Oosterpoort en Lindedreef

Ten tijde van de benedictijnenmonniken was de abdijsite aan de noordzijde afgesloten door een brede gracht. In oostelijke richting sloot daarop nog een brede afwateringsgracht aan. Op de kaart van Jean Villaret uit 1745 wordt tussen beide een brede doorgang weergegeven, met in de noordoosthoek enkele gebouwen. Op de Ferrariskaart van 1771-1778 zijn beide grachten met elkaar verbonden, vermoedelijk om de ten westen van de abdij gelegen watermolen beter te bevoorraden. Met het verdwijnen van de monniken slibde de hele waterhuishouding dicht en viel de molen in onbruik. Al vroeg in het begin van de negentiende eeuw werd de verbinding tussen beide grachten opnieuw verbroken door de aanleg van een dam, die een vlotte overgang tussen de abdijsite en de achterliggende gronden mogelijk moest maken.

Beide oevers van de gekanaliseerde oostelijke gracht werden destijds met bomen beplant, wat op de kaart van de Ferraris geprononceerd tot uiting komt als een waterdreef. Deze oostelijke gracht stond vroeger bekend als de Kesselse vaart en werd ook wel de Lindense vaart genoemd. Deze benaming kan verwijzen naar de oriëntatie op de gemeente Linden of naar de aanwezigheid van lindebomen, die de gracht flankeerden.

Hoewel de oostelijke gracht in de loop van de tijd is drooggevallen, bleef de beplanting gedeeltelijk bewaard, zoals duidelijk zichtbaar is op een historische luchtfoto. Tot enkele decennia geleden vormde het landschap rondom de abdij een volledig open terrein, waardoor men al van ver een mooi zicht had op de kerk en de monumentale panden. Vandaag is een groot deel van de weilanden rond het abdijdomein echter bebost. Door een gebrek aan onderhoud is die bebossing vrij snel ontstaan, waarbij ook de voormalige dreef deels in het bos is opgegaan.

Bij het opmaken van het masterplan voor de Abdij van Vlierbeek werd beslist om van de nog aanwezige oude bomen, die oorspronkelijk deel uitmaakten van de dreef, gebruik te maken voor de aanleg van een wandeldreef die de verbinding maakt met het Negenbunderspad. De herstelwerkzaamheden aan deze dreef werden zeer recent uitgevoerd. In december 2025 werden, met respect voor natuur en erfgoed, enkele zieke bomen verwijderd. Waar mogelijk werden oude bomen opnieuw opgenomen in de dreefstructuur. Op plaatsen waar dit niet mogelijk was of waar hiaten in de structuur waren ontstaan, werden in het voorjaar van 2026 jonge winterlindes aangeplant. De dreef gaat, vanuit historische context, het leven in als Lindedreef.

Met de aanleg van de dreef wordt het netwerk van wandelpaden rond en doorheen de abdijsite opengetrokken. De verder te valoriseren Abtstuin en Boomgaard worden daarin opgenomen. Zo kunnen wandelaars de abdijsite nu ook vanuit het oosten betreden. Naar analogie met de Westerpoort en de Noorderpoort kreeg deze nieuwe toegang de naam Oosterpoort.

De aanleg van de Lindedreef past niet enkel in het ontplooien van een wandelgebied, maar ondersteunt ook de revalorisatie van de natuurwaarden in het gebied. Dreven zijn heel waardevol voor vleermuizen – als kolonieplaats, maar evenzeer als voedselgebied. Meerdere soorten huizen nu al in de abdijsite. Ook voor tal van andere organismen zoals paddenstoelen, kevers, (korst)mossen, … zal de herstelde dreef met onder meer oude, aftakelende bomen en dood hout een belangrijke ecologische meerwaarde vormen.

©Tekst: Abdij van Vlierbeek in samenwerking met de Heemkundige Kring Vlierbeek vzw.

Foto 1: Kaart van Jean Villaret uit 1745. © geopunt.be. Foto 2: Kaart van Graaf de Ferraris uit 1771-1778. © KBR. Foto 3: Zicht op het open landschap rond de Abdij van Vlierbeek midden vorige eeuw. Enkel de voormalige dreven doorbreken het landschap. © Heemkundige Kring Vlierbeek vzw.