werd in 1961 geïntroduceerd in de Verenigde Staten onder de huidige merknaam Sprite. Vandaag is Sprite in meerdere smaken verkrijgbaar. 28. Marie Thumas was een groenten conservenfabriek gevestigd langs de Leuvense Vaart in Wilsele. Het werd opgericht in 1886 door de Doornikse ingenieur Edmond Thumas (°1847-†1923), wiens vrouw Marie Durieux (°1854-†1932) heette. Vandaar de naam van dit gekende conservenmerk. 29. Op de algemene vergadering van Solomo NV van 28 mei 1974 werd het ontslag aanvaard van de beheerders-aandeelhouders van Solomo NV, met name de heer Pierre Dumont, de heer Charles Mestdagh en mevrouw Coquelet-Dethier. Burggraaf Philippe de Spoelbergh, de heer Paul Van Roey en de heer Norbert Verdonckt werden aangesteld als nieuwe beheerders-aandeelhouders. Op de algemene vergadering van 27 mei 1975 wordt vervolgens ook het ontslag van de laatste initiële beheerders-aandeelhouders van Solomo NV aanvaard: de heer Jean Vastiau en de heer Paul Cattelijn. De heer William De Muynck werd aangeduid als commissaris. De overname door Brouwerij Artois was een feit. 30. The Coca-Cola Company refereert in meerdere reclamecampagnes naar hun Coke als “The Real Thing”. Zo lanceerden ze in 1969 hun slogan “It’s The Real Thing” en in 1990 klonk het als “You Can’t Beat the Real Thing”. 31. De gebouwen aan de Diestsesteenweg kwamen leeg te staan en werden door de sloophamer met de grond gelijkgemaakt. Ze maakten plaats voor supermarkt Delhaize, die er op 28 november 1985 van start ging. 32. The Coca-Cola Company kocht alle concessies van de lokale bottelarijen in ons land terug en groepeerde haar bottelarijen en magazijnen in de vennootschap Coca-Cola Beverages België, opgericht in 1991. In 1996 werd Coca-Cola Beverages België op haar beurt en samen met Coca-Cola Beverages Frankrijk dan weer opgekocht door Coca-Cola Enterprises: een spin-off van The Coca-Cola Company, opgericht in 1986 om de onafhankelijke bottelaars – overal ter wereld - te consolideren. Op 6 augustus 2015 fusioneerde Coca-Cola Enterprises vervolgens met het Spaanse Coca-Cola Iberian Partners en het Duitse Coca-Cola Erfrischungsgetränke AG tot Coca-Cola European Partners. Vandaag overkoepelt dit fusiebedrijf een vijftigtal bottelarijen en bedient het zo’n driehonderd miljoen West-Europese consumenten. Ook de vestigingen in Zwijnaarde (Gent), Wilrijk (Antwerpen) en Chaudfontaine maken deel uit van deze structuur. ©Tekst: Heemkundige Kring Vlierbeek vzw. Omdat je een geschiedkundig onderzoek nooit alleen voert, geven we hier graag de lijst van onze gebruikte bronnen weer. Uiteraard gaat onze bijzondere dank uit naar de heer Jan Van Aerschot, mevrouw Marie-Jeanne Braes en mevouw Eveline Der Mul. Zonder hun getuigenis hadden we het verhaal van Solomo NV niet in geuren en kleuren kunnen brengen. Daarnaast willen we graag nog de onderstaande personen bedanken. Allen waren zij op één of andere manier verbonden in onze zoektocht naar het vergeten verhaal van Solomo NV. We zijn hen zeer dankbaar voor alle informatie die zij ons aanreikten. De heer Michaël Adriaens, opvolger van notaris Ignace Maes. De heer Omer Bellen, voormalig leerkracht en directeur van de Broederschool in Blauwput. De heer Constant Berghen, buurtbewoner en voormalig technicus bij Solomo NV. De heer Jacques Callens, voormalig Corporate Director Marketing Research and Performance systems AB InBev. De heer Marc Carnier, Rijksarchief Leuven. Mevrouw Marika Ceunen, Stadsarchief Leuven. Mevrouw Ria Christens, Cultureel Erfgoed Annuntiaten Heverlee. De heer Marc Cornelis, voorzitter van de heemkundekring Het Bezemklokje van Turnhout. De heer Hans Dechamps, buurtbewoner. Mevrouw Malvina De Cae, buurtbewoonster. De heer Chris De Craene. De heer Florimont Fripon, voormalig werknemer van Solomo NV. De heer Johan Goes, voormalig Logistics Operations Director Benefralux AB InBev. De heer Kamiel Konings, echtgenoot van mevrouw Marie-Jeanne Braes. De heer Frank Lefever, secretaris Kerkfabriek Vlierbeek. Mevrouw Alix Lieben, buurtbewoonster en erg bedreven in stamboomonderzoek. De heer Johan Ons, voormalig werknemer bij Solomo NV en fervent Coca-Cola verzamelaar. De heer Bart Sas, Archivaris Stadsarchief Turnhout. Mevrouw Linda Stiers, Ondernemingsrechtbank Leuven. De heer Guy Vanautgaerden, voormalig National Wholesaler Manager AB InBev. De heer Gerrit Vanden Bosch, Archivaris Aartsbisdom Mechelen-Brussel. De heer Hans Vandeput, buurtbewoner. De heer Marc Vandeput, zoon van Jacques Vandeput. De heer Eric Vastiau. De heer Jos Van Cleynenbreugel, buurtbewoner. Mevrouw Agnes Van de Gaer, dochter van Gust Van de Gaer. De heer André Van de Gaer, zoon van Gust Van de Gaer. De heer Kristof Van Gansen, achterkleinneef van Gustave Van Gansen. Graag doen we hierbij ook een oproep aan jou. Kan je ons nog bijkomende informatie aanreiken over Solomo NV? Altijd zeer welkom voor het verdere onderzoek van onze Heemkundige Kring Vlierbeek vzw! Of misschien ken je wel nazaten van de voormalige werknemers of aandeelhouders? Dan mag je ons zeker met hen in contact brengen. Graag zouden we nog de ontbrekende namen willen achterhalen van de heren en dames op de foto’s met nummer 1, 10, 11, 12 ,21, 22, 23, 24. Weet jij meer? Je mag ons steeds een mailtje sturen via heemkundigekring@abdijvanvlierbeek.be De Heemkundige Kring Vlierbeek vzw heeft haar uiterste best gedaan om bronnen en rechthebbenden van beeldmateriaal dat op deze webpagina getoond wordt, te achterhalen. Wanneer desondanks beeldmateriaal wordt getoond waarvan je (mede)rechthebbende bent en je voor het gebruik ervan niet als bron of rechthebbende wordt genoemd, of je hebt voor het gebruik geen toestemming verleend, dan mag je ons steeds een mailtje sturen via heemkundigekring@abdijvanvlierbeek.be

