Onze koesterburen
Dat het in de groene vallei van Vlierbeek goed wonen is, wisten de benedictijnenmonniken reeds 900 jaar geleden. Vandaag hoor je op onze abdijsite niet langer hun gebed of religieus gezang. Maar niet getreurd! Tijdens het voorjaar kan je immers die andere nieuwe bewoners al van ver horen: de slechtvalken.
Nieuw leven in Vlierbeek

Sinds het voorjaar van 2020 verkiest een koppel slechtvalken de toren van onze abdijkerk als broedplaats. We kunnen hen geen ongelijk geven! Ook zij weten intussen dat het hier goed vertoeven is. En dat is toch wel fijn nieuws, want het nest met 2 kuikens (een mannetje en een vrouwtje) was in 2020 het eerste succesvolle broedgeval in vele decennia in Kessel-Lo.
De geboorte van die 2 kleine slechtvalkjes was in Kessel-Lo dan ook geen alledaagse gebeurtenis. Sinds de terugkeer van de soort als broedvogel in onze stad in 2011, waren dit immers nog maar de 29ste en 30ste slechtvalk die in Leuven werden geboren. In dat jaar, 2011 dus, was er voor het eerst een succesvol broedgeval in een speciaal geplaatste nestbak op het Sint-Pietersziekenhuis. Sindsdien zijn er op die locatie elk jaar slechtvalkkuikentjes ter wereld gekomen. Door de werken aan het ziekenhuis werd de nestbak in 2018 verplaatst naar Campus Sint-Rafaël. Op dat moment waren er in België naar schatting 120 broedparen, waarvan 6 in Oost-Brabant en 2 in Leuven. In Leuven maakte men het goede voornemen de soort te gaan omarmen, want het stadsbestuur riep de soort uit tot ‘koesterbuur’. Ook in Vlierbeek koesteren we hen als onze buren en zien we hen graag elk jaar opnieuw een nest uitbroeden in onze abdijtoren.
Een grindbak als perfect nest

In de jaren ‘60 van vorige eeuw was de slechtvalk volledig verdwenen uit ons land, o.a. door het gebruik van insecticiden als DDT. Door wettelijke bescherming en het plaatsen van nestbakken keerde de soort sinds 1995 terug als broedvogel. Al in 2018 werden er slechtvalken opgemerkt rond de kerk van Vlierbeek. Het leek alsof ze op zoek waren naar een geschikte nestplaats. Van nature broeden slechtvalken op hoge rotsen. Hoge gebouwen zoals kerken en appartementsgebouwen kunnen echter als ‘vervangrots’ dienen, zeker als ze voorzien zijn van een nestkast.
Daarom plaatsten Eddy Sente van de vogelwerkgroep Oost-Brabant en lokale bewoner Willem Laermans (Natuurpunt Vlierbeek) al in 2018 een grindbak in onze kerktoren. Ze kregen daarbij deskundig advies van Philippe Smets (vogelringer voor het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen en lid van F.I.R.). Een jaar later zagen vogelliefhebbers heel wat baltsgedrag van onze slechtvalken, maar waren ze nog te jong om te broeden. De eerste twee jaar van hun bestaan verkennen slechtvalken een interessant gebied. Eenmaal gevonden blijven ze levenslang. We hebben dus geluk!

Sinds 2020 werden er in Vlierbeek elk jaar slechtvalkkuikens geboren. Het eerste jaar had het ouderpaar vier eieren gelegd. Daarvan zijn er jammer genoeg slechts twee uitgekomen. Alle volgende jaren konden we telkens opnieuw getuigen zijn van succesvolle broedsels (4 in 2021, 3 in 2022, 2 in 2023, 4 in 2024). Ook afgelopen jaar, tijdens het feestjaar 2025, werden er 4 jongen geboren. We houden de cijfers maar al te graag plichtsgetrouw bij! Philippe Smets beklimt daartoe elk voorjaar onze abdijtoren om in eerste instantie een blik te werpen op het nest met eieren en vervolgens op de pasgeboren valken. Hij controleert hun gezondheid, weegt hen en meet de lengte van hun vleugels. Daarnaast neemt hij een veerstaal voor verder DNA-onderzoek. Tot slot worden de slechtvalkjes geringd, zodat we hen ook in de toekomst kunnen blijven opvolgen.
Recordhouder
Nog enkele weetjes over de slechtvalk. Het is een razendsnelle vogel, die horizontaal snelheden van 150 km/u haalt. In duikvlucht naar beneden gaat hij maar liefst tot 398 km/u!
De slechtvalk herschikt in duikvlucht zijn vleugels om een V-vorm te maken, zo haalt hij zeer hoge snelheden. Dit om vogels te grijpen, als voedsel. In stedelijk gebied houden ze van duiven en dat horen we in Leuven graag. Maar ook kauwen en andere vogels staan op het menu.
Er wordt soms beweerd dat deze vogels zijn uitgezet, maar niets is minder waar. Dit zijn wilde dieren.
Zelf komen kijken en luisteren?

Wie in het voorjaar een bezoek aan onze abdijsite brengt, kan met een geoefend oog er het ouderpaar hoog in de lucht of op de toren van de abdijkerk spotten. De volwassen vogels herken je aan de dwarse strepen op hun borst. De jongen hebben nog een ander verenkleed met strepen in de lengte. En zoals bij elke roofvogel is het vrouwtje groter dan het mannetje. Wanneer ze naast elkaar zitten, kan je dit verschil goed zien.
Horen zal je hen vast en zeker. Met hun schelle, hoge krijs verdedigen ze immers hun territorium. Maar ook bij balts en wanneer de jongen bedelen om voedsel hoor je de valken luid en fel.
De kuikens groeien snel en binnen de kortste keren kan je ook hen zien "wandelen" op de hoge rand van de toren van de abdijkerk, meer bepaald tussen de twee stenen bollen aan de noordkant. Ze gaan stilletjes aan proberen zelf te vliegen. Moeder en vader vliegen intussen ook vaak rond, op jacht. Ga liefst niet pal onderaan de kerktoren staan, maar hou zeker wat afstand. De slechtvalken zijn nogal schuw en we zouden niet willen dat de jongen verhongeren. In de periode februari tot en met juni worden torenbezoeken daarom ook niet toegestaan op onze abdijsite. Ook het gebruik van drones blijft, net zoals anders, verboden. We vragen om het belang van de vogels te laten primeren en deze bijzondere koestervogels enkel van op een afstand te bewonderen. Draag je graag je steentje bij? Helpen kan door toeschouwers hierover te sensibiliseren.
Binnen een tijdsspanne van slechts een paar weken zullen de jongen zelf beginnen uitvliegen en gaan ze ook zelf beginnen jagen. Op dat moment is het tijd om definitief te vertrekken. Ze gaan dan rond zwerven op zoek naar een geschikt leefgebied.
© Tekst: Abdij van Vlierbeek. © Foto's: Wim Boonen.