» Ga verder

Ga je mee op kroegentocht?

Nog even en dan kunnen de deuren van “In den Rozenkrans” eindelijk weer open… iets waar we met z’n allen al wekenlang naar uitkijken. Dat ons Vlierbeekse stamcafé een bijzonder pareltje is, ontging ook het Stadsarchief Leuven niet. “In den Rozenkrans”, gelegen binnen onze abdijmuren en uitgebaat door Joris Vanautgaerden en zijn team, verdiende dan ook zonder meer een plaatsje op de lijst van “15 Leuvense cafés, 15 aparte verhalen”. Ter gelegenheid van Erfgoeddag worden deze unieke kroegen dit weekend in de kijker geplaatst. En ons Vlierbeekse estaminet is er één van! Breng dus zeker op zaterdagavond 24 april of op zondag 25 april een bezoekje aan de boeiende Café-Expo op de Grote Markt in Leuven en duik mee in de geschiedenis van “In den Rozenkrans”… een geschiedenis die onlosmakelijk verbonden is met onze Abdij van Vlierbeek. Hoewel het café ver buiten het centrum van Leuven gelegen is, heeft het bovendien een roemrijk studentenverleden. En uiteraard mogen we ook Janneke en Bertha niet vergeten! Wist je trouwens dat het café zijn huidige naam dankt aan de opnames van de populaire serie “Wij, heren van Zichem” naar de verhalen van Ernest Claes? In 1970 schilderde de televisieploeg “In den Rozenkrans” boven de deur en die naam heeft ons Vlierbeekse estaminet sindsdien behouden. Je ontdekt het allemaal en veel meer op de openlucht expo van het Stadsarchief Leuven! Meer informatie over de Leuvense Café-Expo vind je op de website van Erfgoedcel Leuven via deze link. Marika Ceunen van het Stadsarchief Leuven neemt je in het volgende filmpje alvast graag mee op kroegentocht: Erfgoeddag staat dit jaar in het teken van “De Nacht”. Allerlei openlucht activiteiten, expo's (al dan niet op reservatie) en digitale activiteiten staan op de agenda. Of wat denk je er van om met je bubbel op ontdekkingstocht te gaan langs knusse en ruwe dansvloeren, donkere en fel verlichte gevels en oneindig veel grote en kleine verhalen? Je kan deze verhalen onderweg beluisteren via QR-codes op 16 locaties in de Leuvense binnenstad. Nu al benieuwd naar wat het Leuvense erfgoed je dit weekend te bieden heeft? Ontdek dan hier het volledige programma: www.erfgoedcelleuven.be/erfgoeddag ©Tekst: Heemkundige Kring Vlierbeek vzw in samenwerking met Stadsarchief Leuven. ©Foto's: Heemkundige Kring Vlierbeek vzw en Stadsarchief Leuven.

» Ga verder

We wensen je een vrolijk Pasen!

Graag wensen we je vandaag een fijn paasfeest toe. Voor veel Vlierbekenaren is Pasen een moment om naar onze abdijsite af te zakken voor de traditionele paasviering en de aansluitende paaseierenworp. Helaas, ook dit jaar zullen we het zonder moeten doen... Echter om 12 u zullen de klokken van onze abdijkerk wél feestelijk luiden! ©Tekst: Abdij van Vlierbeek in samenwerking met de Gemeenschapsploeg Vlierbeek.

» Ga verder

Vlierbeekweide in nieuw groen jasje

Vandaag pakken we uit met leuk nieuws voor de kinderen uit onze buurt. Vlierbeekweide, het bestaande grasland gelegen op de hoek van de Molenstraat en de Kortrijksestraat, zal de volgende weken immers heringericht worden tot een avontuurlijk speellandschap. Jongens en meisjes zet je schrap en leg je speelkleren dus alvast maar klaar! Natuur en avontuur Momenteel bestaat het speelterrein slechts uit een grasvlak en twee voetbalgoals. Omdat de belevingswaarde heel beperkt is en zowel de kinderen van de Vrije Basisschool Vlierbeek (gekend als de Abdijschool) als de buurt wat extra belevingsvolle speelruimte kunnen gebruiken, engageert Stad Leuven zich dit speelterreintje her in te richten. Begin april zullen de werken al van start gaan zodat tegen eind mei het nieuwe speellandschap volledig klaar zal zijn om er volop te ravotten! De geplande ingrepen worden eenvoudig gehouden met een bewuste keuze voor een beperkt materiaalgebruik. De klemtoon zal worden gelegd op het in contact brengen van de kinderen met natuur en avontuur. Het terrein zal worden aangekleed met een aantal grote natuurkeien en gerecupereerde boomstammen. Er zullen ook inheemse struiken en bomen aangeplant worden die voor schaduw zorgen en de belevings- en natuurwaarden zullen vergroten. Bijkomend worden een reeks grote bloemenborders met vaste planten en eenjarige bloemen aangelegd. Een deel van het grasland zal vaak gemaaid worden (intensief beheer), daar waar de voetbalgoals opnieuw ingeplant worden en waar de kinderen volop kunnen spelen. Een ander deel van het grasland zal slechts sporadisch gemaaid worden (extensief beheer), wat extra belevingswaarde en natuurwaarde zal opleveren. Ook aan het comfort van de (groot)ouders wordt uiteraard gedacht. In het ontwerp werden immers ook enkele zitbanken en een picknickhoek opgenomen. Gedeeld gebruik met de Abdijschool Het terrein zal uit twee delen bestaan, gescheiden door een kastanje hekwerk. Het buitendeel (tegen de straatkant gelegen) zal steeds voor iedereen toegankelijk zijn. Het binnendeel zal gedeeld gebruikt worden. Tijdens de schooluren zal het steeds voorbehouden worden voor de kinderen van de Abdijschool. Buiten de schooluren zal het echter ook toegankelijk zijn voor de kinderen uit de buurt. De kinderen van de Abdijschool zullen trouwens nauw betrokken worden bij de aanleg van hun nieuwe speelterrein. Zij mogen binnenkort immers mee de handen uit de mouwen steken en er samen met hun juf of meester zonnebloemen en andere eenjarigen inzaaien. Ook schilderden zij de afgelopen weken alvast grote keien in vrolijke kleuren. Deze kunstwerkjes zullen een artistieke invulling bieden aan het nieuwe speelterrein. Eén ding is zeker: het wordt nu nog meer uitkijken naar de zomer om volop te kunnen genieten van dit nieuwe plekje “groen” in Vlierbeek! We geven graag ook even mee dat de buurtbewoners zeer binnenkort nog een officiële communicatie van Stad Leuven in hun brievenbus mogen verwachten. Voorontwerp Stad Leuven speelterrein Vlierbeekveld. (Klik op de schets om het voorontwerp meer in detail te bekijken). ©Tekst: Abdij van Vlierbeek in samenwerking met Stad Leuven. ©Foto's: Abdij van Vlierbeek.

» Ga verder

Welkom tijdens de Goede Week

Tijdens de Goede Week openen we graag de deuren van onze abdijkerk voor een moment van persoonlijk gebed en bezinning. Op Palmzondag nodigen we je bovendien uit om een gewijd palmtakje te komen afhalen. Palmzondag 28 maart: kerk open van 10 tot 17 uur, palmtakjes zullen beschikbaar zijn. Witte Donderdag 1 april: kerk open van 14 tot 20 uur voor stil gebed en bezinning. Goede Vrijdag 2 april: kerk open van 14 tot 20 uur voor stil gebed en bezinning. Paaszaterdag 3 april: kerk open van 14 tot 20 uur voor stil gebed en bezinning. Pasen 4 april: kerk open van 10 tot 17 uur voor stil gebed en bezinning. ©Tekst: Abdij van Vlierbeek in samenwerking met de Gemeenschapsploeg Vlierbeek.

» Ga verder

Een stukje muzikaal erfgoed

Het is alweer een hele tijd geleden dat we met z’n allen nog van de prachtige muzikale klanken van het Le Picard-orgel in onze abdijkerk konden genieten. Om vandaag toch een beetje in zondagsstemming te komen, deelt organist en klavecinist Paul Van Hooff een fragmentje muzikaal erfgoed met ons. We nodigen je graag uit om even met ons mee te luisteren. Het werkje is een "Andante" van de in Luik geboren musicus Dieudonné Raick (°1703-†1764). Van 1726 tot 1741 bespeelde Dieudonné het orgel van de Leuvense Sint-Pieterskerk. Nadat hij te Antwerpen tot priester was gewijd behaalde Raick tijdens zijn Leuvense ambstermijn de graad van licentiaat in burgerlijk en kerkelijk recht aan de plaatselijke universiteit. Als beroemd componist-organist was Dieudonné Raick op 21 februari 1739 te gast in Vlierbeek toen hij samen met Philip Jakob Van den Eynde, organist van de Leuvense Jezuïetenkerk, het orgel van onze abdijkerk kwam keuren. Van zodra het weer mag, zullen organist Paul Van Hooff en fluitiste Odette Meyers de zondagsviering in de Onze-Lieve-Vrouwekerk opnieuw muzikaal begeleiden. We houden je graag verder op de hoogte via onze webpagina Bespeling van het Le Picard-orgel. Tekst: ©Heemkundige Kring Vlierbeek in samenwerking met organist en klavecinist Paul Van Hooff. Foto 1: De titelpagina van de originele druk van de compositie waaruit het gespeelde werkje afkomstig is.De partituur werd uitgegeven te Brussel circa 1740. ©Bibliotheek van het Koninklijk Conservatorium, Brussel. Foto 2: Organist en klavecinist Paul Van Hooff samen met fluitiste Odette Meyers. ©Paul Van Hooff.

» Ga verder

Bekijk al het nieuws

Agenda

15 mei 2021 – 16 mei 2021

Natuurpunt 20 jaar

» Ga verder

29 mei 2021

Natuurpunt Vlierbeek: Nature for expats

» Ga verder

5 juni 2021 –  6 juni 2021

HKV: Open Kerkendagen – Onze-Lieve-Vrouwekerk

» Ga verder

26 juni 2021

Vlierbeekriders Classic 2021

» Ga verder

Bekijk de volledige agenda

Abdij van Vlierbeek

De voormalige abdij van Vlierbeek is gelegen in het landelijke groene deel van de deelgemeente Kessel-Lo ten noordoosten van de stad Leuven in Vlaams-Brabant. Zeven eeuwen lang vormde de abdij het kader voor het dagelijks leven van de benedictijnenmonniken van Vlierbeek. Met het afschaffen van de kloosters maakte de Franse Revolutie een einde aan het kloosterleven.

 

De bezoekers van vandaag ontsnappen niet aan de bijzondere sfeer van de tuinen, de monumentale kerk en de merkwaardige kloostergebouwen. De site bekleedt een voorname plaats binnen de cultuur- en kunstgeschiedenis van het oude Brabant.

 

De abdij van Vlierbeek is het gedroomde eindpunt voor vele wandelaars en fietsers, een pleisterplaats voor passanten die op het terras van de herberg genieten van de gastvrijheid zoals die doorheen de eeuwen tot de taken van de abdij behoorde.


Vlierbeek is geen ruïne zonder leven. De abdij is nu het centrum van de parochie Onze-Lieve-Vrouw van Vlierbeek.

In en om de abdij leeft een bloeiende gemeenschap die een ontmoetingspunt wil uitbouwen rond het verhaal dat hier sinds 1125 geschreven is en nu wordt aangevuld op weg naar 2025, de viering van negenhonderd jaar abdij van Vlierbeek. Zie Vlierbeek nu.